Architectenbureaus kampen met krimp

Voor veel architectenbureaus wordt 2011 naar verwachting een nog slechter jaar dan 2010. Dat blijkt uit onderzoek van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) onder de 1.500 leden naar de invloed van de economische crisis op de branche.

AMSTERDAM - 'Eind 2010 lieten de cijfers een stabilisatie zien in het aantal opdrachten, omzet en aantal medewerkers, maar vanaf maart 2011 zet de dalende lijn weer in', zegt Willem Hein Schenk, sinds 1 september de nieuwe voorzitter van BNA. 'Er is steeds minder aanleiding om te denken dat het begin volgend jaar beter wordt.'

Van de ondervraagde bureaus houdt 47 procent er rekening mee dat ze in 2011 tenminste 5 procent van het aantal medewerkers zullen moeten ontslaan. Slechts 4 procent van de bureaus voorziet een geringe groei in het aantal medewerkers voor 2011. Ook over de verwachte omzetcijfers is men sinds het eerste kwartaal veel somberder gestemd. Ruim eenderde van de bureaus houdt rekening met een omzetdaling groter dan 10 procent. 'In het voorjaar hadden we nog het gevoel dat we het dieptepunt wel gehad hadden, nu blijkt niets minder waar', aldus Schenk. Het onderzoek is de vijfde korte peiling van de BNA sinds het uitbreken van de crisis in 2008.

Vooral middelgrote bureaus met 20 tot 40 medewerkers hebben het moeilijk. Die bureaus hebben hun werkvoorraad in de loop van dit jaar aanzienlijk zien slinken. In de maand maart van dit jaar hadden ze nog voor 9,5 maand werk in portefeuille, nu is dat nog voor 7, 5 maand. En de verwachting is dat dat aan het eind van de jaar nog minder is.

Schenk: 'Het zijn over het algemeen de bureaus die zich bezighouden met woningbouw. Die markt voor grootschalige seriële woningbouw is natuurlijk helemaal tot stilstand gekomen.' Enige sector in de woningbouw die nog wel opdrachten oplevert, zijn huizen in particulier opdrachtgeversschap.

De middelgrote bureaus hebben het moeilijker dan de kleine bureaus. Schenk: 'Eenmans- of tweemanszaken zijn flexibeler. Die hebben aan een paar opdrachten al genoeg om het hoofd boven water te houden.' Ook voor een handjevol grote bureaus (met meer dan 40 werknemers) met een ruime ervaring, in bijvoorbeeld onderwijs, zorgarchitectuur of infrastructuur, is de verslechtering minder sterk. Schenk: 'Dat zijn twee sectoren waar de vraag naar nieuwbouw naar verwachting redelijk op peil blijft. Door de vergrijzing en de efficiencyslag in de zorg, zijn er innovatieve woonconcepten nodig.' Toekomstige opdrachten worden net als in eerdere onderzoeken van de BNA, gezien in opdrachten die gaan over transformatie, renovatie, hergebruik en herontwikkeling van bestaande gebouwen. Schenk: 'Dat is de hoop in bange dagen. Tegelijkertijd zijn het wel opdrachten met een lange adem. Het kost veel tijd, veel onderzoekswerk, veel liefdewerk oud papier. Of het uiteindelijk ook een substantiële omzet oplevert, is wel de vraag.'

Toch is Schenk optimistisch ingesteld. 'De tijd dat alles wat architecten ontwierpen werd gebouwd, is voorbij. De hedendaagse praktijk is veel complexer. De nadruk is verschoven van de esthetische kant naar de maatschappelijke en economische kant. Maar architecten hebben een heel groot oplossend vermogen, elke goede architect voelt zich een generalist. Die zoekt naar oplossingen voor een ruimtelijk probleem, maar ook sociaal en economisch. Sleutel voor de toekomst is ondernemerschap.'

undefined

Meer over