Arrabal verdient meer dan potpourri van zijn stukken

Arrabal, vijf ensceneringen op één avond. In: De Engelenbak, Amsterdam t/m 8 juni...

MARIAN BUIJS

Fernando Arrabal hoort onmiskenbaar bij het experimentele theater uit de jaren zeventig. Zijn stukken, vol geweld, sadisme, religie en poëzie, zijn gegoten in extreme, nachtmerrie-achtige, surrealistisch aandoende beelden. Ze baarden ooit opzien in de barokke regies van Lodewijk de Boer en bij Toneelgroep Studio. Maar de afgelopen vijftien jaar is zijn werk door het professionele toneel consequent genegeerd.

Het Amsterdamse amateurtheater De Engelenbak gaf daarom voor haar jaarlijkse eigen produktie vijf regisseurs de opdracht een stuk van Arrabal onder handen te nemen. In twintig minuten moesten zij een aantal scènes of een gecomprimeerde bewerking laten zien. En wellicht hebben die teksten in deze gewelddadige tijd een nieuwe betekenis gekregen.

Arrabal is een eigenzinnige, dwarse schrijver, nog altijd produktief. Zijn werk is doortrokken van zijn trauma's uit de Spaanse burgeroorlog. Behorend tot de kring van Roland Topor en de surrealist André Breton droomde hij van theater 'waar humor en poëzie, paniek en liefde met elkaar versmelten'. Zijn personages gaan de zinloosheid van het leven te lijf en komen in alle onschuld tot het wreedste geweld.

In De Twee Beulen waarmee Ruurt van Wijk de avond opent, heeft een moeder haar man aan het regiem verraden. Ze kijkt met sadistisch genoegen hoe hij wordt gemarteld en gedood. Intussen zoekt ze tevergeefs steun bij haar zoons. Van Wijk koos voor een strakke, indrukwekkend sobere vormgeving waarin veel tekst is vervangen door een trefzeker gebaar.

Wouter Eizenga gokt daarna met Gebed op een komische toon, terwijl Edo van Dijken in De Architect en de Keizer van Assyrië het wantrouwen en de angst voor de waarheid bijna voelbaar maakt. Twee mannen, veroordeelden in een gevangeniscel, ontfutselen elkaar wat ze op hun kerfstok hebben. Razendsnel schakelen ze van het ene spelletje naar het andere, bij vlagen zo virtuoos dat je het gevoel hebt naar professionals te kijken.

De durf van een regisseur om vrij om te springen met de tekst levert hier het meest pregnante resultaat op. Zoals Eva Bauknecht doet bij Ceremonie voor een vermoorde Zwarte, waarin de liefde van twee mannen voor een meisje gewelddadige vormen aanneemt. Uit pure onverschilligheid. De mens weet blijkbaar niet wat hij doet.

De enige die uit de toon valt is Frances Sanders. De Driewieler, een portret van een groep zwervers, komt niet verder dan onsamenhangende fragmenten. De Beckettiaanse melancholie van het stuk is compleet verdwenen. En toch was ook hier weer een uitstekende actrice te zien. De meeste spelers acteren trouwens met een bewonderenswaardig gemak en een overgave, die geen zweem van ijdelheid laat zien.

Het is verheugend dat De Engelenbak een vergeten schrijver uit het stof heeft gehaald, alleen jammer van de oppervlakkige aanpak. Verder dan een reeks korte previews komt deze staalkaart niet. Was het niet wijzer geweest minder stukken te kiezen en die integraal te spelen? Arrabal had het verdiend.

Als er al iets valt op te maken uit deze vluchtige potpourri is het dat de ensceneringen consequent sober zijn. Geen barokke beelden, een enkel wolkje rook. En met de gedateerdheid van Arrabal valt het wel mee. De schrijver weet waar menselijk geweld uit voortkomt. Meer dan eens horen we een personage klagen over verveling en over de wens die eentonigheid te doorbreken. Moorden uit lamlendigheid, klinkt dat niet erg hedendaags?

Marian Buijs

Meer over