Artifact magisch en meeslepend

Nu is dit magistrale werk in Amsterdam te zien. Een gelukkig weerzien, want te lang lag dit ballet op de plank....

Artifact is een groots opgezet ballet dat met zijn vier acten, een verdeling in dans- en karakterrollen, met pas de deux voor solisten en ensembledelen voor het corps de ballet geheel de structuur van negentiende eeuwse balletten volgt. Het is dus een werk zoals dat doorgaans door deze groep wordt uitgevoerd.

Qua sfeer is Artifact echter zo eigentijds als wat, ook vijftien jaar na dato. Op dit meesterstuk - want dat is het - raak je niet snel uitgekeken en in deze uitvoering kwam het stuk eens te meer tot zijn recht.

Speciale glans eraan verleende Eda Holmes in haar gastrol van 'Figuur in historisch kostuum'. Met gestes die ontleend zijn aan de klassieke balletpantomime geeft ze Artifact de magie van een sprookjesballet, al gaat het stuk eigenlijk nergens over.

Betoverend is ook haar stem, die qua timbre verwant lijkt aan die van Laurie Anderson. Holmes spreekt de reeks van schaarse woorden die de rode draad in Artifact vormen - step inside, I hear what you say, you don't see what I hear, enzovoort - zo verleidelijk uit dat je je zonder meer laat meeslepen in de kunstig geconstrueerde beeldenstroom die afwisselend een rigide orde en dan weer een complete chaos toont.

In mijn beleving werd Artifact minder cerebraal, en daardoor meeslepender dan de vorige keer, maar minstens zo fascinerend. Dan roemde ik nog niet de complexe, tevens wonderschone dans met als hoogtepunt daarin de duetten, waarin nu vooral Sofiane Sylve en partner Gaël Lambiotte uitblonken; op en top Forsythe-dansers die de benen èn de alerte kop op de juiste plaats hebben zitten.

Vergeleken met deze belevenis is het Nederlandse debuut van de Chinese choreograaf Xinpeng Wang (1956) maar een onbeduidend voorvalletje. Wang danste jarenlang als solist bij de Beijing Central Dance Compagny, een op het Russische balletsysteem gebaseerde groep. Een danscursus in Duitsland bracht hem in aanraking met Westerse eigentijdse dans. Het neerslaan van de studentenrevolte in Beijing deed hem besluiten in Europa te blijven en hier als choreograaf aan de slag te gaan.

Een tragische vergissing lijkt dat, want uit zijn Adagio - dat hij voor Het Nationale Ballet maakte op een adagio uit Beethovens 9de Symfonie - blijkt niet hoe hij de Nederlandse danswereld kan verrassen. Braaf en ouderwets is dit ballet met twee hoofdparen en drie minder prominente danskoppels.

Zijn dat nu Adam en Eva, die atletische danser (Rubinald Rofino Pronk) en die frêle danseres (Igone de Jongh)? Een tweede paar heeft een dramatische functie, al wordt niet duidelijk waarom Enrichetta Cavallotti soms ineens als voor dood ligt. Nee, te onbestemd is dit ballet, dat ook te zwaar op de muziek leunt en toch Beethoven zwakjes doet klinken. De danstaal biedt evenmin iets interessants, geënt als hij is op het moderne ballet uit de jaren zestig en zeventig.

Van groter belang in dit Beethoven-dansprogramma is dan de reprise van Van Manens Adagio Hammerklavier. Over hoe het komt dat dit stuk na een kwart eeuw nog niets aan zeggingskracht verloor, kun je wel een essay schrijven. Hier volsta ik met te zeggen dat het goed vertolkt werd door Natalia Hoffman en Tamas Nagy als eerste en door Sabine Chaland en Wim Broecks als tweede paar. Onstuimig was Van Schayks 7e Symfonie. De jonge garde danste dit met zoveel elan dat het je zou ontgaan dat dit abstracte muziekballet met veertig minuten aan de lange kant is.

Meer over