Analyse

Arabische jongeren keren zich tegen de islam: ‘Ik geloof in mensenrechten’

null Beeld Ricardo Tomás
Beeld Ricardo Tomás

Het Midden-Oosten wordt minder islamitisch. Jongeren in de Arabische wereld trekken zich minder aan van de religieuze regels. Ook het aantal atheïsten groeit. ‘Ik vind: elke vrome moslim is een leugenaar.’

Minder islam? Geert Wilders wordt op zijn wenken bediend. Geloofsafval rukt op in de Arabische wereld. De atheïsten groeien niet alleen in zichtbaarheid, ook in aantal nemen zij toe. Bovendien hebben jonge Arabieren een steeds lossere relatie met het geloof. Zoiets als een God, misschien bestaat dat wel, maar van de strenge regels en het klerikaal gezag trekken ze zich minder aan.

Voor de goede orde: de islam staat bepaald niet op verdwijnen. Het Midden-Oosten is zeer religieus. De grote meerderheid van de bevolking beschouwt zich als moslim en gedraagt zich daarnaar. Er wordt volop gebeden, de Koran wordt geraadpleegd, de vastenmaand wordt massaal gerespecteerd. De islam is de maatschappelijke norm, en daarin vaak behoorlijk dwingend.

Toch zit de rot in het religieuze bouwwerk, zo blijkt uit gesprekken met jonge Arabische atheïsten en met wetenschappers die het fenomeen van geloofsafval onderzoeken. Door betere scholing en internet, door toenemende verstedelijking en culturele mondialisering worden jongeren blootgesteld aan andere zienswijzen en levensstijlen die aantrekkelijker zijn dan de saaie zedigheid van de vrome islam. Daarnaast heeft de beroerde staat van dienst van islamistische partijen afbreuk gedaan aan het prestige van de islam.

Ook komen jongeren in hun persoonlijke leven in botsing met de islamitische waarden. Voor vrouwen en meisjes is dit vooral de genderongelijkheid die inherent is aan de reëel bestaande islam, een onrechtvaardigheid die twijfel zaait over de waarheidsclaims van de godsdienst als zodanig. Sommigen knappen af op een ander soort tegenstrijdigheid: hoe fanatieker mensen in hun omgeving de religie in woorden belijden, hoe groter vaak de hypocrisie. De 30-jarige Liam Sabbagh, een in 2013 naar Istanbul gevluchte Syriër, kreeg schoon genoeg van de conservatieve landgenoten die zich, de islam in de mond bestorven, opwierpen als voorlieden van het Syrische verzet.

‘Ze logen en bedrogen’, zegt hij boven een cappuccino in Espresso Lab. ‘Ze beloofden van alles, maar deden niets. Ze zamelden krankzinnig veel geld in en gaven de baantjes aan vrienden en familie. Ik werd niet van het ene moment op het andere atheïst, mijn vertrouwen in de religie daalde geleidelijk. Maar op een zeker moment besloot ik: hier hoor ik niet meer bij.’

Het probleem met het meten van geloofsafval in het Midden-Oosten is dat het een groot taboe is. Velen durven er niet voor uit te komen. Menig waarnemer meent daarom dat de afkeer van religie in de Arabische wereld veel groter is dan de beeldvorming wil en dan uit onderzoeken zou blijken.

Zelfs binnen families kan de vrees voor de publieke schande leven. Lena Richter, die aan de Radboud Universiteit Nijmegen werkt aan een proefschrift over geloofsafval in Marokko, sprak een jonge vrouw die op haar 18de met grote schroom tegen haar vader en moeder zei niet te willen meedoen aan de ramadan, omdat ze niet langer in God geloofde. De ouders reageerden tot haar grote verrassing niet boos, maar opgelucht.

‘Zij waren óók atheïst’, zegt Richter. ‘Dat hadden ze alleen nooit tegen hun kinderen durven zeggen, uit angst dat die op school of bij de buren hun mond voorbij zouden praten. Dat zou de familie een slechte naam geven. Al die tijd hadden ze thuis toneel gespeeld, gedaan alsof ze goede moslims waren. De Koran lag in de woonkamer.’

Hetzelfde overkwam Aws Kareem, een 29-jarige Irakees die tien jaar geleden met zijn familie naar Turkije vluchtte. Ook hij deed als kind mee aan alle religieuze gebruiken, ook hij ontdekte pas als jongvolwassene dat zijn vader - net als hijzelf inmiddels - atheïst was.

Met terugwerkende kracht begreep hij nu bepaalde gesprekken beter, vroeger met zijn vader in de tuin van hun woning in Bagdad. ‘Hoe weet je dat God wil dat je vast?’, had zijn vader gevraagd. ‘Waarom denk je dat er een God is? Denk je echt dat God een engel naar de grot van Mohammed kon sturen?’ Zaadjes van de twijfel, die gaandeweg uitgroeiden tot het besluit niet langer in God te geloven.

De diaspora maakte het eenvoudiger te ontsnappen aan de taboes en aan de druk van de publieke schande. Op twee zoomcontacten na spreekt de Volkskrant alle Arabische atheïsten in het kosmopolitische Istanbul, een vrijhaven voor dissidenten en vluchtelingen uit het Midden-Oosten.

null Beeld Ricardo Tomás
Beeld Ricardo Tomás

Turkije is bovendien een land waar de afkalving van het geloof tastbaar is. Ondanks de pogingen van de regering-Erdogan een islamitische voetafdruk te zetten, gaat de Turkse samenleving een tegenovergestelde kant op. ‘Turkije islamiseert niet, het wordt juist steeds seculierder’, stelde de Volkskrant vorig jaar vast. Godsdienst speelt een steeds kleinere rol in het dagelijks leven, ook in het conservatieve binnenland.

Het baart de Turkse regering grote zorgen. Zelfs op de islamitische imam hatip-scholen heeft het ‘deïsme’ een hoge vlucht genomen, zo stelde het ministerie van Onderwijs in 2018 geschrokken vast. Veel scholieren geloven nog wel in God, maar laten zich verder niet meer door de religie voorschrijven hoe te leven. Diyanet, het Turkse departement van godsdienstzaken, zag medio september zijn jaarbudget met 320 miljoen euro verhoogd worden tot 1,6 miljard, maar het lijkt dweilen met de kraan open.

Ook in een ander niet-Arabisch land in het Midden-Oosten wordt de islam minder nagevolgd dan algemeen gedacht en dan de leiders beweren. In Iran zegt circa 20 procent van de bevolking in God noch in een hiernamaals te geloven. Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek vorig jaar van de Group for Analyzing and Measuring Attitudes in Iran (Gamaan), een project van Iraanse onderzoekers aan de universiteiten van Utrecht en Tilburg.

Ongeveer de helft van de 50 duizend ondervraagden zei geleidelijk het geloof te verliezen. Bijna 70 procent zei dat de islam geen invloed mag hebben op de wetgeving. Bijna 60 procent had niets op met de hijab en eenzelfde aantal was tegen godsdienstonderricht op school.

Uiteraard zegt dit op zich niets over de Arabische regio. De bevolking van Iran is wereldser dan die van de meeste andere landen in het Midden-Oosten. En ook blijkt er nog geen toename van geloofsafval uit. Er is immers maar op één moment gepeild.

Een indicatie van wat er in de Arabische wereld gaande is, biedt een onderzoek van Arab Barometer, een sinds 2006 bestaand instituut van Princeton University en de universiteit van Michigan. Het project, waarvoor geregeld tienduizenden mensen worden ondervraagd, is het grootste in zijn soort in het Midden-Oosten.

Het aantal mensen in elf Arabische landen dat zich ‘niet-religieus’ noemt, steeg van 8 procent in 2013 tot 13 procent in 2019 (‘zeer religieus’ en ‘enigszins religieus’ waren de andere opties). De stijging was het grootst onder jongeren tot 30 jaar. Van hen zei in 2019 18 procent niet-religieus te zijn (was 11). Het aantal zeer religieuzen daalde onder jongeren licht, van 29 naar 27 procent.

Arabische Lente

Een scharniermoment in het proces van geloofsafval was 2011, het jaar van de Arabische Lente. De opstanden brachten niet alleen regimes aan het wankelen, ook gevestigde opvattingen en hoogstpersoonlijke overtuigingen. ‘De revolutie werd door velen, vooral jongeren, ervaren als een waterscheiding’, zegt Karin van Nieuwkerk, onderzoeker aan de Radboud Universiteit. ‘Veel jonge Egyptenaren begonnen politieke, religieuze en patriarchale autoriteiten ter discussie te stellen.’

Van Nieuwkerk werkt aan een studie naar geloofsafval in Egypte, onder de werktitel Understanding Unbelief in Egypt. Tussen 2015 en 2018 deed zij ter plekke onderzoek. Vooral tv en sociale media hadden haar belangstelling. Ze sprak met atheïsten zowel als met mensen die twijfelen aan het geloof.

Met wetenschappelijke prudentie zegt Van Nieuwkerk geen uitspraken te kunnen doen over de toename van atheïsme in Egypte, daar heeft zij immers geen empirisch onderzoek naar gedaan. Toch heeft ze wel degelijk de indruk dat het aantal atheïsten is gestegen, gezien ook het onderzoek van Arab Barometer. En duidelijk is hoe dan ook dat hun zichtbaarheid groter is geworden, vooral op sociale media.

In Egypte zag na 2011 een groot aantal blogs en YouTubekanalen het licht waarin de bijl werd gezet in de wortels van het geloof - de islam zowel als het christendom. Eindelijk vonden niet-gelovigen elkaar en konden ze van gedachten wisselen. ‘Dat leidde tot een hoogoplopend debat onder religieuze autoriteiten en in de staatsmedia over hoe dit alarmerende fenomeen aan te pakken’, aldus Van Nieuwkerk. Praatprogramma’s op tv doken een jaar of vijf geleden op de zaak.

‘Iedere zichzelf respecterende talkshow had wel een atheïst te gast, die dan in debat ging met een islamitische of koptische geestelijke’, zegt ze. ‘Het was altijd sensationeel en negatief. Interessant was de rol van de presentatoren. Zij moesten zich sterk distantiëren van de atheïsten. Die werden eventjes aan het woord gelaten en dan de studio uitgeschopt, omdat ze dingen zeiden die niet de bedoeling waren. Er is nog een komische clip gemaakt van al die fragmenten achter elkaar.’

Alle onderzoekers signaleren dezelfde factoren die leiden tot religieuze twijfel, zoals de achterstelling van vrouwen in de islamitische traditie en wetgeving. Voor veel jonge vrouwen - beter opgeleid dan hun moeders - is dat niet langer acceptabel. Voor veel jonge mannen overigens ook niet. Ook in Turkije is het een van de voornaamste aanjagers van het geloofsafval, samen met de vruchteloze pogingen van president Erdogan de islam er bij de mensen in te stampen.

‘De islam is niet eerlijk voor vrouwen’, zegt de 26-jarige Sanar telefonisch vanuit Bagdad. ‘Mannen mogen vrouwen controleren. De vrouw moet gehoorzamen aan haar vader, broer, echtgenoot. Als kind vroeg ik al: God, waarom is dat? ‘Gewoon gehoorzamen’, zei mijn familie dan. ‘God zal je straffen als je die vraag stelt.’ Nu geloof ik niet langer in God, ik geloof in mensenrechten.’

‘Vrouwen in het Midden-Oosten hebben meer reden dan mannen om de religie te verlaten’, zegt Brian Whitaker, oud-redacteur van The Guardian en auteur van het boek Arabs Without God (2017). Dat betekent overigens niet dat zij dat ook vaker doen. Uit de kast komen als ongelovige is moeilijker voor vrouwen, omdat het bij hen wordt gekoppeld aan zedeloosheid. Veel meer mannen dan vrouwen in het Midden-Oosten geven aan niet-religieus te zijn.

Ook de terreur van Islamitische Staat heeft bijgedragen aan de religieuze afkalving. ‘In Tunesië heeft IS een paar grote aanslagen gepleegd op toeristen’, zegt Michael Robbins, directeur van Arab Barometer. ‘Ook kwamen veel strijders in Syrië uit Tunesië. Op Tunesische jongeren heeft dat grote invloed gehad. ‘Als dat de islam is, wil ik daar geen deel van uitmaken’, zeiden velen.’

Tunesië springt er toch al uit. Het van oudsher meest seculiere land in de Arabische regio telt naar verhouding de meeste ongelovigen. Het aantal ‘niet-religieuzen’ steeg volgens Arab Barometer tussen 2013 en 2019 van 16 naar 31 procent van de bevolking. Van de mannen zei 47 procent niet gelovig te zijn (vrouwen 15 procent), van de jongeren tot 30 jaar 46 procent. Vermoedelijk is het bij jonge mannen dus nog aanzienlijk hoger.

Van hun voetstuk gevallen

In Tunesië, Libië en Egypte deed zich tijdens de opstanden van 2011 een opmerkelijk fenomeen voor: de autoriteit viel van zijn voetstuk. Eerst in de persoon van de ooit onaantastbaar geachte leider (Mubarak, Kadhafi, Ben Ali), maar als gevolg daarvan ook andere gezagsdragers: de autoritaire vader en, jawel, God.

‘Iedereen onder de 30 groeide op met de wetenschap dat Hosni Mubarak president was’, zei Elham, een jonge Egyptische atheïst tegen Van Nieuwkerk. ‘Dat we in staat waren om hem te verjagen, met zovelen, bracht veel jongeren tot de gedachte: als hij weg kan, kunnen we van elke autoriteit af komen. Dus hoe zit het dan met de autoriteit van God?’

Die twijfel leidde lang niet bij iedereen tot een expliciete keuze voor het etiket ‘atheïst’. In de Arabische wereld is dat een zeer controversiële term, die kan leiden tot maatschappelijke uitsluiting en zelfs geweld. Bovendien hébben niet alle twijfelaars gebroken met het godsconcept. Vaak betreft het afscheid de religieuze instituten en voorschriften. ‘Agnost’ is alweer een mildere term. Je zou ook van ‘secularisering’ kunnen spreken, al kan dat leiden tot begripsverwarring. Zo is in het niet-Arabische Turkije ‘deïsme’ een gangbaar begrip.

‘In Egypte noemen veel mensen zich la dini’, zegt Van Nieuwkerk. Met die Arabische term, die zo ongeveer ‘niet religieus’ betekent, plaatst iemand zich buiten het geloofssysteem, maar het is tamelijk breed, het omvat allerlei vormen van afstand nemen van het geloof. ‘Anderen zeggen een ‘religieuze crisis’ te beleven. Daarmee suggereer je dat je wellicht nog tot inkeer kunt komen.’ En sommigen kómen tot inkeer, ze gaan in verschillende fasen van hun leven heen en weer tussen geloof en ongeloof. Moving In and Out of Islam, heet een boek van Van Nieuwkerk.

Hoe dan ook is er, door alle genoemde factoren, iets in gang gezet in de Arabische wereld, en de richting is duidelijk: minder religie in het dagelijks leven en in de hoofden van de burgers. Het is een glijdende schaal die kan eindigen in 24-karaats atheïsme, of voorlopig tot rust komt ergens halverwege vroomheid en afvalligheid.

‘Ik heb jongeren gesproken die zeer conservatief waren opgevoed en veel in de Koran lazen’, zegt Richter, die onderzoek doet naar humor en andere subtiele vormen van verzet onder ex-moslims. ‘Maar dan vonden ze daarin een tegenstrijdigheid. Dat bracht hen steeds meer aan het twijfelen. Een domino-effect.’

‘Heel complex’, noemt Richter het. En als iemand zijn geloof verlaat, betekent dat niet dat hij of zij meteen alles ervan afwijst. Menigeen gaat er soepel mee om. Ook in Nederland, zegt ze, zijn er veel mensen die graag Kerstmis vieren, maar niet gelovig zijn.

‘Ik zie een meer relaxte vorm van geloof ontstaan’, zegt Brian Whitaker. ‘Mensen in de Arabische wereld bewegen zich stilletjes weg van de religie.’

Ahmed (24 jaar, Egypte, nu in Istanbul)

‘Ik wilde olietechniek studeren en bad, dag en nacht. Maar God antwoordde niet, terwijl ik zo mijn best deed. Een leraar verknoeide mijn aanvraag. Toen begon de twijfel. Mijn familie had problemen met me, omdat ik homo ben. Ze zeiden: ‘Je gaat naar de hel, God zal je niet vergeven.’ Ik dacht: God heeft mij geschapen als homo, maar hij wil me naar de hel sturen? Ik sprak drie jaar niet met mijn familie.

Toen mijn vader corona kreeg, bad hij tot God: ‘Laat me leven, want mijn vrouw en twee dochters zijn van me afhankelijk.’ Hij overleed. Als God almachtig is, is hij niet eerlijk. In Istanbul kwam ik terecht in een huis met Moslimbroeders. Een keer snapte ik mijn huisgenoot toen hij masturbeerde terwijl hij naar zijn overbuurmeisje keek, achter het raam. En hij stal van me. Als je bidt, kun je je blijkbaar alles veroorloven.’

Aws Kareem (29 jaar, Irak, nu in Istanbul)

‘De beste manier om atheïst te worden is de Bijbel en de Koran lezen. Met een kritische blik zie je duidelijk dat het bullshit is. Bij mij was dat toen ik 13 was. Soms vroegen we de leraar over God. Hij zei: ‘Doe dat niet, het is verboden.’ Op de middelbare school werd ik gepest. Ik had een ijzeren staaf in mijn tas om me te beschermen. Wat meespeelde was dat ik metalhead was: zwarte kleren, halskettingen, lang haar, ringen. Ik was de eerste metalhead op die school. voor de anderen was ik een freak. Conservatieve milities begonnen een campagne tegen metalheads en emo’s.

Ik geloof niet dat de meerderheid in Irak religieus is. Ze kijken porno, ze flirten. Maar ze zijn sociaal conservatief. Atheïsme gaat te ver voor ze, net als homoseksualiteit. Het atheïsme groeit, ongetwijfeld. Door de sociale media en door IS. Het atheïsme is absoluut toegenomen door de opkomst van IS.’

Sanar (26 jaar, Irak)

‘Mijn familie weet niet dat ik atheïst ben. Ze zouden me vermoorden. Ik doe alsof ik moslim ben. Als ze weg zijn, doe ik de hijab af. Ik weiger kleren te dragen waarmee vrouwen zich moeten verbergen. De islam is niet eerlijk voor vrouwen, ze moeten gehoorzamen aan de vader, de broer, de echtgenoot. Als tiener ging ik mezelf daar vragen over stellen. Mijn familie zei: ‘God zal je straffen. Je moet gewoon gehoorzamen.’ Dat ik journalist ben weet mijn familie ook niet. Ze vinden dat niks voor vrouwen. Lerares of arts, dat kan wel. Ik werk online. Als ik iemand ga interviewen verzin ik een smoesje.

Toen ik een jaar of 20 was zat ik veel op internet, ik kreeg interesse voor wetenschap. Ik ging vragen stellen, boeken lezen. Ik dreef af van de religie, van het idee dat je moet gehoorzamen. In God geloof ik niet meer, ik geloof in mensenrechten.’

Brahim (24 jaar, Marokko)

‘In 2015 had ik een kamergenoot die at tijdens de ramadan. Ik zei: ‘Wat doe je? Dit is een grote zonde!’ Hij bleek atheïst te zijn. Ik ging over religie lezen, de Koran en andere dingen. Sommige dingen bleken in strijd te zijn met de wetenschap, met vrouwenrechten. Ik vond dingen tegen mijn seksualiteit, ik ben biseksueel. In 2016 besloot ik dat ik geen moslim meer was. Atheïst worden hielp me mijn biseksualiteit te accepteren.

Alleen mijn oudere broer en een oom weten dat ik atheïst ben. Ze ontdekten het. Mijn broer betrapte me op eten tijdens de ramadan. Mijn oom zag me op Facebook in een groep van ex-moslims. Beiden accepteerden het, het was geen probleem. Maar ik wil niet dat mijn moeder het hoort. Zij zou er ziek van zijn, ik ben bang voor haar mentale gezondheid. Als mijn zusters het wisten, zouden ze het contact verbreken. Ik wil geen ruzie.’

Liam Sabbagh (30 jaar, Syrië, nu in Istanbul)

‘Moslims in het Midden-Oosten hebben een probleem met eerlijkheid. De religie moedigt hen aan oneerlijk te zijn. Toen ik van mijn geloof viel, woonde ik met vrienden. ‘Dus je bent een afvallige, we zullen je moeten doden’, zeiden ze. Ik was niet bang, ik wist dat ze het niet durfden. Het blijven mensen, maar ze denken dat het moet van het geloof. Ze schopten me het huis uit, op straat scholden en spuugden ze. Het kon me niet meer schelen. Met mijn ouders was het makkelijker.

Vanaf 2014, in de oorlog, zag ik dat veel religieuze mensen leugenaars waren. Dat opende mij de ogen. Tijdens de revolutie hadden we nog veel vertrouwen gehad in God. Maar dat het mislukte, kwam door de religieuzen. Zij deden het voor de verkeerde redenen, wilden er zelf beter van worden. Dat was zo ziek. Ik vind: elke vrome moslim is een leugenaar. Loyaal aan God, niet aan zijn verantwoordelijkheden.’

Meer over