analyse

Arbeiderspartijen durven weer te dromen na de Duitse winst. Is de sociaal-democratie uit de dood herrezen?

Jonas Gahr Støre van de Noorse Arbeiderspartij (tweede van rechts) en consorten juichen bij het zien van de uitslagen van een exitpoll.  Beeld AP
Jonas Gahr Støre van de Noorse Arbeiderspartij (tweede van rechts) en consorten juichen bij het zien van de uitslagen van een exitpoll.Beeld AP

In Duitsland, maar ook in Scandinavië en Zuid-Europa hebben progressieve partijen de wind in de rug. Het oprakelen van klassieke sociaal-economische thema's blijkt een winnende strategie. Toch moeten de jubelberichten enigszins worden gerelativeerd.

‘De sombere voorspellingen voor de sociaal-democratie zijn verkeerd gebleken’, jubelde de Spaanse europarlementariër Iratxe García Pérez na de verkiezingszege van de SPD in Duitsland. ‘In plaats daarvan zien we een grote golf van steun voor progressieve politiek in Europa.’ In de Duitse krant Die Zeit schreef columnist Mark Schieritz zelfs over een ‘mogelijk begin van een nieuw politiek tijdperk: het sociaal-democratische decennium’.

Eerder deze maand wonnen de sociaal-democraten de verkiezingen in Noorwegen, waardoor straks alle Scandinavische landen weer een linkse premier hebben. Ook in Zuid-Europa is centrum-links terug: Spanje en Portugal worden geleid door een sociaal-democratische premier. ‘Tegen de Europeanen zeg ik dat de sociaal-democratie een grote toekomst heeft omdat zij een groot heden heeft, en daar is Spanje een voorbeeld van’, zei de sociaaldemocratische leider Pedro Sánchez na zijn overwinning in 2019. En nu heeft centrum-links gewonnen in Duitsland, het oerland van de sociaal-democratie, het grootste en machtigste land van Europa.

Maar zoals de berichten over de dood van de sociaal-democratie wellicht een beetje overdreven waren, moet ook het nieuws van haar herrijzenis enigszins worden gerelativeerd. Niet heel Europa kleurt rood. De ooit zo machtige Franse socialisten, de partij van Jean Jaurès en François Mitterrand, werden bij de laatste verkiezingen weggevaagd, net als de PvdA in Nederland.

Winnen met historisch lage scores

Bovendien winnen de sociaal-democraten met historisch lage scores. De SPD kreeg zondag 25,7 procent van de stemmen, terwijl zij in de jaren zeventig boven de 35 procent scoorde, in 1972 zelfs 41,4 procent met lijsttrekker Willy Brandt. In Noorwegen haalde de Arbeiderspartij 26,3 procent, het op één na slechtste resultaat uit haar geschiedenis. De Zweedse socialisten werden in 2018 de grootste partij met de slechtste score die zij ooit geboekt hadden: 28,3 procent. In de jaren zeventig en tachtig kwamen zij gemakkelijk boven de 40 procent uit.

De tijd van de grote volkspartijen is voorbij, niet alleen voor de sociaal-democraten, maar ook voor hun christen-democratische rivalen. In een gefragmenteerd landschap kan een lijsttrekker die de juiste snaar raakt opeens de verkiezingen winnen, met percentages die niet zo lang geleden als een enorme nederlaag zouden zijn ervaren. Die winst kan ook zo weer verdwijnen: in 2012 haalde Diederik Samsom nog 19,5 procent voor de PvdA.

Maar toch: voor een stroming die zo vaak met messcherpe analyses op sterven na dood is verklaard, maken de sociaal-democraten het momenteel heel redelijk. De verklaring voor die opleving verschilt per land. In Spanje en Portugal kunnen de sociaal-democraten nog altijd rekenen op een omvangrijke achterban uit de arbeidersklasse, maar in Noord-Europa stemmen lager opgeleide kiezers veelal op populistische partijen. De Deense sociaal-democraten proberen lager opgeleiden terug te winnen met een keihard immigratiebeleid. De regering van de sociaal-democratische premier Mette Frederiksen wil erkende vluchtelingen terugsturen naar Syrië, omdat dat land inmiddels weer veilig zou zijn. Ook wil zij asielzoekers opvangen in landen buiten Europa. Gesproken wordt over Rwanda. ‘We kunnen niet nul asielzoekers beloven, maar we kunnen er wel naar streven’, zei Frederiksen. De strategie werkt, in vrij bescheiden mate. Bij de laatste verkiezingen liep 12 procent van de kiezers van de populistische Dansk Folkeparti over naar de sociaal-democraten, 15 procent naar nieuwe, nog radicalere rechtse partijen en 17 procent naar centrum-rechts.

Het is de vraag of het Deense recept zich gemakkelijk laat kopiëren. In veel landen dreigen kiezers uit de middenklasse af te haken als de sociaaldemocraten zulke harde maatregelen tegen immigratie nemen.

Klassieke sociaal-economische thema’s

In de coronacrisis werden identitaire kwesties als immigratie naar de achtergrond gedrongen. Daardoor konden de Duitse en Noorse socialisten campagne voeren op klassieke sociaal-economische thema’s. Olaf Scholz heeft gewonnen omdat hij weer politiek voor de ‘niet zo heel bevoorrechte klassen’ durfde te bedrijven, zei de Duitse schrijver Juli Zeh tegen radiozender Deutschlandfunk. Hij bracht ‘heel duidelijk en onversleuteld klassieke sociaal-democratische posities naar voren’, zoals een verhoging van het minimumloon. Scholz probeerde ook het gevoel van miskenning bij lager opgeleiden weg te nemen, schreef de Oostenrijkse econoom Dalia Marin in een column voor Project Syndicate, met slogans als ‘Sociaal beleid voor jou’ en ‘Respect voor jou’.

De Noorse socialisten voerden campagne met de leuze ‘Nu is het de beurt aan de gewone mensen’. Ook zij streden voor klassieke punten als een betere bescherming voor werknemers en belastingverhoging voor de hoge inkomens.

Corona heeft de sociaal-democraten in de rug geblazen, meende de Noorse parlementariër Anniken Huitfeldt. De staat speelt weer een grotere rol, ‘mensen vragen om gemeenschappelijke oplossingen voor hun welzijn’, aldus Huitfeldt in de Financial Times.

De sociaal-democratische partijen staan nog altijd voor grote structurele problemen. Hun succes was altijd gebaseerd op een alliantie tussen de arbeidersklasse en de middenklasse. Tegenwoordig kiezen veel lager opgeleiden voor de populisten, terwijl hoger opgeleiden naar de groenen gaan. Wie arbeiders probeert terug te winnen, verliest de stedelijke middenklasse, en omgekeerd. Bovendien zien jonge kiezers de sociaal-democraten als iets voor hun ouders, zoals in Duitsland weer bleek.

Niettemin suggereert het succes van Olaf Scholz dat een terugkeer naar klassieke sociaal-economische thema’s de beste strategie is. Door alle golfbewegingen heen zal de roep om sociale rechtvaardigheid altijd blijven bestaan.

Meer over