Ateret Cohanim eist stukje bij beetje Jeruzalem op

Ateret Cohanim, een groep joodse activisten, wil stukje bij beetje het Palestijnse deel van Jeruzalem terugvorderen. Nu is Abu Dis aan de beurt, de Palestijnse wijk huivert....

Op een kale heuvel in Abu Dis, een Palestijnse buitenwijk van Jeruzalem, gaapt een groot gat in de massieve betonnen muur die Israin de stad aan het plaatsen is. Hier zijn vorig weekeinde vier joodse families komen wonen, kolonisten worden ze genoemd door hun buren. De nieuwkomers hebben zich verschanst in het oude Arabische huis waaraan een wachttoren is toegevoegd van waaruit gewapende bewakers de buurt nu gadeslaan.

'Dit is joods land dat in de jaren '20 is gekocht', zegt Daniel Luria, de woordvoerder van de groep gelovige joodse activisten, Ateret Cohanim, die zich inzetten voor de 'redding' van joods Jeruzalem. Abu Dis is het nieuwste stuk in het 'Jeruzalem schild' dat moet voorkomen dat de stad ooit weer gespleten wordt in een joods en een Palestijns deel. 'Jeruzalem is onze eeuwige ongedeelde hoofdstad en wij kunnen wonen waar we willen', zegt Luria.

De aanwezigheid van de groep gelovige en gewapende joodse activisten doet de Palestijnse buren echter de angst om het hart slaan. 'Ze kwamen naar ons toe en zeiden dat als er ook maar een klein probleem zou zijn, er bloed zou vloeien', vertelt Zayn Ouheish, de directe buurvrouw. Haar 7-jarige zoontje Mohammed kruipt tegen haar aan op de binnenplaats van hun huis. 'Ik ben bang dat de kleintjes stenen gooien, zelfs al is het naar een mus, en dat er dan doden vallen', zegt Zayn.

De familie Ouheish en ook de andere buren, de Halabiyehs aan de overkant, zitten nu in een dilemma wat betreft de muur. Zayns man Hassan heeft maanden geleden een petitie gericht aan het Hoge Gerechtshof waarin hij eist dat het betonnen gevaarte niet over zijn land, vlak langs zijn huis, komt te lopen. Het Hof heeft de bouw op dat deel van het traject tijdelijk stilgelegd, zegt zijn advocaat Mohammed Dahleh.

Zayn, haar kinderen en ook de Halabiyehs hopen nu echter dat de muur toch komt te lopen op het stukje van zo'n twintig meter tussen hun huis en dat van de joodse activisten. 'Ik heb liever de muur daar dan de kolonisten met hun wapens', zegt Zayn. 'Als er een muur staat kunnen de kinderen in ieder geval veilig buiten spelen.'

Dahleh, die niet zoveel successen boekt in zijn strijd tegen de muur noemt het 'ironisch' dat de familie nu misschien wel de betonnen barri op hun land wil hebben. 'Toen ik de petitie voor hen indiende, hadden ze nog Palestijnse buren.'

De Palestijnse buurman heeft volgens Zayn het huis 'verkocht aan de joden'. De hele buurt is woedend op hem. 'Hij is erger dan de joden', zegt ze. Ze wil gewoon niet met de nieuwe buren wonen. 'Het zijn geen buren, het zijn vijanden, ze hebben wapens en ze maken problemen.'

Volgens Dahleh heeft de groep, Ateret Cohanim, een proces gevoerd tegen de Palestijnse bewoner om hem uit zijn huis te krijgen. Ze zouden het gewonnen hebben. 'Die Palestijnse bewoner heeft daarna misschien wat geld gekregen om zonder verdere problemen te vertrekken.'

De 20-jarige Jumana Halabiyeh zit op het balkon van haar huis met haar dochtertje van nog geen jaar op de schoot, ze wil niet in de tuin aan de andere kant zitten, want dat is in het zicht van de nieuwe buren.

'Zondagnacht was het opeens een enorm kabaal', vertelt ze. 'Honderden joden met politieagenten en het leger verschenen naast ons. Ze dansten en zongen en ze hadden allemaal spullen bij zich voor het huis.' De vier zonen van de buurman waren aanwezig voor de overdracht, zegt ze. 'Ze stonden klaar met de sleutel, ze wisten er duidelijk van en er waren geen problemen.'

Luria van Ateret Cohanim zegt dat de hele heuvel, inclusief de huizen van de Ouheish en de Halabiyehs,joods bezit is uit de jaren '20. Het stuk waar de activisten zich nu gevestigd hebben valt echter binnen de gemeentegrenzen van Jeruzalem, zegt hij, de rest niet. Vandaar ook de route van de muur, om de nieuw joodse huizen heen. Hij zegt dat de beweging hoopt er een buurt van enige honderden woningen te bouwen.

Ateret Cohanim is al meer dan tien jaar bezig joods gebied in Jeruzalem 'terug te claimen', vertelt Luria. In de moslim-en christelijkewijken van de oude stad wonen nu tegen de tweeduizend joden, op de Olijfberg heeft de beweging tussen de Palestijnse bevolking meer dan vijftig apartementen geplaatst en ook in de 'oude jemenitisch-joodse wijk' waar de joden in de jaren '20 en '30 verjaagd werden en wat nu de Arabische buurt Silwan is, heeft Ateret Cohanim activisten neergezet.

Hoewel, Luria ontkent dat het activisten zijn. 'Het zijn gewone mensen die in hun buurt willen wonen en geen gedoe willen hebben.' Zelf willen ze dan ook nauwelijks met de pers praten.

Dahleh zegt dat er iedere week wel een geval is waar hij moet verschijnen omdat joodse activisten ergens in Jeruzalem een Palestijns huis willen betrekken. 'Vaak hebben ze papieren die volgens mij vervalst zijn. De politie doet niets, die helpt ze. Een paar weken geleden had ik een bevel van de rechtbank om de kolonisten te verwijderen uit een huis en dat weigerde de politie zelfs.' De politie van Jeruzalem kon niet bereikt worden voor commentaar.

Dahleh is verontwaardigd over wat hij de discriminatie in het systeem noemt. 'Zij claimen wel eigendommen die honderd jaar geleden joods zouden zijn geweest, maar veel Palestijnen hebben nog bezit in West-Jeruzalem dat ze nooit terugkrijgen.'

Luria zegt dat hij tegen muren is en voor de het samenleven van alle geloofsgroepen in Jeruzalem. 'Als Palestijnen echt rechten hebben op bezit in het Westen moeten ze de kans krijgen dat deels terug te eisen. Aan de andere kant is er geen morele gelijkheid tussen de twee gevallen.'

Meer over