Arabische Israëli’s herkennen zich niet in de vlag

Minister Ghaleb Majadele zingt het Israëlische volkslied niet mee, liet hij een paar dagen geleden weten. Hij is de eerste Arabische Israëli die, sinds kort, het ministersambt bekleedt, maar bij de naleving van het protocol maakt hij een pas op de plaats....

Van onze correspondent Alex Burghoorn

Het was een relletje op een bekend thema. Het is al veel langer bekend dat Arabische Israëli’s geen boodschap hebben aan het volkslied of de vlag. Zij herkennen zich niet in de Hatikva (‘Zo lang diep in het hart een Joodse ziel smacht*’), noch in de davidsster.

De ‘Index van Arabisch-Joodse Verhoudingen’ heeft maandag nog een andere pijnlijke dimensie van de moeizame relatie blootgelegd. Uit onderzoek onder 721 Arabische Israëli’s blijkt dat 28 procent van hen niet gelooft dat de holocaust echt is gebeurd.

Het is een ‘proteststem’, denkt socioloog Sami Smoocha, die het onderzoek namens de Universiteit van Haifa heeft geleid. ‘Radicalen in de Arabische wereld geloven dat de holocaust een politieke gebeurtenis was, en door die te ontkennen geven ze uiting aan hun protest en tegenstand tegen de Israëlische staat.’

Het past in een klimaat van groeiende onvrede, dat die ontwikkeling zich nu ook voordoet onder de Arabieren die in Israël zelf wonen.

Het zelfbewustzijn van de Arabische Israëli’s is de laatste jaren sterk gegroeid – ze noemen zichzelf bij voorkeur ‘Palestijnse Arabieren in Israël’. Met ongeveer 1,2 miljoen staatsburgers vormen ze een kleine 20 procent van de Israëlische bevolking – de nakomelingen van de Palestijnen die in 1948 bij de stichting van de Joodse staat zijn achtergebleven in Israël. De rellen in 2000, aan het begin van de tweede Palestijnse intifada, hebben hen wakker geschud. Bij het neerslaan van de protesten werden twaalf Arabische Israëli’s doodgeschoten.

Er gaat praktisch geen dag voorbij of een Arabisch-Israëlisch lid van de Knesset is in opspraak wegens ‘anti-Israëlische’ uitspraken. Zo heeft Taleb El Sana de wereld dinsdag opgeroepen Israël te boycotten, nadat Joodse kolonisten een huis in de Palestijnse stad Hebron hadden gekraakt. Ibrahim Sarsour moedigde zondag moslims en Arabieren aan Jeruzalem te bevrijden, ‘zoals de moslims Jeruzalem ooit hebben bevrijd van de kruisvaarders’. Tekenend voor de steeds uitdagender opstelling is dat de Islamitische Beweging, die zijn hoofdkwartier heeft in de Arabisch-Israëlische stad Nazareth, de voortrekker is van de protesten tegen de opgravingen aan de voet van de Tempelberg in Jeruzalem.

De Shin Bet, de binnenlandse veiligheidsdienst, heeft premier Ehud Olmert onlangs gewaarschuwd voor de ‘strategische dreiging’ die de Arabische Israëli’s zouden vormen voor de staat, zo hebben Israëlische media bericht. Het is een idee dat breed leeft onder de Joodse Israëli’s: 68,4 procent van hen vreest een opstand van Arabische Israëli’s.

De Arabische Balad-partij heeft de veiligheidsdienst om opheldering gevraagd. Per brief heeft de Shin Bet aangekondigd ‘alle activiteiten te zullen dwarsbomen van groepen of individuen die het Joodse en democratische karakter van Israël schade willen toebrengen, zelfs als die activiteiten wettelijk zijn toegestaan’.

De Israëlische elite is vooral verontrust door de reeks van Arabische initiatieven voor het formuleren van een Israëlische grondwet. Centraal daarin staan het streven naar een democratische staat – en geen Joodse democratische staat – en het gelijkwaardig stellen van het Arabisch aan het Hebreeuws. De initiatiefnemers verklaren hun inspanningen als het bewijs dat ze wel degelijk bij Israël willen horen.

Maar veel Joodse Israëli’s volgen het met argusogen. Wie sleutelt aan het Joodse karakter van de staat, sleutelt aan het bestaansrecht van Israël. Zvi Zameret, directeur van het academische Yad Ben Zvi Instituut in Jeruzalem: ‘Iedereen die in de Arabische taal gewikkeld wil zijn, kan er voor kiezen in een Arabisch land te gaan wonen.’

Meer over