Aristoteles als psychotherapeut

De moderne psychotherapie is gericht op het oplossen van problemen. In de klassieke oudheid was dat anders. Griekse en Romeinse hulpverleners keken vooral naar geluk, naar de kwaliteit van het bestaan....

MAARTEN EVENBLIJ

DE MODERNE geestelijke gezondheidszorg schiet tekort. Ze verwaarloost een belangrijk aspect van het bestaan: het streven naar een bloeiend leven en geluk. Psychotherapeuten in het geïnstitutionaliseerde systeem van de gezondheidszorg zijn vaardig in het oplossen van problemen. Met zo min mogelijk behandelingen tegen zo laag mogelijke kosten kan de cliënt genezen naar huis.

Slechts zelden echter wordt de volgende stap gemaakt: hoe kan ik mijn geest zo inrichten dat mijn leven nóg gelukkiger wordt? 'Wat dat betreft, kunnen we heel wat leren van de geestelijke gezondheidszorg die de oude Grieken en Romeinen hun tijdgenoten boden', constateert dr. J. Graste. 'Ze kenden vormen van individuele en groepsgewijze therapie en gaven hun hulpvragers zelfs oefeningen op teneinde een 'bloeiend leven' te bereiken.'

Andragoog Graste promoveerde deze week in Nijmegen op een onderzoek naar de praktijk van geestelijke gezondheidszorg van de Grieken rond de vierde eeuw voor Christus en van de Romeinen rond de eerste eeuw na Christus. In zijn proefschrift Zorg voor de psyche beschrijft hij opvallende overeenkomsten met de moderne tijd, maar ziet hij ook een aantal verschillen waarmee de huidige psychotherapeuten hun voordeel kunnen doen.

'Laten we veronderstellen dat het aangename een beweging van de ziel is en een plotseling en voelbaar waarneembaar herstel van de normale natuurlijke toestand, pijn echter het tegenovergestelde', schreef de Griekse wijsgeer Aristoteles ruim 2350 jaar geleden. En hij liet er net als zijn collega's geen misverstand over bestaan dat het de kunst van het leven is om de balans te laten doorslaan in de richting van het aangename.

In de eeuwen rond Christus' geboorte werd eerst in Athene en later in Rome veel gediscussieerd over hoe te leven. Er was een vriendschapscultuur waarin problemen, zoals de keuze van een levenspartner, scheiding, de dood van een geliefde werden besproken met vrienden. Maar ook waren er professionele hulpverleners die zich lieten betalen voor hun psychologische adviezen.

De eerste vorm van betaalde professionele geestelijke hulp boden de Griekse sofisten in de vijfde eeuw voor Christus. Ze hielden zich bezig met wetenschap, maar ook met het geven van lessen in levenskunst. Socrates, die geen sofist was en niets van betaling voor diensten moest hebben, vraagt zich af of een sofist soms 'een soort koopman of grossier in voedingsmiddelen voor de ziel is.'

Filosofie was in die tijd geen vrijblijvende Spielerei, maar een middel om geestelijk gezond te worden en te blijven. 'Er is ongetwijfeld een therapie voor de ziel, namelijk de filosofie', zegt Cicero (1ste eeuw na Christus) in navolging van de Grieken. 'Haar hulp hoeft niet, zoals bij fysieke ziekten, van buitenaf te worden ingeroepen, maar wij moeten met al onze krachten ernaar streven in staat te zijn te dokteren aan onszelf.'

Er waren 'gidsen' in de levenskunst die openbare lessen gaven - soms voor een toegangsprijs van vijftig drachmen, een maandsalaris voor een arbeider. Na afloop konden de toehoorders hun persoonlijke problemen ter sprake brengen, waarop ze daarover door de gids werden bevraagd en van advies gediend. Groepstherapie avant la lettre?

Graste: 'Elke situatie werd persoonlijk bekeken. Er was geen algemene oplossing voor iemands probleem. Niet de wetenschap, maar de kunde, de kunst, van de zorg voor het individu stond centraal. Want vriendschap voor een ander begint met vriendschap voor jezelf. Als de zorg voor jezelf goed is, is dat een waarborg voor optimale vriendschapsrelaties.'

In die zorg voor jezelf speelde evenwicht, meester zijn over je emoties een belangrijke rol. Je mocht wel verliefd, verdrietig, boos of overspelig zijn, maar je mocht je daar niet door laten meeslepen. Leer op het juiste moment en op de juiste wijze kwaad zijn, doceerde Aristoteles. Maar hij waarschuwde voor onmatige woede. Evenzeer waarschuwden Aristoteles en zijn Griekse en Romeinse collega's voor te veel angst, begeerte en verdriet.

Zowel de Grieken als de Romeinen hadden oefeningen om evenwichtig te blijven. Het tot tien tellen ter voorkoming van een woede-aanval is al een oude Romeinse truc van de stoïcijnen. Maar ook je afvragen, of je aan een bepaalde situatie iets kunt veranderen. Ligt iets buiten je macht, dan moet je je er niet druk over maken. Dat geeft alleen maar ellende.

Vooral niet te veel denken aan onplezierige dingen, maar deze vervangen door plezierige herinneringen, was ook een oefening. Is het erg als iemand je kwaad aankijkt, vroeg de populaire Romeinse gids in de levenskunst Epictetus (1e eeuw na Christus) zich af. Nee. Want met de meeste mensen heb je niets te maken.

'Zelfonderzoek speelde een belangrijke rol', constateert Graste. 'Seneca hield elke avond een soort boekhouding bij van wat hij goed gedaan had en wat niet. Niet om schuld te bekennen aan een geestelijk leider, maar om het een volgende keer beter te doen. Jezelf kennen, zowel kwaliteiten als tekortkomingen, stond in de Grieks-Romeinse zorg voor de psyche centraal.'

Maar waar leer je tegenwoordig nog de levenskunst, vraagt Graste zich af. Op de universiteit is, in tegenstelling tot in Plato's academie, de vorming van de ziel verdwenen. 'We denken niet systematisch na over geluk en hoe we de levenskunst kunnen verbeteren. Er zijn ook nauwelijks boeken over', zegt Graste.

'Angsten en begeerten zijn veel gemakkelijker te onderzoeken dan geluk. Hoe is het toch mogelijk dat er wel een fijnmazige zorg voor somatische ziekten is ter preventie en verbetering van de kwaliteit van leven, maar dat de geestelijke gezondheidszorg zich alleen richt op de ernstige gevallen? Wat dat betreft deden de Grieken en Romeinen het beter.'

Maarten Evenblij

Meer over