Arjan Peters

De domineeszoon gaat vol op het orgel. Die indruk wekken sommige gedragen slotregels van de necrologieën die Michaël Zeeman (1958-2009) aan de Volkskrant bijdroeg, en die zijn verzameld in Zo las hij, zo leefde hij (De Bezige Bij; € 19,90).


De verleiding is natuurlijk ook groot om de recensie van een leven en een oeuvre, het saluut van de achterblijvers, tevens een buiging voor de dood die alweer een grootheid heeft ingepikt, met een galm te besluiten.


Zeeman over Czeslaw Milosz (in 2004): 'Wat een leven, wat een oeuvre: wat een geschiedenis.'


Zeeman over Saul Bellow (in 2005): 'Het meest compromisloze zelfonderzoek is de bron van het rijkste inzicht.'


Zeeman over meestervertaler August Willemsen (in 2007): 'Een lezer op zoek naar herkenning, naar literaire vriendschap. Zo las hij, zo leefde hij.'


Het kost mij moeite dit boekje te lezen, merkte ik deze week, en dat komt doordat ik Michaël Zeeman ruim drie jaar na zijn overlijden weer helemaal voor me zie.


Dat zegt veel over de kwaliteit van deze 34 necrologieën: hij is daarin analyserend en persoonlijk tegelijk. Zeeman schreef met zo veel kennis van zaken en flair over anderen, dat we de grote man zelf ook in deze stukken uitgetekend zien.


In 1992 vroeg hij me voor de Volkskrant te komen werken. Verschillende van de door Maarten Asscher verzamelde necrologieën heb ik destijds bij hem besteld. Het boekje had dikker kunnen zijn, als we op alle suggesties van Michaël om necrologieën te leveren waren ingegaan. In mijn papieren vond ik deze e-mail van 3 november 2008, die geen vervolg heeft gekregen: 'Dag Arjan, Ik zie in de New York Times dat Studs Terkel gestorven is; vrijdag al, maar dat heeft dan blijkbaar niemand opgemerkt. Ik neem aan dat je veel gegadigden hebt voor het schrijven van zijn necrologie (dit is beslist geen sollicitatie, want ik zit tot over mijn oren in die globaliseringslezing), Michaël.'


Hij heeft me veel geleerd. Bij voorbeeld over afwisseling. Want al is het verleidelijk in Michaël de imponerende organist te zien van het daverende slotakkoord, even zo vaak sloot hij een necrologie af met een nuchterheid die bewijst dat de Engelse obituary niet aan hem voorbij was gegaan.


Zeeman over Aleksandar Tisma (in 2003): 'Op 16 februari is hij in Novi Sad, waar hij was verbonden aan de Academie van Wetenschappen, gestorven.'


Zeeman over Jaan Kross (in 2007): 'Donderdag 27 september is hij, zevenentachtig jaar oud, in Tallinn gestorven, na een langdurige ziekte.'


Die Kross is een hele grote vent, herinner ik me dat Michaël vertelde over zijn bezoek aan de Estse schrijver die jaren gold als Nobelprijskandidaat, 'maar hij werkt in een heel klein kamertje! Zo'n gek gezicht. Hij moest bukken om er zelf in te kunnen.'


'En jij dan?'


'Ik moest zowat op de knieën, wilde ik er nog bij - wat ik overigens voor Jaan graag over had. Maar ik was ook blij toen ik me na het gesprek weer kon uitvouwen om even te gaan lunchen. Dus mocht je nog eens in Tallinn zijn, waarschuw me dan, ik heb twee redelijk goede zaken ontdekt.'


De mooiste slotzin schreef Zeeman over Naguib Mahfouz (in 2006): 'Woensdag 30 augustus is hij in Caïro gestorven.'


De eerbied heeft hier alle bepalingen en bijvoeglijke naamwoorden weggesnoeid, tot er een zin overbleef die ons de kans geeft op adem te komen.


Dat Mahfouz gestorven is, wisten we al uit het voorafgaande.


Maar dringt het ook tot ons dóór, lijkt Michaël met die zin te vragen.


Dat valt inderdaad niet altijd mee.


Meer over