Arafat is dood, Ramallah rustig

Tot spontane rouw kwam het nauwelijks in Ramallah. 'We hebben veel respect voor Arafat en we willen ook rouwen, maar nadat we onze producten hebben verkocht.'

Zwarte vlaggen van Arafats Fatah-beweging, gemaskerde mannen en het gescandeer van slogans die af en toe worden onderbroken door een geweersalvo in de lucht, kunnen de mars in het donker maar niet tot het kookpunt brengen.

Zelfs bij de Muqata, het hoofdkwartier waar Arafat bijna drie jaar vastzat en waar hij ook begraven zal worden, blijft het relatief rustig. In Gaza, zegt men een beetje beschaamd, gaat het er heter aan toe.

'We hebben nu al zo lang gehoord dat hij dood was, of op het randje van de dood, het is nog niet doorgedrongen. De mensen hier zullen het pas echt beseffen als ze zijn lichaam zien', zegt Muhammed Yacoub, een Fatah-leider in Ramallah. Hij geeft toe dat de demonstranten grotendeels zijn opgetrommeld, maar er zijn ook mensen die spontaan zijn gekomen na afloop van het vasten voor de ramadan.

Overdag moeten de loyalisten de bevolking nog aanmoedigen in hun rouw. Rond het middaguur ligt de centrale markt van Ramallah er verlaten bij. Tussen de nog volle kramen walmen zwarte wolken op van stapels brandende banden, een boodschap van de activisten van de Fatah-beweging dat de kooplui respect dienen te hebben voor hun overleden oprichter. Goedschiks of kwaadschiks moet de markt dicht.

'We hebben veel respect voor Arafat en we willen ook rouwen, maar nadat we onze producten hebben verkocht', zegt Mussa Khalil Frukh, die met zijn sinaasappels en mandarijnen 's ochtends vroeg naar Ramallah is gekomen uit de buurt van Hebron, een reis van vele uren onder de huidige omstandigheden, met Israëlische controles.

Overal worden banden in brand gestoken, maar anders dan op de markt lijkt dat een teken van machteloosheid. Bij de Kalandia-overgang naar Jeruzalem komt het even tot kleine schermutselingen met Israëlische soldaten.

De sfeer in Ramallah is eerder neerslachtig en vermoeid, na vier jaar intifada, dan boos of intens emotioneel. Dat maakt de schok en het gevoel van ontheemdheid er niet minder op. Het is niet vaak dat volwassen mannen in het openbaar huilen in Ramallah. Ook op politiek gebied voelt men de aardverschuiving.

'Het einde van het historische Arafat-tijdperk' - zelfs opposant Hanan Ashrawi moet even slikken na de bijeenkomst van de Palestijnse Wetgevende Raad in Ramallah. In een bomvolle zaal hebben de leden van de raad onder de ogen van journalisten en internationale vertegenwoordigers net voorzitter Rawhi Fattouh ingezworen als nieuwe president .

De Palestijnen willen een 'soepele en democratische overgang' laten zien, zoals Ashrawi het beschrijft. Maar tijdens de ceremonie hapert het even als Fattouh, een relatieve onbekende, als 'de nieuwe president van de Palestijnse Autoriteit' wordt gepresenteerd. 'Waarnemend president!' corrigeert raadslid Ziad Abu Zayyad. Hij eist snel verkiezingen en roept de internationale gemeenschap op 'te zorgen dat Israël zich er niet mee bemoeit'.

Aartsvijand Israël moet het uiteraard ontgelden op deze voor de Palestijnen emotionele dag. Veel van de rouwenden in Ramallah menen dat de Israëlische inlichtingendienst, Mossad, Arafat heeft vergiftigd. 'Dat past precies in het soort dingen dat ze doen', meent een huilende vrouw.

Zelfs als er geen sprake was van gif, dan nog heeft Israël volgens velen grote verantwoordelijkheid voor de dood van hun leider: door Arafat de afgelopen drie jaar vrijwel opgesloten te hebben gehouden in zijn hoofdkwartier, de Muqata.

Veel bitterheid is er ook over de weigering van de Israëlische regering om Arafat in zijn gewenste rustplaats, Jeruzalem, te laten begraven. 'Hij is nu dood, wat moeten ze nog?', luidt de klacht.

Met zijn camouflagekleding en geblokte hoofdband lijkt de 24-jarige Hussam Deik eerder op een strijder dan op de student die hij zegt te zijn. Hij is al vroeg in de ochtend met een groep medestudenten van de universiteit van Bir Zeit naar de Muqata gekomen. Allen Fatah-ativisten, zijn ze er niet alleen om hun respect te betuigen aan de overleden leider.

'We zijn hier om zo meteen Yasser Arafat op onze schouders te nemen en hem mee te dragen naar Jeruzalem, waar hij begraven wilde worden', zegt Deik. 'Hij zal kost wat kost zijn droom verwezenlijken en Jeruzalem bereiken. Met een miljoen martelaren zullen we Jeruzalem bevrijden, zoals hij zelf heeft gezegd.'

Achter Deik, op het terrein van de Muqata, zijn de bulldozers al bezig het graf van Arafat voor te bereiden.

Kleine groepjes demonstranten trekken de hele dag op en neer tussen het stadscentrum en de Muqata, een wandeling van ongeveer een kwartier, net alsof ze in afwezigheid van Arafat ook niet meer goed weten waar de focus ligt. Ze scanderen slogans waarin ze zweren de taak van Arafat te zullen volbrengen en ook tegen de Arabische buurlanden die ze van verraad van de Palestijnse zaak beschuldigen.

Bij de Manara, de altijd chaotische rotonde in het centrum van de stad, staat een met posters van Arafat, een speelgoedgeweer en olijftakken opgetuigde gele minibus. 'Het symboliseert dat Arafat altijd voor vrede vocht maar in de andere hand ook een geweer vasthield', zegt de eigenaar van de taxi. 'Dat hebben de Israëliërs nooit begrepen.'

Een andere plek waar mensen samenkomen is de centrale moskee in Ramallah. Daar komen verschillende aanhangers van de overwegend seculiere Fatah-beweging bidden voot de overleden leider. 'Ik wil bidden voor zijn ziel', zegt de 24-jarige Fatah-activist Abu Sufian, die er vier uur over heeft gedaan om uit Salfit in het noorden naar Ramallah te komen. 'Arafat is de vader van ons volk. Ik heb nooit een andere leider gekend, hij verdient onze gebeden.'

Maar niet iedereen in de moskee is het daarmee eens. 'Wij moslims bidden niet voor mensen, niet voor de president of wie dan ook. Hier denken we alleen aan God.'

Meer over