Artiest heeft recht op bescherming van zijn werk

Het stond in bijna alle kranten: Het auteursrecht op de hit That's all right van Elvis Presley komt op 1 januari 2005 in Europa te vervallen....

Erwin Angad-Gaur

Het auteursrecht op muziek is geldig tot zeventig jaar na de dood van de langstlevende maker. Arthur Big Boy' Crudup, de componist van That's all right overleed in maart 1974, hetgeen betekent dat het auteursrecht op het liedje pas over veertig jaar verloopt.

Het gekke is echter dat het zogenoemde naburig recht, het eigendomsrecht van de platenmaatschappij op de opname en het eigendom van de artiest op zijn uitvoering wel na vijftig jaar komt te vervallen. En wel vijftig jaar na de eerste openbaarmaking van een opname. Voor het liedje That's all right zal dus nog veertig jaar auteursrecht voldaan moeten worden, maar de opname van Elvis kan als het auteursrecht betaald wordt zonder verdere toestemming van de familie Presley of de oorspronkelijke platenmaatschappij worden gebruikt.

Sterker nog: de enige die voor het gebruik van de opname zal moeten blijven betalen, is waarschijnlijk diezelfde oorspronkelijke platenmaatschappij aangezien vrijwel alle maatschappijen artiesten eeuwigdurend en wereldwijd aan zich binden; dat geldt dan dus ook voor de royalty-verplichting.

De vraag is of dit verschil tussen auteurs-en naburig recht redelijk is. Volgens de huidige regels zou een artiest zijn naburige rechten immers nog tijdens zijn leven kunnen verliezen. Artiesten als Britney Spears, Justin Timberlake, Jim, Jamai, maar ook bijvoorbeeld Micheal Jackson, Stevie Wonder en de nog levende Beatles hebben op een vrij jonge leeftijd hun eerste opnames gemaakt en zouden best vijftig jaar na die opnamen nog in leven kunnen zijn. De hiervoor genoemde regels betreffen niet alleen het recht van een artiest op een vergoeding, maar ook voor zijn recht om op te treden tegen verminkingen van zijn werk.

Dat de duur van intellectuele eigendomsrechten beperkt is, is niet meer dan redelijk. Er is geen enkele reden om geruime tijd na de dood van een kunstenaar en waarschijnlijk zelfs van zijn directe erven nog steeds beperkingen te stellen aan het gebruik van zijn werk. Vanaf een bepaald moment moet elk werk dat van blijvend belang is ook tot het gemeenschappelijke cultuurbezit gaan behoren.

Of je een artiest al tijdens zijn leven elke controle over zijn eigen werk mag ontnemen, is echter twijfelachtig. Er is dan ook veel voor te zeggen de Europese wetgeving op dit punt aan te passen. Voorlopig kunnen we ons echter opmaken voor een onvermijdelijke serie Elvis-remixen in de Top 40. Gelukkig hoeft hniet dat meer mee te maken.

Meer over