Aubade aan de beeldhouwkunst

Aangrijpende afscheidstentoonstelling wordt gedomineerd door onrecht

Ergens op de wereld bestaat een veilige ruimte waar De Wet woont, met een portier voor de deur. Hoe vaak een gewone sterveling zich ook tot de portier wendt, het lukt hem niet om binnen te komen. Zo wil het korte verhaal Voor de Wet van Franz Kafka, die begin vorige eeuw de onmenselijke, bureaucratische samenleving met meesterlijk venijn beschreef.

In de gelijknamige tentoonstelling Voor de Wet, in het Ludwig Museum in Keulen, is de hele derde verdieping spreekwoordelijk veranderd in zo'n buitenwettelijk oord, waar de gewone sterveling vertoeft. Waar tot voor kort de vaste collectie stond opgesteld, met fabuleuze uitzichten op het rivierlandschap, getuigen nu 24 kunstenaars in prachtig in de zalen opgestelde beeldhouwwerken en installaties van onrecht en lijden.

Zo serieus als dit klinkt, zo serieus is de tentoonstelling waarmee de grote, Duitse museumdirecteur Kasper König (zie inzet) na ruim tien jaar afscheid neemt van het Ludwig Museum.

Elke afscheidstentoonstelling is een statement. Zoals Rudi Fuchs in 2003 bij zijn vaarwel van het Stedelijk Museum in Amsterdam een pleidooi hield voor traag en geconcentreerd kijken en zijn voorganger Edy de Wilde groots uitpakte met moderne schilderkunst, zo brengt König een aubade aan de naoorlogse, figuratieve beeldhouwkunst. Die is niet zomaar wild en mooi of subliem, maar is in staat om voorbij de oppervlakkige werkelijkheid te kijken, vorm te geven aan het onzegbare, en daarmee mensen aan het denken te zetten. Zo ziet althans Königs gedroomde museum eruit: als een plek waar 'beeldende kunst als deel van het culturele geheugen en de identiteit van een samenleving' ligt opgeslagen en waar reflectie plaatsvindt.

Die reflectie komt in Voor de Wet voort uit de dialoog en de confrontatie tussen beeldhouwwerken uit de jaren vijftig en van nu. Uit de jaren vijftig heeft König bronzen en een enkel stenen beeld gekozen - van het gehavende, afgehakte been (1958) van Alberto Giacometti tot het gekooide, dierlijke wezen Le Griffu (1952) van de Franse Germaine Richier - die luid en duidelijk schreeuwen van pijn, en van de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog. Waarschijnlijk brengen deze beelden bij het Duitse publiek nog altijd een storm van emotie teweeg. Voor anderen zijn ze in al hun kwetsbaarheid en lijden nog steeds buitengewoon aangrijpend.

De hedendaagse beelden zijn in vergelijking een stuk minder pathetisch en lijdzaam. Zij bieden meer ruimte voor eigen gedachten en overwegingen, maar ook zij getuigen - door de keuze van König - van onrecht en somberheid, van Andreas Siekmanns stripvormige installatie over vluchtelingenproblematiek tot de monumentale Vater Staat (2009/2010) van Thomas Schütte, een beklemmend actueel hoogtepunt. Bijna 4 meter hoog, ruim een ton roestig staal, is Schüttes Vadertje Staat geen figuur meer dat vertrouwen wekt, veiligheid biedt en voor ons zorgt. Kil en onrechtvaardig is zijn blik, angstaanjagend zijn proportie. Zelfs het magische, seksuele schimmenspel van Paul Chan blijkt een hel van geweld.

Die dominante somberheid is begrijpelijk vanuit de teleurstelling van Königs generatie. Die had na de Tweede Wereldoorlog alle hoop gevestigd op de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en heeft moeten constateren dat die verklaring, in 1948 opgetekend door de Verenigde Naties, niks heeft opgelost. Het kan geen kwaad om dat middels een aangrijpende tentoonstelling nog eens onder de aandacht te brengen. Daarbij is König realistisch over de positie van kunst. Die kan de maatschappij niet veranderen, hooguit is de hedendaagse kunst in staat om het individuele bewustzijn en de eigen verantwoordelijkheid te prikkelen.

Power to the people. In al zijn realisme had König dat sprankje hoop wel wat krachtiger ter hand mogen nemen. Nu verlaat je de tentoonstelling toch vooral met loodzwaar gemoed.

Vor dem Gesetz - Skulpturen der Nachkriegszeit und Räume der Gegenwartskunst ***

t/m 22 april 2012.

Ludwig Museum Keulen, museumludwig.de

Kasper König, spin in het web

Wie is Kasper König? Kunstpaus, museumdirecteur, voormalig hoogleraar, vermaard curator, bedenker van de openluchtmanifestatie Skulptur Projekte Münster - de in 1943 in Duitsland geboren, 68-jarige Kasper König is het allemaal.

Als curator staat König op gelijke hoogte met zijn - eveneens beroemde - collega, de Zwitser Harald Szeemann. Zij vonden het curatorenvak uit in de jaren zestig, door grote, thematische tentoonstellingen te maken, op de huid van de tijd, vaak buiten de muren van het museum.

König bracht in de jaren zestig de Pop Art naar Europa en zette in de vroege jaren tachtig de Duitse wilde schilderkunst op de internationale kaart. Zijn tienjaarlijkse manifestatie Skulptur Projekte Münster - volgende editie: 2017 - heeft het imago van kunst in de publieke ruimte aanzienlijk verbeterd.

In 2000 werd König directeur van het Ludwig Museum in Keulen, waar hij het publiek met een veelheid aan tentoon-stellingen naartoe wist te halen. Hij blijft tot eind 2012 aan het Ludwig Museum verbonden en wordt opgevolgd door de Zwitser Philipp Kaiser (1972), curator bij het Museum Of Contemporary Art (MOCA) in Los Angeles, waar ook Stedelijk Museum-directeur Ann Goldstein vandaan komt.

De König-familie is spin in het web van de Duitse kunstwereld - de befaamde kunstboekhandel Walther König is van zijn broer, zijn zoons hebben vooraanstaande galeries in Berlijn en New York.

undefined

Meer over