Appel

Op een bankje in het park: een jongeman die in de verte op Kuifje leek, rood haar, sproeten, hetzelfde blotebillengezicht....

Hoe vaak zie je dat nog?

Mijn grootvader was de laatste die ik het zag doen, en hij is al jarendood. Hij kon het trouwens erg goed, een appel schillen - hij maakte ereen sport van de hele vrucht in één vloeiende beweging van zijn schil teontdoen, zodat er één lange, kronkelende sliert ontstond en die moest ooknog flinterdun zijn, bijna doorzichtig zelfs. Dik schillen kon iedereen,zei mijn opa altijd knorrig, maar zelfs dát zag ik na zijn dood maarzelden in het openbaar. Appels worden uit de hand gegeten; hap, een beet,hap, nog een beet.

En nu deze jongeman.

Hij was er niet zo bedreven in als wijlen mijn opa - de appel in éénvloeiende beweging uit de jas helpen, nee, dat had hij nog niet onder deknie, maar hij was al wel een eind onderweg. Als hij maar oud genoeg werd,dan zou hij het op een dag kunnen.

Hij ving de schillen op in een krant die hij keurig over zijn knieënhad uitgespreid. En toen hij klaar was met schillen, sneed hij de appelkeurig in vieren om het klokhuis eruit te halen. Daarna veegde hij zijnzakmes af aan een rand van de krant en klapte hij het dicht.

Net toen hij het eerste partje van de appel naar de mond bracht,arriveerde een al wat oudere, sjofele dame bij het bankje. Ze had een grotehandtas bij zich en plofte zonder pardon naast de jongeman neer. Hij leekdaar zo van te schrikken dat hij het eten van zijn appel even uitstelde;het stuk dat hij in zijn hand had, zweefde tussen mond en schoot, tussenhemel en aarde.

Hij keek even opzij en nam toen toch maar een hap - precies in tweeënbeet hij het stuk. Vergenoegd ging hij zitten kauwen, alsof hij al jarengeen appel meer had geproefd.

De mevrouw naast hem deed net alsof ze niets in de gaten had. Misschienhad ze ook wel haar eigen zorgen. Ze opende de handtas, rommelde er wat inen sloot hem weer zonder er iets uit te hebben gehaald. Ze keek even opzijtoen de jongeman het tweede stuk appel in zijn mond stak, een glimlachspeelde om haar mond.

De jongeman zat er maar mee.

Hij had zich voorgenomen in alle rust van zijn appeltje te genieten ennu zat er iemand naast hem die hem in de gaten hield. Van de weeromstuitbegon hij wat sneller te kauwen; zijn plezier was bedorven. Maar halverwegehet tweede deel van het tweede partje bedacht hij zich ineens. Hij moestnog wel even zijn mond leegeten voor hij tot actie over kon gaan, maar toenoffreerde hij de buurvrouw een part van de appel.

De dame deed natuurlijk net alsof ze géén stukje appel wilde, maaruiteindelijk nam ze het toch aan. Gretig beet ze erin, en de jongemanvolgde haar voorbeeld.

Samen zaten ze toen te kauwen, twee vreemdelingen in het park die op eenbankje een appel deelden. Hoe vaak zie je dat nog?

Meer over