Arabella

De cast zingt en acteert over de hele linie subliem.

Arabella van Richard Strauss, door De Nationale Opera o.l.v. Christof Loy en Marc Albrecht

Nationale Opera & Ballet, Amsterdam, 11/4; Herh.: t/m/2/5 (zie dno.nl). Radio 4: 23/4, 18.45 uur

De opera Arabella is een komedie die weinig komische momenten bevat, een licht werk dat in 1933, in de schaduw van het opkomende naziregime, ten doop werd gehouden. Ook is dit muziekdrama het sluitstuk van de decennialange samenwerking tussen componist Richard Strauss en librettist Hugo von Hofmannsthal, die overleed nog voor het stuk was voltooid.

De opera, die bepaald niet behoort tot de canon, is nu te zien bij de Nationale Opera in een enscenering en met een rolbezetting die nauwelijks zijn te overtreffen - vooral als je er rekening mee houdt dat het licht drakerige verhaal, het decor van de Weense beau monde en de hier en daar wat overspannen muziek, talloze mogelijkheden bieden te vervallen in geschmier en goedkope effecten.

Niets van dat al bij de eminente enscenering van regisseur Christof Loy, die overigens al eerder was te zien in Zweden en Duitsland. Vanaf het begin staren we in een grote witte ruimte met verschuifbare achterwanden, die vrijwel nooit helemaal opengaan en inkijk bieden in verschillende kamers, een vestibule, een toiletruimte en ja, zelfs even op de chique entree van het hotel waar het overgrote deel van de handeling zich afspeelt. Een van de motoren van het verhaal is de tegenstelling tussen rijke en verarmde adel, maar in de vormgeving van Loy zit de spanning hem eerder in het contrast tussen het publieke en het private, dat dankzij de schuifpanelen heel plooibaar is.

Schitterend is de eerste ontmoeting van Arabella (Jacquelyn Wagner) met haar aanstaande, Mandryka (bariton James Rutherford). Tot dan toe waren de protagonisten omringd door hotelgasten, die juist op dat moment vrijwel onmerkbaar in beweging komen, terwijl de twee geliefden met stomheid geslagen, doodstil blijven staan.

Hoewel Arabella een aangeboren noblesse heeft (waar Wagner de hare aan toevoegt) en Mandryka een blanke pit met een ruwe bolster is (waaraan Rutherford prachtig naturel gestalte geeft) lijkt niets hun geluk in de weg te staan. Maar er is een andere aanbidder in het spel in de persoon van officier Matteo (tenor Will Hartmann). Bovendien heeft Arabella een zus, Zdenka (Agneta Eichenholz), die echter is opgevoed als jongen en zelf heimelijk verliefd is op Matteo, aan wie ze in naam van Arabella liefdesbrieven schrijft, om hem gelukkig te maken (om een komische situatie tot stand te brengen, moet een librettist zich nu eenmaal vaak in bochten wringen). Dat loopt natuurlijk spaak, waardoor de twee aanbidders elkaar weldra naar het leven staan. Maar als Zdenka ten slotte haar broek uittrekt, komt alles weer goed.

De humor is soms geforceerd en tegenover de visionaire momenten en fraaie gemoedsschilderingen van Strauss' muziek staan een zekere langdradigheid en bij wijlen ook kippendrift. Maar dirigent Marc Albrecht beweegt het Nederlands Philharmonisch Orkest tot gloedvolle prestaties. De cast zingt en acteert over de hele linie subliem, inclusief Charlotte Margiono, die als Arabella's moeder een mooie rentree maakt op het operapodium, en Susanne Elmark, die als dronken coloratuursopraan voor de meest tenenkrommende momenten zorgt, maar die zigzaggende noten allemaal raakt. Dat maakt Arabella tot een voorstelling die het aanzien en ook het aanhoren alleszins waard is.

undefined

Meer over