Auden-Generation sterft met Spender

De Britse dichter en essayïst Sir Stephen Spender is in de nacht van zondag op maandag overleden. Spender werd 86....

STEPHEN SPENDER had al afscheid genomen. Vorig jaar, hij was toen 85, verscheen zijn laatste dichtbundel, Dolphins. Een kleinood met negentien gedichten, opgedragen aan alles wat voorbij was - en vooral aan zijn vrienden van weleer: W.H. Auden, Cecil Day Lewis, Louis MacNeice, Christopher Isherwood: The Auden Generation. Spender was de laatste, en aan hem was de taak de anderen nog één keer de laatste eer te bewijzen. En tegelijkertijd afscheid te nemen van al die anderen uit zijn leven: Roy Fuller, 'S.B.O.', 'Mijn Student', Barry Humphries, Charles Causley en 'Matthew, Maro, hun kinderen, onze kleinkinderen, Saskia, Cosima, in de Renault'. Het leek of Spender zijn herinneringen aan hen op het laatste moment nog van de vergetelheid wilde redden, door ze in een gedicht te vangen. Zoals de herinnering aan een lachbui met een vriend:

'Remembered across distances long after./ Not gone not gone not altogether/ Extinguished bij the Ice Age of your death'

Stephen Spender heeft zich, op 86-jarige leeftijd, bij zijn vrienden gevoegd. Hij stierf in de nacht van zondag op maandag in het bijzijn van zijn echtgenote, de concertpianiste Natasha Litvin. Zijn dood kwam, ondanks zijn hoge leeftijd, ook voor hemzelf nog onverwacht. Hij had kort voor zijn overlijden nog toegezegd in september naar Nederland te komen voor het Crossing Border Festival in Den Haag.

De grote tijd van de dichter Spender ligt in de jaren '30. Ze begon tijdens zijn studie in Oxford, waar hij onder anderen W.H. Auden en Christopher Isherwood leerde kennen. Zij vormden een literair gezelschap en schreven een nieuw soort gedichten, waarin zij tegelijk politieke ideeën en persoonlijke ervaringen trachtten te verwerken. De tijd dwong ze hiertoe, meende Spender: in de roerige jaren dertig moesten intellectuelen politiek en maatschappelijk stelling nemen, terwijl ze tegelijkertijd sterk de behoefte voelden zich als individuele dichters te ontplooien. Spender noemde zijn generatie daarom The Divided Generation.

Begin jaren '30 reisde hij Isherwood achterna naar Berlijn, waar hij aanvankelijk genoot van de grote (seksuele) vrijheid, een gevoel dat al snel overschaduwd zou worden door de opkomst van het fascisme. In 1936 sloot Spender zich kortstondig aan bij de communistische partij ('Het was eenvoudig een keus: voor het fascisme of voor het anti-fascisme', zou hij later zeggen). Hij schreef zelfs een politiek boek: Forward from Liberalism, waarin hij een menselijke vorm van het communisme schetste.

Gedurende de jaren '30 draaide het leven van Auden, Isherwood en Spender om hun vriendschappen, de literatuur en de politiek. De vriendschappen werden uitputtend beschreven in dagboeken van Isherwood en Spender, en in Spenders autobiografie World Within World uit 1951.

In 1993 won Spender een rechtszaak tegen de Amerikaanse auteur David Leavitt. Deze had voor zijn boek While England Sleeps royaal uit de autobiografie geput, en bovendien aan Spenders verhaal een expliciete homoseksuele draai gegeven - terwijl bij Spender die homoseksualiteit alleen maar impliciet aanwezig was. (Spender had in de jaren '30 enkele erotische ervaringen met mannen gehad). While England Sleeps moest uit de handel worden genomen.

Na de Tweede Wereldoorlog verschoof Spenders interesse van poëzie in de richting van de essayïstiek en de politiek. Hij werd redacteur van het tijdschrift Encounter dat sterk anticommunistisch en pro-NAVO was. Maar toen hij in 1967 ontdekte dat de CIA het blad financierde stapte hij op. Spender, hoogleraar en eeuwige voorzitter van alle culturele fora in Engeland, werd in 1983 geridderd.

Hij bleef wel altijd dichten, al vond hij zichzelf geen geweldige dichter. Meer een ploeteraar. In zijn dagboeken beklaagde hij zich erover hoe moeizaam hij schreef: het ontbrak hem aan een levendige fantasie, en alleen door eindeloos herschrijven kon hij er iets acceptabels van maken. In het gedicht Dolphins beschrijft hij bijna jaloers hoe hijzelf gevangen zit in de menselijke taal, terwijl de dolfijnen duikend en buitelend in het glinsterende water moeiteloos schrijven: I AM!

Michel Maas

Meer over