Asjemenou

Elke week melden zich 25 Nederlanders met een recordpoging bij het Guinness Record Boek. De redactie is streng: van alle paalzitters en wurmeneters dringt maar een fractie door in het Boek der Boeken....

door Bert Wagendorp

HIERBIJ doet de Volkskrant een poging in de volgende editie van het Guinness Record Boek te komen. (Meeste z-en achter elkaar aller tijden ter wereld in een landelijk verschijnend dagblad.) Helaas. Marjolein Schurink, eindredactrice van de Nederlandse uitgave van het GRB, is onverbiddellijk. 'Zo'n record is te flauw voor woorden. Dat komt er niet in. Het daagt andere mensen niet uit, en dat is een belangrijk criterium. Records moeten voortkomen uit een bepaalde drang. Er moet enthousiasme uit spreken, mensen moeten er echt iets voor doen.'

Je moet dus bijvoorbeeld, zoals Kevin Thackwell uit Stoke-on-Trent in 1999 presteerde, vanuit een zeker enthousiasme 116 wasknijpers aan je gezicht bevestigen. Of, zoals Arulanathan Suresh Joachim (Sri Lanka), zeventig uur en veertig minuten op één been gaan staan.

Je kunt ook besluiten alle getallen van 1 tot 1000.000 te gaan uittikken, een zware taak die in 1998 - na zestien jaar nijver doorrammelen op een ouderwetse typemachine - werd voltooid door Les Stewart uit Mudjimba Beach, Australië.

Want het grote uitgangspunt van het Guinness Record Boek luidt: iedereen kan een record breken. Als je maar wilt. Als je opname in het beroemdste recordboek ter wereld (de nieuwste editie telt 2.913.000 exemplaren, waarvoor 3575 ton papier en 59 ton lijm nodig was en die samen een stapel vormen van 67 kilometer hoogte of, achter elkaar gelegd, een slang boeken van 875 kilometer lengte) maar tot een echt levensdoel hebt gemaakt.

Dat soort mensen is er bij de vleet, zo blijkt. Iedere week komen er bij Marjolein Schurink gemiddeld 25 nieuwe Nederlandse recordmeldingen of aankondigingen van recordpogingen binnen. Schurink: 'Voor veel mensen betekent het heel veel om in het boek te staan. Het is toch een stuk erkenning.'

De historie van het Guinness Record Boek gaat terug tot 1951, toen Sir Hugh Beaver, directeur van de Guinness-brouwerij, tijdens de jacht in een discussie verzeild raakte over welke vogel sneller vliegt, het korhoen of de goudplevier (het korhoen, 70 kilometer per uur). Beaver besefte dat er een markt moest bestaan voor dergelijke weetjes, en in 1955 verscheen de eerste verzameling daarvan: het fenomeen Guinness Book of Records was geboren. De totale oplage bedraagt sindsdien meer dan negentig miljoen exemplaren, in 23 talen - het meest verkochte boek waarop auteursrecht rust ter wereld aller tijden.

Er bestaat dus kennelijk een grote behoefte aan de onuitputtelijke lijst absurditeiten - afgezien van de reguliere sportrecords die er óók in staan - die het GRB welbeschouwd is. Marjolein Schurink verbaast zich daar ook weleens over. 'Je denkt vaak: Dat het bestáát.' Eigenlijk, vindt Schurink, is het GRB één grote ouderwetse Wist-u-dat rubriek. Schurink: 'Van die weetjes die leuke gespreksstof opleveren tijdens feestjes.' Al moet ook de eindredactrice er niet aan denken een hele avond te moeten doorbrengen naast een wist-je-datjes spuiende echte GRB-adept.

(Langste vingernagel: Shridar Chillal (Poona, India): 6.15 meter. Langste snor: Kalyan Ranji Sainuit (Sundargarth, India): 3.39 meter spanwijdte. Man met langste baard: Hans Langseth (VS): 5.33 meter. Vrouw met langste baard: Janice Devereen (VS): 36 centimeter.)

Sinds twee jaar neemt het GRB weer nieuwe records op. Daarvoor bestond het boek een aantal jaren uit een vaste lijst records die voor verbetering in aanmerking kwamen. De nieuwe records openden nieuwe perspectieven, die het adagium dat iedereen een record kan vestigen weer binnen het bereik van een grotere groep potentiële recordvestigers bracht. Schurink is blij met de democratisering: 'Het vestigen van een record moet voor iedereen bereikbaar blijven.'

Nederland blijkt een land van recordfanaten. Op de lijst van recordbrekende landen neemt ons land de negende plaats in. Schurink constateert binnen Nederland 'een steeds sterkere drive om ervoor te gaan'. Waar die drive precies uit voortkomt, weet ze ook niet.

Marco Oosterbroek uit Borne eigenlijk ook niet. Terwijl hij toch sinds augustus dit jaar wereldrecordhouder buikschuiven is, met de imponerende afstand van 49,45 meter. Het buikschuiven rukt op in Twente, en vindt plaats op een met zeep ingesmeerde baan. Deelnemers aan het buikschuiven nemen een aanloop van tien meter, en trachten vervolgens op de buik zo ver mogelijk te schuiven.

Het oude record, zoals opgenomen in het GRB 2001, stond met 39,33 meter op naam van F. Janné uit Oldenzaal, en werd in 1999 gevestigd in Reutum, het Twentse buikschuifmekka. Bij zijn derde poging verbeterde Marco Oosterbroek het record in dezelfde plaats afgelopen zomer dus met ruim tien meter.

En nu komt hij in de volgende editie van het GRB, als het record tenminste voor die tijd niet wordt verbeterd. Is hij trots? 'Zo'n record staat, voorlopig. Dat pakken ze je niet meer af. Al kan het nog veel verder.' Is hij definitief gegrepen door het buikschuiven? 'Als er ergens buikschuiven is, ga ik er voortaan wel heen, ja.' Heeft het Guinness-record hem beroemd gemaakt? 'Ik hoor weleens mensen zeggen: Kijk, dat is die jongen van het buikschuifrecord.' Als tip voor aankomende buikschuivers wil Oosterbroek nog wel kwijt dat een flinke bierbuik de prestatie ten goede komt.

Marjolein Schurink: 'Zo'n record betekent voor veel mensen toch de bekende five minutes of fame.'

En die beroemdheid wordt niet alleen mondiaal bevorderd door het boek, maar ook door de onlangs in het leven geroepen record-site van Guinness (www.guinnessworldrecords.com) waarop, in de rubriek Daily Wow bijvoorbeeld, opmerkelijke zaken vallen te lezen. Zoals het wereldrecord van Mark Hogg (42, Louisville, VS), die op 19 november 1998 binnen dertig seconden 62 levende wormen verorberde.

Mevrouw Joke Berkelder-Beekman uit Ulft (58) is, zo blijkt uit het GRB 2001, in het bezit van het Nederlands ('en Belgisch') record operaties.

- Mevrouw Berkelder, mogen wij u hartelijk feliciteren met uw 110 operaties?

'Dankuwel. Ik sta overigens inmiddels op 111. Dat komt er in 2003 in. Dit record dateert van vorig jaar, toen ik van 107 op 110 ben gekomen.'

- Had u verwacht recordhoudster te zullen worden?

'Ik was 13 toen ik voor het eerst werd geopereerd, toen ik uit de verdoving ontwaakte was ik trouwens 14. Dan verwacht je natuurlijk nog niet dat het er zoveel zullen worden. Dat heb je niet zelf in de hand.'

- Hoe bent u in het boek terechtgekomen?

'Degene die me opereerde in het St. Jozefziekenhuis in Doetinchem zei: bij de honderdste operatie geef ik je op voor het Guinnessboek. Dat heb ik maar toegelaten. Het is toch wel aardig. Dat vind ik echt ja. Zonder die operaties had ik jaren geleden al in een rolstoel gezeten, was ik er misschien niet eens meer geweest. Nu heb ik een eigen netwerk van spieren en pezen. Met twee krukken en mijn scootmobiel, ben ik nu nog redelijk mobiel. Dat vind ik wel een aparte vermelding waard.'

- Het waren, mogen wij hopen, toch niet allemaal loodzware operaties?

'Van de 111 waren er elf kantjeboord.'

- Is het niet een beetje vreemd om met zoveel ellende in een recordboek te staan?

'Nee. Ik hoop dat andere mensen er moed uit kunnen putten. Dat ze beseffen dat de dingen tegen kunnen zitten, maar dat je daarom nog geen zielig figuur hoeft te zijn. Hier in de seniorenflat hebben de mensen veel bewondering voor mij. Ik ben een sterk mens.'

- Kunnen wij nog een verdere aanscherping van het record tegemoet zien?

'Ik hoop het niet. Ik heb er onderdehand wel genoeg van. Maar ik ben momenteel weer aan het dokteren, en als een operatie straks weer noodzakelijk is, dan moet het maar. Ach, er treedt een zekere gewenning op.'

HET wereldrecord zit er voor mevrouw Berkelder hopelijk niet in. Dat staat namelijk op naam van Charles Jensen uit Chester, South-Dakota (VS), die tussen 1954 en 1994 970 operaties onderging.

Iedereen kan een record breken, zij het dat er natuurlijk minder slopende methoden zijn dan die van mevrouw Berkelder of de heer Jensen. Nick Vermeulen, voorheen Wormerveer, tegenwoordig woonachtig in Vietnam, spaart bijvoorbeeld kotszakken van luchtvaartmaatschappijen. Hij heeft er inmiddels 2543 van 470 verschillende bedrijven. Op de Guinness-site legt hij kernachtig uit wat hem drijft.

'Iemand moet het doen.'

Natuurlijk moet iemand het doen. Iemand moet alle uitvoeringen van de melodie La Paloma van Sebastian Yradier bij elkaar proberen te krijgen (Patrick Szpak uit Hasselt, België: 652). Iemand moet zich aan de vrij hopeloze taak zetten alle ansichtkaarten van de wereld te verzamelen (W.H. Gosselt, Oldenzaal: 184.852). Het is even onvermijdelijk als intrigerend dat iemand wordt gegrepen door het bijeenbrengen van zoveel mogelijk puntenslijpers (mevrouw M. Prudon-de Jong, Den Helder: 6618), bierviltjes (E.A. Ligterink: 77.795) of suikerklontjes (Jeanne Menten uit Okselaar-Zichem, België: 24.258).

Het is ook een mooie beloning voor nijver doorzetten, als je met zo'n record in het GRB komt - wat niet zeker is, want van alle verzamelaars die zich aanmelden, haalt tragisch genoeg tweederde het boek níet.

Het volslagen absurde boek dat niettemin kennelijk velen van ons - te lui of niet fantasierijk genoeg om zelf naar een bijzonder record te streven - fascineert. De oplage van de Nederlandse editie bedraagt per slot van rekening niet voor niets twintigduizend exemplaren à fl 49,90 per stuk.

Waarvan er minstens één gekocht gaat worden door Marc Baldewijns uit Antwerpen. Hij bezit inmiddels al 273 verschillende edities uit 29 landen: wereldrecord.

Marjolein Schurink: 'Nee. Afgewezen.'

Meer over