'AUDIEU TITELS & INITIALEN! AUDIEU DE HEELE BLISEMSCHE BOEL'

Op de schaarse foto's die van hem resten, oogt hij als een heer van stand: een driedelig pak met daarboven een ernstig hoofd dat wordt gesierd met een brilmontuur dat vandaag in modieuze kringen weer opgang maakt....

Jan van Krimpen, van huis uit al niet armlastig, kon zich deze luxe mede permitteren door zijn functie bij de lettergieterij annex drukkerij Joh. Enschedé en Zonen in Haarlem, waar hij tot de best betaalde van de circa duizend werknemers behoorde en zijn kamer grensde aan die van de directie. Feitelijk, en zijn voorkomen hielp hem daarbij, beschouwde hij zichzelf als mede-directielid. Dat schoot de zo mogelijk nog deftiger Enschedé-directeuren wel eens in het verkeerde keelgat getuige dit nogal geïrriteerde memo: 'U herhaalt dat u Uw tegenwoordige salariëring onvoldoende vindt. Wij stellen daar tegenover, dat U uit eigen beweging zonder overleg met ons Uw werktijd tot de ochtenduren heeft beperkt. Ook op andere punten hebben wij moeten constateren dat Uw opvatting van Uw positie in het bedrijf en de bevoegdheden, welke U daaraan ontleent, in botsing komt met onze inzichten.'

Het briefje wordt aangehaald in Adieu aesthetica & mooie pagina's! - J. van Krimpen en het 'schoone boek' - Letterontwerper & boekverzorger 1892-1958 (Museum van het Boek/De Buitenkant/Museum Enschedé; ¿ 55,-). De publikatie begeleidt de grote overzichtstentoonstelling die het Museum van het Boek/Museum Meermanno-Westreenianum in Den Haag deze zomer (tot en met 9 september) aan Jan van Krimpen wijdt. Samensteller van de expositie is Mathieu Lommen die in een eerdere publikatie Van Krimpen onderbracht bij 'de grote vijf', de ontwerpers die in de eerste helft van deze eeuw het gezicht van typografisch Nederland bepaalden. Naast Van Krimpen: J.F. van Royen, C. Nypels, A.A.M. Stols en S.H. de Roos.

Deze vijf koesterden uiteenlopende opvattingen over typografie, maar met name met De Roos had Van Krimpen een verstandhouding die gekenmerkt werd door animositeit en wrevel. Van Krimpen verweet hem een 'cierkunstenaar' te zijn, waarbij hij graag over het hoofd zag dat zijn collega (in dienst van de toen bijna even fameuze en met Enschedé concurrende Lettergieterij Amsterdam) veel meer dan hij bij het ontwerpen van letters gebonden was aan commerciële en druktechnische restricties. Bovendien was Van Krimpen uitermate streng in de leer: 'Typografie is, volgens mij, te beter naarmate ze minder duidelijk is. Ik zal nooit, in mijn eigen ogen, zoo'n goed boek gemaakt hebben als dat waarvan de kenners zeggen dat het prachtig is & de leeken dat ze er niets aan zien dan dat ze het gemakkelijk kunnen lezen. Adieu aesthetica & mooie pagina's! Adieu kleuren! Adieu titels & initialen! Adieu de heele bliksemsche boel'

Hoewel het eerder geciteerde memo anders doet vermoeden, liet de Enschedé-directie haar 'art director' nagenoeg de vrije hand. Deels uit commerciële, maar ook uit prestige-overwegingen mocht Van Krimpen tussen 1925 en 1940 een literair boekenfonds opbouwen, waarbij hij zich niet beperkte tot de vormgeving. In feite fungeerde hij als uitgever, want de auteurs behoorden allen tot zijn vriendenkring, zoals Bloem, Boutens, Greshoff, Nijhoff, Van Nijlen en Van de Woestijne.

Het zijn klassiek vormgegeven boeken, zonder enige versierende elementen, die uitsluitend leunen op een afgewogen en harmonieuze rankschikking van letterbeelden. In deze boeken bouwde Van Krimpen voort op de eerder door hem in eigen beheer uitgegeven Palladium-reeks, bibliofiele boeken met teksten van dezelfde auteurs die hij later bij Enschedé zou onderbrengen.

Het letterbestand van Enschedé, dat door aankoop van complete lettergieterijen zes eeuwen omvatte, was nogal conservatief van opzet en gebaseerd op de klassieke ontwerpen. Van Krimpen bracht daar verandering in en liet zich bij zijn ontwerpen vooral leiden door de theorieën van Stanley Morison, Brits pleitbezorger van verzorgd drukwerk en ontwerper van de Times New Roman, een letter die nog overal ter wereld in gebruik is.

Lutetia, Romulus, Spectrum, Romanée, ze hebben klassiek klinkende namen, de letters van Van Krimpen. En de wijze waarop hij hun heldere en open karakters liet zetten en spatiëren - voor de zetters een uiterst complexe klus - veroorzaakten weliswaar een 'renaissance van de boekkunst', maar een grens wordt nimmer overschreden. Op dezelfde vierkante centimeters herhaalt hij steeds dezelfde kunst, daarbij de hoogste graad van sobere perfectie nastrevend.

De Romanée geldt als Van Krimpen's volmaaktste letter die ook internationale erkenning oogste. De gedigitaliseerde versie ervan, onlangs gerealiseerd door de The Enschedé Font Foundry, vindt haar eerste toepassing in het hier besproken boek dat in een stijlvolle vorm werd gegoten door Martin Majoor. Koosje Sierman beschrijft in Adieu aesthetica & mooie pagina's! leven en werk van Jan van Krimpen in relatie tot het huis Enschedé en dat levert, hoewel reeds veel over hem werd geschreven, voor het eerst een compleet en objectief beeld op van een man die gerekend wordt tot de voornaamste letterkunstenaars van deze eeuw.

Een groter publiek maakte in 1946 kennis met zijn cijferzegels die tot in de jaren tachtig geldig bleven, tien jaar later gaf hij de inscriptie op de achterwand van het Nationale Momument op de Dam in Amsterdam vorm. Zij zullen de tijden beter doorstaan dan de bierblikjes, bierviltjes, bierglazen, caféruiten en fietsenrekken met het opschrift Amstel Bier of Amstel Brouwerij. Deze oorspronkelijk door Van Krimpen ontworpen beeldmerken leiden sinds jaar en dag een verminkt bestaan.

De verschijning van het majestueuze Typefoundries in the Netherlands, een standaardwerk over lettergieterijen, mocht Van Krimpen niet meemaken. De eerste aanzet dateert reeds uit de jaren twintig en het was Van Krimpen die in 1948 Harry Carter, typografie-historicus en hoofd van de ontwerpafdeling van Her Majesty's Stationery Office, aanzocht voor een nieuwe vertaling en annotaties. Het zou 1978 worden voordat Enschedé dit in elk opzicht overweldigende boek uitgaf. Het behoort tot het mooiste van wat de vaderlandse boekdrukkunst in de twintigste eeuw heeft voortgebracht. Bram de Does, de toenmalige typografisch adviseur van Enschedé, tekende voor de vormgeving en liet de tekst zetten in de Romanée van Van Krimpen. Het boek raakte vrijwel uitverkocht, maar een aantal restexemplaren werd, nadat de lettergieterijen waren opgedoekt, op de markt gebracht voor ongeveer de helft van de oorspronkelijke prijs. Die bedroeg ¿ 875,-.

Het einde komt plotseling. Op 20 oktober 1958 rijdt zijn chauffeur hem na de lunch terug naar de drukkerij. Vlak voor aankomst zakt Van Krimpen op de achterbank in elkaar; hij wordt de hal van Enschedé binnengedragen, maar blijkt reeds te zijn overleden. Behalve in Nederlandse kranten verschijnen in de daarop volgende dagen necrologieën in The Times en The New York Times.

Hub. Hubben

Meer over