Atoomterrorisme is niet denkbeeldig

Zowel de VS als de Pakistaanse elite onderschatten volgens Pervez Hoodbhoy de kans dat fanatici atoomwapens in handen krijgen...

Pervez Hoodbhoy de kans dat fanatici atoomwapens in handen krijgen.

De uitspraak van Mohammed ElBaradei, het hoofd van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), over de gerede kans dat de 30 à 40 kernkoppen van Pakistan in handen komen van extremisten, heeft in dat land een storm van protest ontketend. Volgens veel Pakistanen is de kans dat dit gebeurt helemaal niet zo groot als ElBaradei veronderstelt.

De Divisie Strategische Plannen (DSP) van het Pakistaanse leger heeft namelijk laten weten dat de ‘kroonjuwelen’ in veilige handen zijn. Nog onlangs heeft deze toezichthouder hiervoor 100 miljoen dollar uit Washington ontvangen.

Na 11 september 2001 zijn geregeld Pakistaanse officieren naar de Verenigde Staten afgereisd om te worden getraind in het beveiligen van nucleaire technologieën. Hoe succesvol deze zijn geweest, is moeilijk te zeggen vanwege de geheimzinnigheid die dit onderwerp omringt. In ieder geval maakt de DSP met powerpointpresentaties en rondleidingen over militaire bases goede sier bij buitenlandse bezoekers.

Zo wist zij de Amerikaanse senator Joseph Lieberman, voorzitter van de commissie voor Binnenlandse Veiligheid en Regeringszaken, te overtuigen van haar inzet: ‘Het heeft mijn vrees weggenomen en dat zal ik het Congres laten weten’, zei hij na een ontmoeting met het hoofd van de DSP.

Wie moeten we nu geloven?

ElBaradei beziet de situatie breder dan Lieberman, die vooral keek naar het effect van de trainingen. Pakistan radicaliseert – het extremisme heeft zelfs wortel geschoten in leger en inlichtingenapparaat. Dat sommige afdelingen van het leger in oorlog zijn met andere, is onlangs manifest geworden. Sommige van de recente zelfmoordaanslagen waren duidelijk door insiders gepleegd. Dit heeft een enorm demoraliserend effect op de militaire top. Zo was de inlichtingendienst ISI nog niet bekomen van een bloedige aanslag op een van haar – onopvallende – bussen vol eigen werknemers, of een volgende bus werd opgeblazen bij het binnenrijden van het terrein van het ISI-hoofdkwartier.

Daarna werden de elitetroepen van het leger getroffen door een aanslag van iemand die zelf een militaire achtergrond had. En nog maar pas geleden werden zes Pakistaanse Al-Qaida-verdachten opgepakt omdat ze militaire doelen wilden treffen met zelfmoordaanslagen. Hun leider, Ahsan-ul-Haq, bleek een voormalige hoge militair te zijn en het brein achter de aanslag van 1 november op een bus van de luchtmacht.

Inmiddels zijn veel militairen bang geworden. Veel officieren lopen alleen nog in uniform als ze dienst hebben, rijden in gewone auto’s en worden beveiligd door bewakers in burgerkleding.

De vraag is nu of dit ertoe kan leiden dat officieren die nu verantwoordelijk zijn voor een bepaald onderdeel van de atoomwapens, door samen te werken in staat zijn een complete kernbom samen te stellen en aan te bieden aan bevriende jihadisten.

Veel hangt af van de toegankelijkheid van wapenlaboratoria en productiefaciliteiten. De slonzige werkcultuur die daar heerst, doet vermoeden dat de afgelopen 25 jaar niet precies is bijgehouden wie er allemaal zijn in- en uitgelopen. Dus kan men niet met zekerheid stellen dat er geen kleine, doch essentiële hoeveelheden hoogverrijkt uranium naar buiten zijn gesmokkeld. Dit, en de radicalisering onder de bevolking, doet het ergste vrezen. Niettemin leven Pakistanen in een staat van ontkenning. Zelfs nu het aantal zelfmoordaanslagen stijgt, blijft kritiek op extremisten taboe. De meerderheid van de bevolking schrijft recente terreuraanslagen – zoals de moord op Bhutto – toe aan de regering van Musharraf.

Deze waanideeën zullen snel uiteenspatten. Zonder twijfel zullen wij binnenkort zien dat ElBaradei ons terecht heeft gewaarschuwd.

Meer over