Armen

Naar aanleiding van mijn column een week of wat geleden over (zomer)benen, ben ik bestookt met fanmail. Nou ja, fanmail. Na een weliswaar vleiende introductie 'Ik lees altijd uw stukjes' of 'Ik lees altijd uw leuke stukjes', kwamen mijn lezeressen opmerkelijk snel ter zake: 'Waar kan ik die zomerkousen kopen?'

Voor de goede orde: zomerkousen suggereren, dankzij hun ragfijne textuur, subtiele glans en elastische souplesse, blote benen: mooie blote benen. Van het ene moment op het andere verandert de ouderevrouwenhuid in een jongerevrouwenhuid. Een nieuwe toekomst lonkt, op de valreep.

Maar nu rijst een volgend probleem: de 'bovenste ledematen reikend van de schouder tot het gewricht van de hand': de armen. Ook die zien er op den duur niet allemaal even impeccabel uit. Toch lopen tal van generatiegenoten er onbekommerd mouwloos bij: niks spiegeltje spiegeltje aan de wand, maar ouwe taaie, laat de boel maar waaien. Op feestjes, recepties en partijen moet ik vaak, bij het heffen van de glazen, het handen schudden of het gezamelijk toezingen van de jarige (met als apotheose de bovenste ledematen in hoera-stand), mijn blik afwenden om niet door medelijden en schaamte te worden overmand.

Ik doel nu vooral op de allengs verslappende binnenbovenarm: het Juliaantje. Boven-de-vijftigers begrijpen direct aan wie deze benaming is ontleend. En ook jongeren hebben vast wel eens van die vertederende, sherry drinkende, filtersigaretten rokende schat gehoord. Niemand die zo onbekommerd mouwloos door het leven ging als onze 'ouwe koningin'. En niemand die zo overgeleverd kon wuiven. Alsof ze voortdurend kinderen stond uit te zwaaien bij de schoolreisjesbus.

Ook Juuls moeder (de ouwe, ouwe koningin) wuifde heel wat af. Soms verloor ze er bijna haar gebit bij. Maar niemand had het over Willemientjes. In haar tijd waren vrouwen nog van top tot teen onder textiel bedolven.

En bij haar kleindochter kom je evenmin op de gedachte dat er iets bloots schuil kan gaan onder dat schoudervullingenjuk. Bovendien klinkt het niet: Beatrixjes.

'Máximaatjes'? Ha! Mocht bij de Zuid-Amerikaanse schoonheid binnenbovenarmverslapping intreden, dan gebeurt dat pas op haar negentigste, verscholen onder kanten zwarte mouwen. Willem-Alexander is dan allang de pijp uit.

Vroeger schijnen onze armen een soort vinnen te zijn geweest. Daardoor voelen wij ons als vissen in het water. Kijk maar naar de ferme schoolslag van mijn generatie: nog geleerd aan de hengel in het Sportfondsen- of Pesi-buitenbad. Maar voor het in stand houden van de binnenbovenarm zou je dagelijks honderd baantjes moeten trekken. En ook de sportschool biedt weinig tot geen soelaas. Tweemaal per week (meestal eenmaal) sta ik op zo'n crossapparaat: een snelwandeling door niemandsland. Ook til ik af en toe een knots op en maak een zaagbeweging. Maar heeft het Juliaantje eenmaal haar intrede gedaan, dan kun je het schudden.

Ik vrees dat er maar één oplossing is. Mouwen. En verder berusten in het onvermijdelijke. Niet alles draait om het uiterlijk, zelfs niet om dat van mij. Bovendien is het ook vaak donker, zoals in dat liedje uit lang vervlogen tijden van Guy Béart: 'Qu'on est bien dans les bras d'une personne du sexe opposé.' (Van de zelfde mag ook) Of het gaat om moederliefde zoals in de hit van Danny (Ciske de Rat) de Munk toen hij nog echt klein was: 'twee zachte armen om me heen.'

Of om grootmoederverliefdheid. Zolang ik mijn kleinzoon in mijn bovenste ledematen kan nemen, maal ik niet om een Juliaantje meer of minder.

(Als ik nou de voet van zo'n zomerkous afknip...)

undefined

Meer over