rechtbankverslag

Astrid Holleeder: ‘Ik hou nog steeds van mijn broer’

Willem Holleeder werd op 4 juli 2019 veroordeeld tot levenslang voor betrokkenheid bij vijf liquidaties en een poging daartoe. In het hoger beroep, dat al een jaar loopt, werd Holleeders zus Astrid dinsdag voor het eerst weer openbaar verhoord. ‘Ik had ook met schaamte te maken.’

Raadsheer J.W.H.G. Loyson, voorzitter R.P. den Otter en raadsheer R. Kuiper in rechtbank op Schiphol. Beeld ANP
Raadsheer J.W.H.G. Loyson, voorzitter R.P. den Otter en raadsheer R. Kuiper in rechtbank op Schiphol.Beeld ANP

De voorzitter van het gerechtshof dinsdagochtend, nadat het hof Peter R. de Vries heeft herdacht: ‘Het ging er stevig aan toe op eerdere zittingen. Voor ons is glashelder dat er emoties zijn bij u, mevrouw Holleeder, en bij u ook, meneer Holleeder. Ik vind het belangrijk dat iedereen zich vandaag fatsoenlijk gedraagt.’

Astrid Holleeder (AH), vanuit de afgeschermde getuigencabine in de extra beveiligde rechtbank op Schiphol: ‘Ik zal proberen me niet te laten leiden door emoties.’ Geëmotioneerd: ‘Het blijft voor mij een emotioneel vraagstuk. Dat heeft ermee te maken dat je samen bent opgegroeid. Ik heb ook begrip voor mijn broer, hij groeide op in een wereld waarin hij zich moest verdedigen. Dat maakt het juist zo moeilijk. Ik vraag me nog steeds af: wat had ik anders of beter kunnen doen, waardoor er minder van dit soort excessen (liquidaties, red.) waren geweest?’

Hof: ‘In het liquidatieproces Passage bent u in 2015 ook verhoord. Daarbij heeft u niet de hele waarheid verteld, bijvoorbeeld wie de bestuurder was op de motor bij de liquidatie van Cor van Hout. Zijn er meer onderwerpen waarover u niet de waarheid heeft gesproken?’

AH: ‘Nee, ik vind dat een rare vraag.’

Hof: ‘Wanneer ontstond bij u voor het eerst het besef dat uw broer betrokken was bij liquidaties?’

AH: ‘Bij de eerste aanslag op mijn zwager, Cor van Hout. Daarvoor dacht ik nooit aan een wereld waarin je elkaar kunt afschieten. Je dacht: onder elkaar zijn wij allemaal goed, het was wij tegen de rest van de wereld. Na die eerste aanslag op Cor, in 1996, denk je nog: oké, er is nu een vijand, ergens anders. Later, toen mijn broer me ging vragen: “Waar is Cor?”, toen kwam dat besef dat hij ermee te maken had.’

Hof: ‘Wat vertelde uw broer over de liquidatie van Sam Klepper?

AH: ‘Dat het uit eigen hoek kwam, en dat mijn broer geld ging afpakken. Dat hij Sam Klepper samen met John Mieremet buitenspel had gezet. Mijn broer vond Klepper een kankerhond. Met Mieremet was hij heel goed, dat was gezellig.’

Hof: ‘U heeft verklaard dat Mieremet en Klepper volgens uw zwager Cor van Hout op zijn bezittingen uit waren. Hoe weet u dat?’

AH: ‘Omdat mijn zusje Sonja met Cor ging, was ik automatisch ook altijd bij Cor. Mijn broer kwam daar tot die eerste aanslag op Cor ook altijd. Ik ging ook met Sonja en Cor op vakantie. Ik had met Cor meer contact dan met mijn broer. Cor was er heel emotioneel over dat Willem de andere kant, die van Klepper en Mieremet, had gekozen. Dat kwam vaak ter sprake. Dan liet hij de kogelgaten in zijn lijf zien, en zei Cor tegen zijn kinderen: Dat heeft je oompje gedaan.’

Hof: ‘Wat was voor Cor van Hout aanleiding om uw broer van de aanslag op hem te verdenken?

AH: ‘Cor stond in het milieu dicht bij criminele bronnen. We hadden eens een heel ontspannen moment – ik zat op Cor, ik masseerde zijn rug. Dan kom je weer bij die kogelgaten, en dan vertelde hij mij hoe het zat.’

Aanklager Koos Plooij: ‘Wat was nou de strekking van wat Cor van Hout u zei?’

AH: ‘Dat mijn broer achter de aanslag zat. Dat hij naar Mieremet en Klepper was overgelopen. Het was mijn broer hè; ik had ook met schaamte te maken.’

Plooij: ‘Schaamte?’

AH: ‘Ik schaam me al vanaf de dag dat (door onder anderen Willem Holleeder en Cor van Hout, red.) Heineken was ontvoerd. Ik voelde me daar niet lekker bij. Wij hadden een gesloten familiecultuur. Hoe ga je zo’n gevoel van schaamte met die familiecultuur verenigen?’

Hof: ‘U leefde in angst na die aanslag op Cor van Hout. Wat maakte dat u angstig was?’

AH: ‘Ik moest zeggen waar Cor was, anders zou er een raket bij mijn zusje naar binnen gaan. Ik werd voor een duivels dilemma geplaatst – ik hou van mijn broer en ik hou van Cor. Als normale mensen in een familie ruzie hebben, zit je er ook tussenin. Maar hier ging het om leven en dood. Dit was niet met een goed gesprek op te lossen. Cor is beschoten met zijn vrouw en kind in de auto. Dat Richie dat heeft overleefd, is een wonder. Je komt in de gekke situatie dat je je broer en zwager tegen elkaar wilt beschermen. Ik wilde niet dat mijn broer doodging, en ook niet dat Cor doodging. Als Cor iets tegen mijn broer had gedaan, was ik ook opgestaan om tegen Cor te getuigen.’

Hof: ‘U heeft eerder onder ede gelogen. Wordt nu nog door u onder ede gelogen over de erfenis van Cor van Hout?’

AH: ‘Ik zou niet weten wat mijn belang zou kunnen zijn. Ik heb geen financieel belang. Ik heb alleen maar verlies geleden. Ik was de enige met een normaal inkomen. Ik had daar meer dan genoeg aan. Ik wilde niet dat mijn broer profiteert van Sonja en Cors erfenis.’

Hof: ‘Ik merk aan u: het zit u heel hoog.’

AH: ‘Ik snap niet wat dit te maken heeft met de liquidaties op Kees Houtman, Willem Endstra, Cor van Hout.’

Hof: ‘Op de opnames heeft uw broer een andere lezing over die erfenis dan Sonja Holleeder. U spreekt uw broer daarbij niet tegen.’

AH: ‘Ziet u mij ooit mijn broer ergens tegenspreken? Als je een andere mening hebt, ben je tegen hem, en dan is het met je gebeurd. Als ik een redelijk gesprek met hem had kunnen voeren, dan had ik hier nu niet gezeten. Je kan met hem nergens over praten, dat is het hele probleem. Als je een ander standpunt hebt, ben je een debiel of een mongool. Heeft u hem weleens tegen mijn zusje gehoord? Hoe hij haar tanden uit haar bek zal slaan?’

Hof: ‘Over vastgoedmagnaat Jan-Dirk Paarlberg zou uw broer volgens u hebben gezegd: die gaat niet praten, die is bang, vooral voor zijn kind. Hoe weet u dat?’

AH: ‘Dat heeft mijn broer me zelf verteld.’

Hof: ‘U had de verklaringen van kroongetuige Fred Ros in het Passageproces ingezien, en geoordeeld dat uw broer daar weinig last van zou hebben.’

AH: ‘Het is niet ongewoon dat je van collega-advocaten te horen krijgt wat in een dossier speelt. Ik heb van Cor het sectierapport gekregen terwijl ik niet in die zaak zit. De verklaringen van Fred Ros kwamen bij de advocaat van mijn broer terecht, terwijl mijn broer niet in die zaak zat.’

Hof: ‘In de gevangenis leverde u mappen bij uw broer in, die we de media-mappen noemen, met artikelen uit de media. Waarom wilt u niet gewoon vertellen wie u hielp bij het printen van al die artikelen?’

AH: ‘Serieus? Als u deze vraag stelt, weet u niet hoe mijn broer omgaat met mensen. Ik ga voor mijn verklaringen een prijs betalen. Ik ga geen anderen noemen en hen ook in gevaar brengen. Ik doe hier niet aan mee. Sommige namen ga ik gewoon niet noemen.

Hof: ‘De aard van het onderwerp komt op mij over als iets heel onschuldigs, het printen van een paar mappen.’

AH: ‘Alles wat in mijn omgeving is, wil ik afschermen. Ik ga niet nog meer mensen in gevaar brengen, Dat is het hele probleem met verklaren: ik ben zo volledig mogelijk. En als ik dat niet ben, is het om anderen te beschermen. Als mijn broer op kantoor kwam, sloeg hij mijn secretaris neer. Hoe gek wil je het hebben?’

Willem Holleeder: ‘Dat is niet waar!’

Hof: ‘Meneer Holleeder!’ (De voorzitter schudt zijn hoofd). ‘Mevrouw Holleeder, u zei bij de rechter-commissaris dat uw broer geld had liggen bij uw moeder.’

AH: ‘Dat was voor zijn dagelijks onderhoud. Hij had veel geld, elders. Toen heb ik de Criminele Inlichtingen Eenheid gebeld om ze op het spoor van dat geld te zetten. Want als dat geld weg is, kon hij geen liquidatie betalen. Míjn liquidatie hè. Dat hielp niet, de Criminele Inlichtingen Eenheid kon niks doen. Ik heb geen geld van mijn broer, ik wil geen geld van hem, ik ben helemaal klaar met dat geld van hem. Sorry dat ik geïrriteerd klink, ik ben moe, het heeft niks met u te maken, voorzitter. Als ik geïrriteerd raak, kan ik me niet meer beheersen.’

Hof: ‘Op 2 november 2005 werd John Mieremet geliquideerd. Heeft uw broer daar iets over gezegd?’

AH: ‘Opgeruimd staat netjes.’

Meer over