Architecten en stadsplanners houden geen rekening met jonge bewoners; O ja, en een wipkip voor de kinderen

Tieners uit de wijk Nieuw Sloten in Amsterdam zijn al drie jaar in gesprek met de deelraad over een eigen hoekje....

Van onze verslaggeefster

Maria Hendriks

AMSTERDAM

In de wijk De Baarsjes, ook in Amsterdam, is te zien hoe het anders kan. Het ruime speelveld op het Columbusplein is grofweg in vieren verdeeld: een speel- en klimveld voor de kleintjes, een wat avontuurlijker deel, en een basketbal- en een voetbalveld. De hangplek, een paar banken met overkapping, heeft een natuurlijke plaats gekregen aan de rand van het voetbalveld.

Die twee voorbeelden zijn te zien in de videofilm Speelruimte een blinde vlek in Ontwerpend Nederland van G. Prent. De documentaire diende donderdag als opwarmertje voor een congres over speelruimte, waar ambtenaren hun ervaringen uitwisselden.

Ofschoon er al jaren over wordt gesproken, blijkt uit de film voor de zoveelste keer dat architecten en stadsplanners er meestal geen rekening mee houden dat in de huizen die ze ontwerpen, ook kinderen komen te wonen. Als ze al aan kinderen denken, komen ze vaak niet verder dan een wipkip voor de kleintjes.

Maar als kinderen groter worden, willen ze klimmen en voetballen en met elkaar spelen. Dat gaat aan veel ontwerpers van woonwijken geheel voorbij. Overheidscriteria zijn er ook al niet, terwijl voor vrijwel elk ander gebied strakke normen gelden.

Een dieptepunt is de nieuwe wijk Voordorp in Utrecht, waar de stroken groen langs de hoofdweg te smal zijn om een hond te kunnen uitlaten, laat staan dat er een kind kan rennen.

Maar het architectonische hoogstandje Kattenbroek in Amersfoort blijkt geen haar beter. Architect A. Bhalotra vond zijn wijk spannend genoeg; aparte speelplaatsen waren niet nodig.

De film laat zien dat de stille straten volstaan met geparkeerde auto's. Kinderen zijn niet te bekennen.

Omdat een echt speelpleintje ontbreekt, lopen moeders met hun kleintjes, steeds overstekend, naar de her en der geplaatste draaimolentjes en glijbanen. Samen spelen in de zandbak terwijl moeder de krant leest op het bankje, is er niet bij.

'We gaan verhuizen', kondigt een moeder in het filmpje aan. Aanvankelijk voetbalden haar kinderen op het kruispunt, maar 'de auto's trekken in de rechte straten hard op en rekenen helemaal niet op spelende kinderen'.

Architect S. Soeters ontwierp voor het Java-eiland in Amsterdam ook geen speelruimte, maar hij verwacht dat het in zijn ontwerp wél kan. Op het smalle, langgerekte schiereiland is hoogbouw aan de buitenrand geplaatst en daarvoor, met het gezicht naar de open ruimte, villa's.

De autoloze binnenruimte moet de gemeenschappelijke 'speelruimte worden voor alle bewoners'. Soeters verwacht dat kinderen en jongeren daar ook aan hun trekken zullen komen, als het maar niet al te netjes wordt aangeharkt. Er wordt nog volop gebouwd en nu is de enorme binnenplaats met zand en bouwafval een speelparadijs.

Dat gemeenten kunnen leren, blijkt uit het ontwerp van Leidsche Rijn, de nieuwbouwwijk die moet verrijzen bij Utrecht. Architect F. de Josselin de Jong heeft hoogstens honderd meter van elke woning een peuterspeelplaatsje ingetekend en per tweehonderd meter een trapveldje. De voorzieningen liggen keurig aan twee kanten van de straat, zodat de kinderen niet hoeven over te steken.

In Houten laat de architect zien hoe een aantrekkelijke speelplaats voor jongeren eruit kan zien. De hangplek is boven op het klimplateau, van waaruit je zo de zijstraten in kijkt om te zien of je vriendjes er al aankomen.

De boodschap van filmmaakster Prent is duidelijk: architecten worden niet opgeleid om aan kinderen te denken, en uit zichzelf doen de meesten het niet. Politici en ambtenaren zullen dus eisen moeten stellen en op zoek moeten gaan naar kind-vriendelijke stadsplanners.

Meer over