Arbeid als vorm van voortdurende onrust

De krapte op de arbeidsmarkt is veel jongeren naar het hoofd gestegen. Volgens Bart Dirks sporen hun praatjes niet met de ervaring waarop ze kunnen bogen en zal hun vrees voor vastroesten bij een werkgever hen vooral een reeks oppervlakkige ervaringen opleveren....

EEN van mijn collega's op de redactie draagt soms een T-shirt met de opdruk 1977. De vetzwarte cijfers verwijzen naar zijn geboortejaar. Zouden andere verslaggevers en redacteuren het shirt aandoen, dan verwijst het naar het jaar dat ze een vaste baan kregen bij de Volkskrant. Ze zitten er nog steeds, loyaal gebleven aan opeenvolgende hoofdredacteuren.

Het beklemt me wel eens, de gedachte dat ik hier na 25 jaar nog altijd zou werken. Toch houd ik me na ruim twee jaar Wibautstraat nauwelijks bezig met de vraag of ik in 2022 al een handvol andere werkgevers versleten heb, of heb gekozen voor de baan voor het leven en mijn zilveren jubileum vier.

Nee, dan Stefan Pors. Nog voor zijn dertigste is hij al aan zijn vierde werkgever toe. 'Ik vind het gewoon interessant om na een jaartje of twee ergens anders te kijken', pocht hij in het blad Vacant. 'Ik ben misschien bang ergens vast te blijven steken, vast te roesten, hoewel dat in de beweeglijke wereld van de IT niet snel zal gebeuren.'

Nieuwe mensen leren kennen, nieuwe dingen leren, telkens een nieuwe uitdaging - Pors en zijn generatiegenoten hebben het er maar druk mee. De BV Jong weet niet beter of de arbeidsmarkt is een koektrommel met elke keer weer een nieuw koekje. Laatst vertelde een jonge consultant dat ze een nieuwe baan had aangenomen omdat het werk bij haar vorige baas zó leuk was, dat ze vreesde er nooit meer weg te komen. Een luxe-probleem is er niets bij.

Doe ik iets verkeerd? Roest ik vast zonder het te beseffen? Wordt het hoog tijd voor een andere baan, juist omdat het me bij de Volkskrant zo bevalt? En moet ik anders niet op zijn minst een fikse loonsverhoging eisen plus lease-auto - de eerste levensbehoefte van mijn generatie? Nee.

De krapte op de arbeidsmarkt is veel van mijn leeftijdsgenoten naar het hoofd gestegen. Hun grote mond spoort niet met de ervaring waarop ze kunnen bogen. Wat nou ervaring na twee, drie jaar? 'Ik wil het dus ik kan het', zo luidt het adagium. 'Wacht je beurt maar eens af', zou de werkgever moeten antwoorden. Maar dat durft hij niet, bang om weer een schaarse kracht te zien vertrekken.

Na twee jaar werken bij een dagblad voel ik me nog steeds een beginner die kwetsbaar is voor beginnersfouten, die nog dagelijks leert van oudere en meer ervaren collega's, kortom, die zijn uitdaging voorlopig niet bij een andere werkgever hoeft te zoeken. En die zeker nog geen correspondent of chef hoeft te worden, want dat zou ik moeten eisen om te kunnen wedijveren met de 'beweeglijke wereld' waarin de jongens en meisjes in de IT zich bevinden.

Het klinkt zo uitdagend en dynamisch, maar het lijkt me dodelijk afmattend om je zo weinig rust te gunnen. Met zijn vierde werkgever, wellicht al lonkend naar de vijfde uitdaging, wordt IT'er Stefan Pors al een oude rot in zijn vak. Been there, done that, tried it all. Heerlijk. Nu nog 35 jaar volhouden en hij mag met pensioen.

Onlangs betoogde Marcia Luyten op deze pagina dat de starter op de arbeidsmarkt manager is van zijn eigen bv. Aangezien hij toch slechts een tijdelijk 'schietstoelcontract' krijgt en weinig liefde van zijn werkgever voelt, voelt hij op zijn beurt geen loyaliteit tegenover zijn baas. Eigen schuld, dikke bult. Maar die werkgever wordt weer steeds loyaler aan nieuwe binnenkomers. Hij weet al lang dat hebben geen houden meer is en dat het nu de werknemer is die het cliché 'voor jou tien anderen' bezigt.

Een vaste baan krijgen is helemaal geen uitzondering: vier van de vijf schoolverlaters heeft anderhalf jaar na afstuderen een vaste aanstelling of uitzicht op een vaste baan, concludeert het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) deze week. Dat is, toegegeven, een duidelijke trendbreuk met afgelopen jaren, waarin steeds meer schoolverlaters genoegen moesten nemen met een tijdelijke baan.

Nu werkgevers blijkbaar hun zegeningen tellen - de baan voor het leven is weliswaar voorbij, maar de ongedurige jobhopper brengt wel érg veel dynamiek in de zaak - zullen wellicht ook de (jonge) werknemers weer hun rust hervinden. Want het is terecht dat de zittende generatie erover klaagt dat de ongedurige nieuwkomers, de jonge honden, zich amper betrokken voelen bij de organisatie waar de veertigers en vijftigers hun zilveren jubileum hopen te halen.

Marcia Luyten schreef dat de bijna-jubilarissen zich met hun koninklijke onderscheiding vertwijfeld zullen afvragen waarom ze nooit een paardenstoeterij zijn begonnen, een restaurant hebben geopend, of een wereldreis gemaakt. Ze veronderstelt kennelijk dat de BV Jong daar wel aan toekomt. Die illusie koester ik echter niet. Als ze er al aan beginnen, dan doen ze het maar even, omdat ze anders weer bang zijn vast te roesten.

Die ongedurigheid zit klaarblijkelijk ingebakken in de nieuwe generatie op de arbeidsmarkt. Bij het stappen moet elke tweede consumptie in een ander café worden gedronken, televisie kijken wordt niet veel meer dan wezenloos zappen, een tijdschrift lezen wordt plaatjes kijken. Wie daar al geen rust en concentratie voor kan opbrengen, kan ook niet een tijd bij dezelfde baas blijven. Die ongedurigheid heeft alles te maken met de overdaad aan mogelijkheden en keuzes: zowel op televisie als op de arbeidsmarkt.

Blijkbaar stelt de BV Jong de verkeerde eisen aan werkgevers. In plaats van dikke salarissen en dito auto te vragen, zouden ze zich moeten bedenken aan welke voorwaarden een interessante baan wel moet voldoen. Die zullen voor iedereen anders zijn. Alleen dan krijgt het begrip 'uitdaging', het leegste modewoord van de jaren negentig, weer inhoud. En alleen dan houdt de BV Jong het wellicht een paar jaar langer uit bij een en dezelfde werkgever. Na vier of acht jaar ben je nog niet vastgeroest, maar als je elke twee jaar van baan wisselt, raak je na acht jaar wel versleten. Of ik bij de Volkskrant nog eens een collega zal zien binnenkomen die een T-shirt draagt met opdruk 1999? Ik wil er voorlopig niet aan denken.

Meer over