Argos wedt op twee paarden

Als je twee goede sprinters meeneemt naar de Tour, is het lastig ze tevreden te houden. Toch kiest de Nederlandse ploeg voor Kittel én Degenkolb, uit angst voor 'onthoofding', zoals in 2012.

VAN ONZE VERSLAGGEVER MARK MISÉRUS

ROTTERDAM - Neem een sprinter mee naar de Tour de France en je bent als team een speerpunt rijker. Bij Argos-Shimano vinden ze het niet genoeg. De ploeg trek over anderhalve week met twee spurters naar de ronde.

Op het kantoor van de sponsor laat de ploegleiding er geen misverstand over bestaan. Marcel Kittel voert als boegbeeld een negental renners aan dat uit vijf Nederlanders bestaat. Maar landgenoot John Degenkolb reist niet zomaar in zijn kielzog mee. Ook hij mag voor eigen kans gaan, als zich de gelegenheid voordoet.

Twee sprinters in een ploeg: Erik Zabel noemt het een riskante onderneming. 'Als je twee goede sprinters hebt, is het moeilijk ze allebei tevreden te stellen', legt de oud-renner uit in het Belgische Wielermagazine.

Bij Argos begrijpen ze de gedachte. Maar van risico's wil ploegleider Addy Engels niets weten. 'Het zou pas een risico zijn als we niet zouden weten hoe we met deze situatie moeten omgaan', zegt hij. De oud-renner spreekt liever over winstkansen. 'En die proberen we te spreiden, door twee speerpunten mee te nemen in plaats van een.'

De herinnering aan de vorige Tour ligt nog vers in het geheugen. Argos zette in 2012 al zijn kaarten op Kittel, na een seizoen waarin hij indruk maakte door zijn aantal zeges. Maar door een voedselvergiftiging kneep de sprinter al na vijf dagen de remmen dicht.

Zijn gangmaker Tom Veelers probeerde er nog het beste van te maken door voor eigen kans te gaan. Engels: 'Maar als ploeg waren we onthoofd.' Een herhaling van dat scenario wil de ploeg koste wat het kost uitsluiten.

Negen tot tien kansen krijgen de sprinters om zichzelf te bewijzen, denkt de ploegleiding van Argos. De etappes spelen zich lang niet allemaal af op hetzelfde terrein. Dat onderscheid zal meteen duidelijk worden bij de Tourstart op Corsica, waar de wegen zich over het eiland kronkelen.

In vlakkere ritten brengt de ploeg Kittel in stelling. Degenkolb mag zichzelf bewijzen in etappes waar op zwaarder terrein wordt gesprint. Dat is al maanden geleden met ze afgesproken.

Na de bekendmaking van de profielen van de Touretappes trok Teun van Erp zich in zijn werkkamer terug. De bewegingswetenschapper berekend het aantal hoogtemeters dat de renners per etappe te verstouwen krijgen.

Met die getallen in de hand meldde hij zich bij de ploegleiding. Een paar uur later waren de Touretappes verdeeld. Dus mag Kittel dinsdag hardop dromen over het winnen van de eerste etappe en de gele trui die daarmee gepaard gaat.

Degenkolb spreekt hem niet tegen. Na twee jaar in het profpeloton kent de sprinter zijn beperkingen. Op vlakke wegen boezemt hij de sprintelite weinig angst in. Dat verandert pas als het asfalt de hoogte ingaat en Mark Cavendish en André Greipel zuchten onder de zwaarte van het parcours. In de Ronde van Spanje won hij vorig jaar vijf etappes.

Zijn successen komen Van Erp bekend voor. Met een student bewegingswetenschappen analyseerde hij alle sprints waaraan Kittel en Degenkolb deelnamen sinds hun debuut als prof in 2011.

Per rit noteerden ze het aantal hoogtemeters dat de renners aflegden en, als die gegevens beschikbaar waren, het maximale vermogen dat ze produceerden. Daaruit kwam naar voren dat Kittel hogere wattages kan leveren dan Degenkolb. Maar de lichtere Degenkolb produceert weer meer wattage per kilo lichaamsgewicht, wat helpt als je heuvelop sprint. De conclusie die uit zijn onderzoek rolde, prikkelde Van Erp.

Kittel en Degenkolb, groot geworden bij dezelfde wielerschool in Erfurt, staan in veel opzichten toch al lijnrecht tegenover elkaar. Kittel is robuust en zelfverzekerd. Degenkolb fietst meer op intuïtie en twijfelt eerder als hij zijn vaste gangmaker Koen de Kort moet missen.

Bij nadere analyse bleken de sprinters zelfs elkaars exacte tegenpolen, ontdekte de bewegingswetenschapper. Op het moment dat Kittel bij een sprint omhoog moet lossen, komt Degenkolb juist tot bloei. Andersom geldt hetzelfde. Van alle sprints die Degenkolb won, gebeurde dat maar één keer op vlakke grond.

Leggen ze meer of minder dan 750 hoogtemeters in een etappe af? Dat maakte nogal een verschil. Boven die grens behoort Degenkolb tot de kanshebbers. Geeft de teller minder hoogtemeters aan, dan maakt Kittel kans om te winnen.

Het getal bepaalt straks de pikorde in de Tour de France. De vijf à zes etappes die minder dan 750 hoogtemeters tellen, worden automatisch aan Kittel toegewezen. In de drie tot vier zwaardere ritten zal de ploeg Degenkolb proberen uit te spelen.

De ploegleiding heeft Van Erps bevindingen rechtstreeks overgenomen. Natuurlijk is het niet zo zwart-wit als het lijkt', zegt Engels. 'Marcel Kittel won in Limburg ook een pittige etappe in de Ster ZLM Toer. Maar het aantal hoogtemeters speelt een grote rol, dat is zeker.'

MARCEL KITTEL (25)

Hoogtepunten: 1 etappezege in de Ronde van Spanje, 2 x Scheldeprijs, ritzege Parijs-Nice, 2 etappezeges Eneco Tour

Pluspunten:

- Snel op zo vlak mogelijk terrein

- Straalt rust uit in sprint

- Uitstraling en postuur

Minpunten:

- Heuvelop rijden

- Heeft op zijn terrein altijd concurrentie van renners van het kaliber Cavendish en Greipel

JOHN DEGENKOLB (24)

Hoogtepunten: 5 etappezeges in de Ronde van Spanje, 1 etappezege in de Ronde van Italië

Pluspunten:

- Snel in sprints op glooiend terrein

- Maakt instinctief vaak de juiste keuze

- Is volgens ploeggenoten niet kapot te krijgen als hij ergens zijn zinnen op heeft gezet

Minpunten:

- Is vrijwel kansloos in de meeste sprints: die op vlak terrein

- Nerveus als hij wordt gegidst door een ploegmaat die hij niet honderd procent vertrouwt

MOLLEMA KOPMAN, VRIJE ROL VOOR GESINK

Bauke Mollema is, als verwacht, de kopman van de Nederlandse wielerploeg Blanco Pro Cycling in de komende Ronde van Frankrijk. De Groninger die dit weekeinde nog als tweede eindigde in de Ronde van Zwitserland, mikt op een hoge eindklassering. 'We hebben ons team op Bauke afgestemd', zei ploegleider Nico Verhoeven tegen het ANP. 'We willen met hem een goed klassement rijden. We richten ons op de top-10, maar eigenlijk willen we het maximale eruit halen.'

Robert Gesink krijgt een vrije rol van de ploegleiding, maar hij zal in het hooggebergte Mollema wel moeten bijstaan. Tom Leezer is de verrassende naam in de negenkoppige selectie van Blanco. Hij zal zijn debuut maken in de Tour. De ervaren Bram Tankink fungeert als wegkapitein. Lars Boom, Laurens ten Dam, de Noor Lars Petter Nordhaug en de Belgen Sep Vanmarcke en Maarten Wynants completeren de tourploeg. De Tour begint 29 juni op Corsica.

Meer over