Arjan Peters

Op de kwekerij van Hans Sievez kwamen niet alleen bloemen en planten tot wasdom, maar groeide ook zijn collectie oude religieuze traktaten aan tot zeshonderd titels. Omdat zijn vrouw Margje met lede ogen aanzag dat haar man zijn geld daaraan spendeerde en ondertussen de kwekerij en zijn gezin steeds meer in de steek liet, had Hans de verzameling grotendeels in zijn werkplaats opgeborgen.

Zo staat het beschreven in Knielen op een bed violen (2005) van Jan Siebelink. Uit interviews hadden we al begrepen dat er grote overeenkomsten bestaan tussen Hans Sievez en Jan Siebelink senior (1906-1971), die een bloemenkwekerij in Velp had. De neerlandica Marijntje Gerling draagt nieuwe bewijzen aan: in haar studie Gekweekte regels (Brandaan; € 17,90) behandelt ze tien boeken uit de bibliotheek van vader Siebelink, die veel preken bezat uit de bevindelijke kringen. Strengheid, zelfkastijding, schuld en vrees alom, in proza vol bijna wellustige vermaningen: 'Al hadt gij een hel op uw rug en een andere hel in uw boezem, zo hebt gij nochtans reden om te danken, dat gij niet geworpen zijt in de hel onder de duivelen.'

Bekende teksten, al zullen we er nooit aan wennen. Gerlings onderzoek brengt Siebelink senior dichtbij. Op een foto kunnen we zelfs zijn duimafdrukken zien bij een tekst die hij merkbaar vaak opsloeg (Psalm 119, die ook in Knielen meermalen ter sprake komt). En in Het Herderlijk Morgenbezoek, de Nederlandse vertaling uit 1876 van James Smith' Believers Daily Remem-bracer (1840) heeft Siebelink op alle 190 pagina's het woordje 'Heer' met een pennetje aangevuld tot 'Heere', want volgens de heilige Statenvertaling dient de godsnaam aldus te worden gespeld. 'Het stond eerbiediger, uit de -e sprak respect. Hij had het gevoel daar nuttig en noodzakelijk werk mee te doen', wordt in Knielen over Sievez' correctiewerk gezegd.

In vaders exemplaar van de Predikatiën (1766) van Johannes Groenewegen vond Gerling op het titelblad zelfs een gedroogde bloem. Zoon Jan had die nog niet eerder gezien, schrijft ze. Volgens hem is het een takje edelweiss. Gerling: 'De sterke verwevenheid tussen lezen en arbeid komt hier opnieuw aan het licht.'

Mooier is dat verband niet te demonstreren - een boek waarin een gedroogde bloem steekt, erfenis van de kweker die zich zelf voelde groeien door deze lectuur.

Gekweekte regels is een opmaat tot het Jan Siebelink-jaar dat eraan zit te komen, want de auteur wordt op 13 februari aanstaande 75. Op 14 maart opent een grote tentoonstelling over zijn leven en werk in het Letterkundig Museum te Den Haag. Mag ik vast een verzoek doen: het exemplaar van Groenewegens Predikatiën met op het titelblad de gedroogde edelweiss graag in de vitrine naast Knielen leggen, dat is opengeslagen op pagina 402: 'Hij stond op het punt om zijn sokken weer aan te trekken en met het lezen van Groenewegens godvruchtige leerrede verder te gaan, toen hij voetstappen hoorde.'

In heel wat luchtiger vorm kwam ik deze week God nog een keer tegen, in een kleine uitgave (het spijt me, al uitverkocht) met vier brieven die J.J. ('Han') Voskuil in de jaren vijftig schreef aan zijn vriend Henk Romijn Meijer: 'Ik begin eindelijk te geloven dat ik op deze aarde niets werkelijk plezierig zal vinden, hopelijk gaat het straks bij God beter.'

O, maar dáár kun je van op aan, zou Siebelink senior de jonge Voskuil desgevraagd hebben verzekerd. Maar ik denk niet dat Han dat op vader Jans staalblauwe ogen had aangenomen.

undefined

Meer over