Arie Kleywegt belichaamde de VPRO-rebellie

Hij werd beroemd door zijn verslag over de Elfstedentocht van 1963. De vrijdag overleden Arie Kleywegt (80) werd later een omroepbons....

IN DE BARRE winter van 1963 zond de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) voor het eerst rechtstreekse beelden van de Elfstedentocht uit. Verslaggever Arie Kleywegt stond met muts en microfoon op het ijs bij Bartlehiem. En daar kwam Reinier Paping. Kleywegt stapte op hem toe, rende drie passen met hem mee en vroeg: 'Gaat het goed?' De uitgewoonde Paping knikte. Paping won, Bartlehiem veroverde een plaats in de kronieken van de geschiedenis en Kleywegt werd ereburger van het dorp.

Kleywegt, die afgelopen vrijdagavond na een langdurig ziekbed op 80-jarige leeftijd overleed, zou niet alleen naam maken als Elfstedentochtverslaggever. Hij was ook het nationale symbool van de omroepjournalistiek uit de jaren vijftig, hij belichaamde de typische VPRO-rebellie uit de jaren zestig en zeventig, en hij was een fel opponent van alles wat met het verzuilde omroepbestel te maken had.

Het VPRO-radioprogramma OVT liet zondag een column van Kleywegt uit 1989 horen, waarin hij vertelde hoe zijn leven in de zomer van 1943 min of meer door het toeval werd bepaald. Hij zat als onderduiker op een boerderij in Friesland en fietste naar het zuiden om een nieuwe bestemming te vinden. Er stond een harde zuidwestenwind. Daarom besloot hij na Zwolle niet naar zijn geboortestad Rotterdam te gaan, maar linksaf naar Eindhoven. Daar raakte hij betrokken bij de oprichting van Radio Herrijzend Nederland, samen met onder anderen Joop Landré, Frits Thors en Netty Rosenfeld.

Na een dienstverband bij de Koninklijke Marine (1945-1948) werd Kleywegt verslaggever voor het radioprogramma van de Nederlandse strijdkrachten Ter land, ter zee en in de lucht. Hij werkte vervolgens korte tijd als verslaggever/presentator voor Radio Nederland Wereldomroep. Daarna vertrok hij naar de VARA. Daar ontwikkelde hij zich samen met Jan de Troye tot nationaal radioverslaggever bij grote gebeurtenissen. Met zijn markante volzinnen versloeg hij de begrafenis van de Britse koning George VI, de inhuldiging van koningin Eliza beth II en de watersnoodramp van 1953.

In 1960 kwam Kleywegt bij de televisie om daar een actualiteitenrubriek te beginnen (Achter het nieuws). Maar de halsband van het socialisme begon te knellen, de intolerantie jegens andersdenkenden begon hem te ergeren en hij vertrok. In 1963 vervoegde hij zich bij de VPRO, waar de leidende kaste van dominees hem wel wilde hebben, omdat hij als neef van een gelovig PvdA-Kamerlid uit een goed nest kwam. Kleywegt zou bij de vrijzinnig-protestantse radio-omroep de grondslag leggen voor de bijna legendarische latere VPRO, met het taboe doorbrekende programma Hoepla en het tien uur durende radioprogramma Het Gebouw.

Kleywegt had de pest aan het verzuilde omroepbestel. Hij riep al in de jaren zestig dat de zuilen moesten verdwijnen om plaats te maken voor een bestel met een publieke organisatie, naar het voorbeeld van de BBC. Toen de VPRO de A-status had gekregen en de radio in 1992 werd opgezadeld met een nieuwe zenderkleuring, hield de gepensioneerde radiocolumnist Kleywegt bij het indringende geluid van brekend glas een tirade tegen 'de omroepklootzakken op hun marmottenheuvel, die de hele radio naar de kloten hadden geholpen met hun gelul en hun middle of the road-muziek'.

Als directeur van de VPRO-Televisie (1977-1983) deed Kleywegt volop mee aan het overlegcircus van de omroepbonzen, ledenraad, werkgroepen en anderszins geformaliseerde beleidsactiviteiten, maar hij haatte het. Journalistiek bleef zijn liefde en zijn metier, ongebonden en kritisch. De laatste keer dat hij op de radio was te horen, was 26 februari 1999. Hij reageerde toen op de dood van Philip Bloemendal.

Meer over