'Armoedebeleid mag nooit alleen een witte-neuzenbeleid worden'

'Lekker armoedig pakje heb je aan.' De opmerking kwam vrij hard aan. Jonneke Klaversteijn (26) vergezelde donderdag haar moeder, die bijstand ontvangt, op de Sociale Conferentie in Ede over armoede in Nederland....

Van onze verslaggever

EDE

Ongeveer zevenhonderd belangstellenden gaven donderdag acte de présence op de tweede conferentie over armoede, een vervolg op die van vorig jaar in Zwolle. Staatssecretaris Terpstra van Volksgezondheid en Sport had die vergadering 'geschorst', niet gesloten, omdat het armoedevraagstuk een 'voortdurend debat moet zijn'.

Dat debat zwengelde ze in Ede zelf ook aan. Eerst door het heilige beeld van betaald werk omver te halen. 'Dat is niet het hoogste goed. Iemand zonder werk is geen tweederangs burger. Vrijwilligerswerk voorkomt isolement voor velen en is geenszins ondergeschikt aan andere vormen van werk.'

Bij het armoedevraagstuk moeten allochtonen veel meer dan tot nu toe worden betrokken, stelde ze. 'Armoedebeleid mag nooit alleen een witte-neuzenbeleid worden. Ik zie hier in de zaal heel veel witte neuzen.'

Een kleinere groep deelnemers boog zich vervolgens écht over het probleem van de allochtonen, die vaker met armoede te maken hebben dan autochtonen. De vraag stond centraal of het zou lukken het armoedeprobleem van allochtonen op te lossen. 'Nee', meende de ene helft van de deelnemers aan de discussie. 'Ze weten de weg niet, spreken de taal onvoldoende, zijn moeilijk bereikbaar en niet betrokken bij de besluitvorming.'

'Ja', dacht de andere helft. Maar dan moet er nog wel wat gebeuren. 'Allochtonen moeten meer als beleidsmedewerkers in belangenorganisaties worden opgenomen. Ze moeten meer worden betrokken bij activiteiten in hun buurt. Bovendien zouden er meer eigen initiatieven van allochtonen toegestaan moeten worden door een ruimere interpretatie van de wet.'

Er zijn echter nog enkele barrières te nemen, zo bleek. Veel allochtonen hebben onvoldoende kennis van de 'witte' vergadercultuur, zo werd gesuggereerd. Andere opmerkingen: 'Economische groei is kennelijk belangrijker dan de zorg voor mensen. Het poldermodel veroorzaakt een tweedeling in de maatschappij en houdt die ook in stand. Er zou ook veel meer geïnvesteerd moeten worden in onderwijs.'

Dat maakte de overstap naar de discussie over school en armoede eenvoudiger. Wat zou een school moeten doen om meer rekening te houden met armoede? Het contact tussen leerlingen, docenten, ouders en schoolleiding versterken, luidde het antwoord. De wethouder sociale zaken in Leidschendam merkte op dat veel scholen opereren op 'een eiland', te veel naar binnen zijn gericht. Scholen moeten veel meer een sociale instelling worden.

Op zo'n instelling moet meer voorlichting worden gegeven over de gevolgen van het vroegtijdig de school verlaten. Er moet meer informatie komen van bijvoorbeeld politie en GGD. De huiswerkbegeleiding dient te worden verbeterd. 'En er moet meer rekening worden gehouden met de draagkracht van ouders bij buitenschoolse activiteiten.' Er zijn al gemeenten die een extra potje hebben voor ouders die reisjes niet kunnen betalen.

Ouders en docenten moeten leren omgaan met 'de druk van een groep', zodra kinderen gillen en schreeuwen dat ze ook nieuwe Nike- en Adidas-schoenen willen, omdat ze anders buiten de boot vallen. 'Leerlingen moeten weten dat ze ook gelukkig kunnen zijn zonder die dingen, maar dat vraagt om een cultuurverandering', luidde de conclusie van een van de aanwezigen.

Tot een afsluiting van het probleem komt het nooit, betoogde premier Kok. Ondanks verbeteringen voor alleenstaande AOW'ers en chronisch zieken, verhoging van de kinderbijslag en verbetering van het huursubsidiebeleid. Er is 250 miljoen gulden extra voor gemeentes om de komende jaren de bijzondere bijstand op te voeren.

Kok: 'Maar er is veel meer nodig. Nederland wil economisch én sociaal tot de besten behoren. Daarom moeten bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in het volgende regeerakkoord een belangrijke plaats innemen.'

Meer over