Nieuws

Artsen verruimen richtlijnen euthanasie: ‘Een duidelijk signaal: dit is geen moeras, dit mag zo’

Artsenorganisatie KNMG verruimt de richtlijnen rondom euthanasie bij mensen met vergevorderde dementie. Artsen zijn bij een schriftelijke wilsverklaring niet meer verplicht om bij de patiënt te checken of hij inderdaad dood wil, als hij zo diepdement is dat hij niet meer kan communiceren.

Maud Effting
In het verleden verkeerden artsen die euthanasie wilden verlenen aan diepdemente patiënten soms in onzekerheid, omdat de beroepsnormen niet overeenkwamen met de wet. Met het nieuwe standpunt krijgen artsen meer rugdekking. Beeld ANP / Hans van Rhoon
In het verleden verkeerden artsen die euthanasie wilden verlenen aan diepdemente patiënten soms in onzekerheid, omdat de beroepsnormen niet overeenkwamen met de wet. Met het nieuwe standpunt krijgen artsen meer rugdekking.Beeld ANP / Hans van Rhoon

Dat blijkt uit het KNMG-standpunt Beslissingen rond het levenseinde dat woensdag verschijnt. Eerder waren de normen van de KNMG strenger dan de wet. Het standpunt van de artsenorganisatie was tot nu toe altijd: geen communicatie, geen euthanasie.

Volgens de nieuwe beroepsnormen moet een arts wel nog steeds probéren om met de patiënt te praten over zijn of haar euthanasiewens. ‘Je hebt een inspanningsverplichting om te communiceren’, zegt voorzitter René Héman van de KNMG. ‘Maar soms lukt dat dus niet.’

Daarnaast mogen artsen ‘in uitzonderlijke situaties’ bij een ernstig dementerende patiënt ook van tevoren slaapmiddel toedienen zonder hierover te communiceren, als ze inschatten dat de patiënt agressief of onrustig wordt. ‘Dit is normaal medisch handelen’, aldus Héman. ‘Als een arts dit nodig vindt, kan hij dit uitvoeren. Als iemand voor een operatie gespannen is, kan hij ook een tabletje krijgen.’ Wel moet de arts volgens de KNMG ook hier altijd proberen met de patiënt te praten.

De artsenorganisatie past haar normen aan na de uitspraak van de Hoge Raad in 2020, waarin de rechter nog eens expliciet benoemde dat deze manier van handelen binnen de euthanasiewet valt. In het verleden verkeerden artsen die euthanasie wilden verlenen aan diepdemente patiënten soms in onzekerheid, omdat de beroepsnormen niet overeenkwamen met de wet, zo blijkt uit gesprekken van de Volkskrant met artsen. Zij voelden zich kwetsbaar, omdat ze tuchtrechtelijk aan te pakken waren.

Omstreden

De nieuwe normen zijn omstreden bij een deel van de artsen. In 2017 ontstond onrust na de zogeheten ‘koffie-euthanasie’: een specialist ouderengeneeskunde had bij haar diepdemente patiënte een slaapmiddel in de koffie gedaan vlak voor de euthanasie. Een groep artsen begon daarop de actie ‘Niet stiekem bij dementie’ en plaatste een paginagrote advertentie in NRC. Daarin stelden ze dat ze geen dodelijke injectie wilden geven ‘aan iemand die niet kan bevestigen dat hij dood wil’. De desbetreffende arts, Marinou Arends, werd later vervolgd en beschuldigd van moord door justitie. De rechter maakte echter korte metten met de beschuldigingen. Ook de Hoge Raad oordeelde dat ze juist had gehandeld.

Rene Héman (l), voorzitter van de KNMG, en Kees van Gelder, specialist ouderengeneeskunde. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Rene Héman (l), voorzitter van de KNMG, en Kees van Gelder, specialist ouderengeneeskunde.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De KNMG deed drie jaar over het wijzigen van haar standpunt. Daarvoor werden meerdere groepen artsen, patiënten en het Openbaar Ministerie geraadpleegd. ‘Dit is ingewikkeld geweest’, erkent Héman. ‘Het heeft discussie opgeleverd. Maar deze normen worden gedragen door de beroepsgroep.’ Volgens hem is ook met de artsen van de advertentie gesproken.

‘Het is van belang voor artsen om rugdekking te krijgen’, zegt Héman. ‘Euthanasie is emotioneel zeer belastend. Er zijn maar weinig artsen bereid om euthanasie uit te voeren bij vergevorderde dementie. En dat aantal wordt steeds kleiner. De druk op hen neemt steeds meer toe.’

De KNMG zegt naar aanleiding van de gesprekken met ouderen ook opnieuw te gaan praten met notarissen. Zo bleek dat ouderen soms denken dat hun euthanasie is ‘geregeld’ is als ze hun wensen hierover bij de notaris hebben vastgelegd in een levenstestament. ‘Dat kan niet’, zegt Héman. ‘Dat moet altijd bij een arts.’ Volgens de nieuwe richtlijnen kunnen artsen ‘overwegen’ een euthanasieverzoek niet in te willigen als het nooit is besproken met een arts.

Meer houvast

Specialist ouderengeneeskunde Kees van Gelder, die in zijn carrière meermaals euthanasie bij patiënten met vergevorderde dementie uitvoerde, is blij met de nieuwe richtlijnen. ‘Dit was nodig’, zegt hij. ‘De wet was glashelder, maar de artsen die zich hiermee bezighouden, hadden meer houvast nodig op de inhoud van hun beroepsorganisatie. Deze richtlijnen zijn een duidelijk signaal naar dokters: dit is geen moeras. Dit mag zo.’

Het proces naar een euthanasie bij vergevorderde dementie kost soms een half jaar, zegt hij. ‘Ik probeer met iedereen te praten en ik wil graag dat iedereen meedenkt. Het raakt mij als dokter erg als ik een patiënt zie die zo ver in zijn denken is verdwaald dat hij heel diep lijdt. Als dokter probeer je alles te doen om dat lijden te verzachten. Maar als dat niet lukt, moeten we proberen het voor de patiënt te regelen zoals hij het zelf heeft gewild.’

Jaarlijks komt euthanasie bij vergevorderde dementie slechts enkele keren voor. Van Gelder verwacht dat het aantal euthanasieverzoeken op basis van schriftelijke wilsverklaringen zal toenemen. ‘Sommige familieleden zijn daar heel pro-actief in. Soms komen ze bij de eerste ontmoeting al met de wilsverklaring. Ik begrijp dat wel.’

Een belangrijke eis voor euthanasie bij vergevorderde dementie is dat de patiënt ondraaglijk lijdt. Dit lijden verdwijnt soms als de dementie voortschrijdt. ‘De familie vindt het vaak ontluisterend om te zien hoe hun geliefde is geworden, zegt Van Gelder. ‘Maar dat is hún lijden. Volgens de wet is euthanasie in zo’n situatie niet mogelijk. Ik denk ook dat geen dokter het over zijn hart kan verkrijgen om het te doen als iemand niet ondraaglijk lijdt.’

Niet meer dood willen

Bekend voorbeeld is D66-Kamerlid Machteld Versnel, zegt KNMG-voorzitter Héman. ‘Zij had vastgelegd dat ze euthanasie wilde als ze naar het verpleeghuis moest. Maar toen ze daar zat zei ze: ‘Dood? Nee, ik wil helemaal niet dood.’ Ze was mogelijk niet wilsbekwaam op dat moment. Maar als arts kun je op zo’n moment geen euthanasie meer uitvoeren.’

Communiceren met dementerende patiënten is complex en niet altijd eenduidig, zegt Van Gelder. ‘Ik heb een patiënte gehad met een schriftelijke wilsverklaring die steeds verder achteruitging in het verpleeghuis. Eerst dacht ze dat ze een jonge, zwangere vrouw was. Daarna kwam ze in de tijd dat ze een jonge moeder was. Tegelijkertijd zag ik dat ze ondraaglijk begon te lijden, omdat ze de controle verloor. Maar als ik vroeg of ze dood wilde, zei ze: nee, ik moet de kinderen van school halen. In haar gedachtewereld kon ze niet anders.’ Uiteindelijk voerde hij euthanasie uit. Het werd als zorgvuldig beoordeeld.

De KNMG zegt ook oog te hebben voor artsen die hier anders over denken. ‘De meerderheid van de artsen wil geen euthanasie geven bij vergevorderde dementie’, zegt voorzitter Héman. ‘Daar is ruimte voor. Euthanasie is geen verplichting.’ Wel heeft een arts een ‘morele en professionele verantwoordelijkheid’ om door te verwijzen als hij niet wil, stelt hij. Een arts moet helder zijn: ‘Je kunt niet eindeloos met iemand praten en dan op het moment suprême zeggen: ik voer nooit euthanasie uit.’