Arbeiderszoontje met charisma

Chen Shui-bians weg naar de top was geplaveid met hindernissen. Maar telkens wist de nieuwe president van Taiwan zijn tegenslagen en nederlagen om te zetten in een nieuwe zegetocht....

CHEN SHUI-BIAN (49) heeft het presidentschap van Taiwan niet cadeau gekregen. Hij heeft er formidabele obstakels voor moeten overwinnen: zijn nederige afkomst, politieke vervolging, tegenwerking van het Taiwanese establishment en het Chinese regime, en ook zijn eigen radicalisme.

Als zoon van een arme suikerplantagearbeider lag het niet voor de hand dat Chen zich inschreef aan de prestigieuze nationale universiteit van Taiwan. Hij studeerde af als de beste rechtenstudent van zijn jaar en werd advocaat voor zeerechtkwesties. In 1980 kreeg hij voor het eerst een politieke zaak te verdedigen. Het veranderde zijn leven.

Zijn cliënten waren democratie-activisten die door de politie in elkaar waren geslagen. Krachtens de staat van beleg kregen ze zware straffen, tot levenslang toe. De feministe Annette Lu, die op de verboden demonstratie over mensenrechten had gesproken, kreeg twaalf jaar. Zondag werd ze gekozen tot vice-president naast Chen.

'Ik ontdekte', zei Chen later, 'dat ik hen het best kon helpen niet door in beroep te gaan of te vragen om een nieuw proces, maar door me aan te sluiten bij hun zaak.' De veroordeling leidde tot de samensmelting van de oppositie in de Democratische Progressieve Partij. Chens eerste daad als gekozen president was zondag het leggen van een krans op het graf van de DPP-stichter.

Bij een meeting in 1985 reed een vrachtwagen in op Chen en zijn vrouw. Volgens sommigen was het een aanslag, volgens anderen een ongeluk. Chens vrouw raakte vanaf haar middel verlamd. Op het triomffeest kreeg ze zaterdag in haar rolstoel een ereplaats.

Chen ging in 1986 voor acht maanden de cel in en werd daarmee een van de laatste politieke gevangenen van de Kwomintang-dictatuur. Het jaar daarop werd de staat van beleg, die sinds 1949 onafgebroken van kracht was geweest, opgeheven. De DPP werd een legale partij.

Chens ster steeg snel. Hij kwam in de gemeenteraad van Taipei en in het parlement. Hij bleek een eigenschap van onschatbare waarde te bezitten : charisma. In 1994 werd hij de eerste gekozen burgemeester van Taipei. Op een doortastende, volgens zijn tegenstanders autoritaire manier pakte hij de hoofdstedelijke corruptie, prostitutie en verkeerschaos aan.

Toen het Chen niet lukte zich als burgemeester te laten herverkiezen, zocht hij het hogerop. Zijn presidentiële kandidatuur had sterke kaarten: zijn reputatie als vechter voor de democratie en tegen de corruptie, het feit dat hij als enige kandidaat niet in China was geboren maar op Taiwan zelf, de splitsing in de regerende Kwomintang, die steeds meer de gedaante aannam van een politieke dinosaurus.

Chens zwakste kaart was een van de centrale punten van het partijprogramma van de DPP: de onafhankelijkheid van Taiwan. Vanwege de Chinese dreiging geven bijna alle Taiwanezen de voorkeur aan de handhaving van de status-quo, die neerkomt op feitelijke onafhankelijkheid.

In zijn campagne draaide Chen bij. Hij sprak niet meer over onafhankelijkheid, maar over onderhandelingen. Confrontatie maakte plaats voor verzoening. Desondanks dreigden de Chinese leiders met een oorlog als Chen gekozen zou worden. Ze hadden hem geen betere dienst kunnen bewijzen.

Meer over