Arabisch eergevoel belemmert democratisering

In het Midden-Oosten, dat nooit bij het Westen heeft gehoord, is democratisering veel moeilijker dan in Oost-Europa, veronderstelt Thomas von der Dunk....

Thomas von der Dunk

Arie Elshout put voor het Midden-Oosten hoop uit Oost-Europa, waar de bevolking na de val van de Muur immers ook veel massaler voor de westers-democratische idee bleek te opteren dan de linkse kritiek op de Amerikaanse politiek tijdens de Koude Oorlog had doen vermoeden (Forum, 18 september). Bleek men niet ook hier, eindelijk in de gelegenheid om te kiezen, niets liever te willen dan Het Rijk van het Kwaad af te schudden om zich bij het eens verdoemde Westen aan te sluiten? Elshout: ‘Ongemerkt waren we steeds aan de winnende hand geweest’, en vervolgens, de lijn naar het Midden-Oosten doortrekkend: ‘Is er toch een spoortje van licht’. Het is deze misplaatste parallel, los van alle ravage die Bush c.s. door hun optreden in de praktijk aanrichten, waardoor elk krachtdadig Amerikaans democratiseringsproject ginds bij voorbaat tot mislukken lijkt gedoemd.

Het grote verschil is dat Oost-Europa deel uitmaakt van de westerse beschaving en het Midden-Oosten niet. Simpel gesteld: het Westen houdt dáár op, waar men een VS-invasie die een dictatuur terzijde schuift, niet meer als bevrijding, maar als bezetting ervaart.

De Koude Oorlog was geen conflict met de onderdrukte Oost-Europese bevolking, maar met de onderdrukkende communistische regimes. Die ontleenden hun macht volledig aan Moskou, dat als resultaat van de Tweede Wereldoorlog Oost-Europa in de eigen invloedssfeer had weten te trekken. Op het moment dat, met Gorbatsjov, Moskou zijn handen van deze landen aftrok, was het met die regimes gedaan. De bevolking immers wilde ‘terug naar Europa’, en dat vertaalde zich bij verkiezingen in regeringen die dit realiseerden – waarbij overigens de grote minderheid die zich uit angst voor de sociale bijwerking van de markteconomie aan het verleden bleef vastklampen, niet uit het oog moet worden verloren. Dat speciaal in Polen en het Balticum van een uitgesproken prowesterse oriëntatie sprake was – wat zich gezien de behoefte aan militaire veiligheid al snel vertaalt in een sterk Amerikaanse oriëntatie – , is begrijpelijk, tegen de achtergrond van de negatieve historische ervaringen met de grote Russische buur, die nog regelmatig dreigende taal uitslaat en chantage niet schuwt.

In Rusland ligt de situatie duidelijk anders; de hals-over-kop-introductie van de markteconomie bracht hier geen ‘bloeiende landschappen’, maar voor velen armoede en chaos, en bij het ontberen van enige rechtsstatelijke traditie resulteerde dat bij verkiezingen in een toenemende roep om orde en staatsgezag. De macht van Poetin vaart daar wel bij, ook door handig gebruik van traditioneel-Russische antiwesterse sentimenten: wijd verbreide twijfels bij de pretentie van westerse onbaatzuchtigheid als het om de democratische boodschap gaat. Zie Oekraïne.

Dat geldt voor de islamitische wereld voorbij de Bosporus, die nooit deel van het Westen heeft uitgemaakt, in nog veel sterkere mate. Vrije verkiezingen resulteren hier – van Algerije en Egypte tot Palestina en Irak – niet in een moderne democratie, maar in fundamentalisme. Westerse democratiseringspogingen kampen hier met een bijna onoverkomelijke drievoudige handicap.

Ten eerste met de (al dan niet terechte) perceptie van de westerse bemoeienis gedurende de afgelopen eeuw, waarbij het Westen lang uit eigenbelang niet heeft geschuwd archaïsch-feodale of modern-dictatoriale regimes te steunen of in het zadel te helpen: het grote westerse geloofwaardigheidsprobleem nu, los van de kwestie-Israël. De atoompolitiek van Iran, en de steun daarvoor onder de bevolking, stoelt deels op de behoefte als gelijkwaardige partner te worden behandeld, en niet meer neokoloniaal als onmondig kind.

Ten tweede met het feit dat westerse waarden in de ogen van veel Arabieren besmet zijn geraakt door de corruptie van hun eigen ‘moderne’ seculiere regimes – van Fatah tot de zelfzuchtige boevenbendes die Turkije regeerden tot het aan de macht komen van de islamisten. ‘Westers’ is daarmee gelijk komen te staan aan ‘decadent’. Hamas, Hezbollah, Ahmadinejad ontlenen hun populariteit aan hun sociale politiek en het feit dat zij zichzelf niet zo ostentatief verrijken. Het door hen gepredikte morele reveil is daarmee voor de eigen bevolking geloofwaardig.

En het derde, diepst gewortelde probleem is dat veel moslims ginds op grond van hun zelfbeeld en wereldbeeld weinig heil zien in werkelijke verwestersing, maar de propaganda daarvoor als een cultuurimperialistische aanval op hun vaak religieus gelegitimeerde levenswijze interpreteren – die zij als even vanzelfsprekend beschouwen als wij de onze.

Eergevoel speelt een belangrijke rol. Tegen mogelijke winst aan welvaart door mentaliteits- en gedragsverandering op de lange termijn staat het risico van verlies aan aanzien op de korte termijn. Ook de meest geknechte Arabische man in de meest achterlijke Arabische dictatuur heeft nu nog één trotse zekerheid: dat hij in elk geval nog de tiran kan spelen over zijn vrouw. Dit veranderen is zeer wenselijk, maar een proces dat generaties en dus veel kleine stapjes vergt. Bommen vormen een te grote stap.

Meer over