Audiëntie

Die ochtend was de paus van Rome al vroeg opgestaan...

Hij had een enigszins rommelige nacht achter de rug, waarin hij de slaap maar moeizaam had kunnen vatten. Eerst had hij de klok van de Sint Pieter drie uur horen slaan, daarna vier uur, en tenslotte vijf uur. Daar kwam nog bij dat de klok ook nog eens luidde op de kwartieren en de halve uren.

Het was soms om gek van te worden, en de paus van Rome had zich meerdere malen vloekend van zijn ene zij op zijn andere gedraaid. Uiteraard deed hij dit nooit hardop, maar omdat het alleen in gedachten plaatsvond, kon hij wel veel krachtiger vloeken dan gewone stervelingen.

En dan was er ook nog die droom. Een droom van het soort dat onschuldig begint, maar waar het venijn in de staart zit. Het begon met een potje skiën op de witte hellingen van Zakopane, en het eindigde in het een of andere achterlijke Derde Wereld-land, waar hij, ondanks zijn vrijwel onverstaanbare gemummel, door een uitzinnige menigte van, in nauwelijks meer dan veelkleurige kettingen en nietsverhullende carnavalsattributen gehulde, chocoladebruine jongeren werd toegejuicht.

Zoals wel vaker bij oudere mannen op belangrijke posities liepen lichaam en geest soms niet meer helemaal synchroon. In zijn lange loopbaan had de paus de startbanen van vrijwel alle landen op deze aardbol gekust zonder ook maar één keer de veteranenziekte op te lopen. Maar deze ochtend wist hij bijvoorbeeld niet meer wat er voor vandaag op het programma stond.

Onder het scheren schoot het hem opeens te binnen, en hij zei op luide toon iets onvertaalbaars dat de scheerschuimvlokken met grote kracht op de spiegel uiteen deed spatten. Audiëntie-dag! De paus van Rome kreunde luid. De verschrikkingen van het ambt waren niet op de vingers van een hand te tellen, maar de audiëntie stak daar sinds jaar en dag met kop en schouders bovenuit.

Soms wenste hij dat er tussen witte en zwarte rook nog een soort gulden middenweg bestond. Bruine rook, bijvoorbeeld. Bruine rook die niets meer of minder betekende dan 'De winkel is vandaag gesloten. Go fuck yourself!'

De paus kneep zijn ogen stijf dicht en dacht aan de eindeloze stoet zwakzinnigen en halfzwakzinnigen die bij elke audiëntie opnieuw hun opwachting maakten. Het irritante was dat je toch werd gedwongen om je kop erbij te houden, want soms zat er opeens een gemeen addertje onder het gras. Met pijn in het hart herinnerde hij zich die blunder met die voetballer, van wie de naam hem inmiddels ontschoten was (Rivaldo?). Een blunder die de hele wereld was rondgegaan. Sinds die keer had hij er een gewoonte van gemaakt om bij elke audiëntie eerst de hele rij af te scannen op zoek naar mogelijke troubleshooters.

Vandaag zag hij hem meteen. Je pikte hem er zo tussenuit, want hij had een boek onder de arm. De paus van Rome herinnerde zich de uitspraak van de Heilige Jodocus: 'Books mean trouble. And when they don't, they ain't books.'

Natuurlijk was de uitspraak in een andere context gedaan, en zeer waarschijnlijk ook niet in plat Amerikaans, maar de paus had altijd een zwak gehad voor de dertiende apostel die in groepsgesprekken nooit een blad voor de mond genomen had.

Een voordeel van de audiëntie, boven bijvoorbeeld een verjaardag, was in elk geval dat je al die boekenschrijvers maar één keer in je leven voorbij zag komen, zodat ze je later nooit konden vragen of je het inmiddels al gelezen had. Of erger nog: wat je ervan vond.

Toen de boekenschrijver voor hem stond, koos de paus dan ook voor de weg van de minste weerstand. Hij nam het boek aan alsof hij er oprecht blij mee was.

Even verstijfde hij toen hij de titel las. Die was in het Pools, en kon zowel op de dubbele boekhouding van de Heilige Stoel slaan, als op de zoveelste samenzweringstheorie aangaande de aanslag op het Sint Pietersplein. Maar toen fluisterde de boekenschrijver hem iets toe wat door een korte werkonderbreking bij de omroepen voorgoed verloren is gegaan - maar wat de paus in elk geval geruststelde over de gevaarloze inhoud van het werk.

Die avond ging de paus van Rome vroeg naar bed. Zoals elke keer na een audiëntie-dag dacht hij aan de container op het binnenplaatsje achter de Jodocus Basiliek. De container waar de dienstdoende kardinaal traditiegetrouw de opdracht had om alle waardeloze geschenken in te donderen.

Van vandaag herinnerde de paus zich vooral een opwindbaar kerktorentje onder een glazen stolp uit een of ander hopeloos verloren Boeroeboeroe-land, waarvan hij de naam vergeten was.

Wanneer je de stolp schudde dwarrelden er sneeuwvlokjes naar beneden - maar na twee keer had het opwindmechaniek het natuurlijk begeven. De container was zijn eigen kleine privé-wraak op de domheid van de wereld en haar bewoners.

En er was nog iets geweest. . . Maar wat het was, kon de paus zich niet meer te binnen brengen. Hij sloot zijn ogen. In het begin van de droom waren de maagdelijke hellingen van Zakopane witter dan ooit.

Meer over