AOb wil met nieuwe flinkheid leden werven

De derde onderwijs-CAO, die in juni 1996 werd gesloten, leidde tot zoveel opwinding in de achterban dat veel leden met de benen stemden....

Van onze verslaggever

Sander van Walsum

AMSTERDAM

De Algemene Onderwijsbond (AOb) grossiert de laatste tijd in gespierde vakbondstaal. En dat bevalt goed, geeft woordvoerder Onno Bosma toe. 'Alleen vandaag al hebben we er 120 nieuwe leden bijgekregen. Dat genoegen hebben we gedurende de twee jaar van ons bestaan nog niet eerder geproefd.'

En dat is een understatement. De AOb - het uit 1997 stammende fusieproduct van NGL en ABOP - kampte aanvankelijk met een aanzienlijk ledenverlies. Die was het gevolg van het grote ongenoegen bij de achterban over de derde onderwijs-CAO (die liep van 1 juni 1996 tot 1 januari 1999). Over de omvang van de leegloop deden de wildste geruchten de ronde. Zo circuleert tot op de dag van heden een getal van tienduizend. Maar zo groot is de schade bij benadering niet geweest, weet Bosma. 'We zijn hooguit tweeduizend mensen kwijtgeraakt. En met de huidige stand van 72 duizend leden zitten we weer bijna op het oude niveau.'

Van de onderwijsbonden die in 1996 bij de onderhandelingen over de primaire arbeidsvoorwaarden waren betrokken, werd de AOb door de leden het hardst gestraft voor de daarbij betoonde rekkelijkheid. De onderhandelaars hadden ingestemd met een loonstijging van 3 procent over 2,5 jaar, en oogstten daarmee storm in eigen kring. Het bestuur van de CNV-onderwijsbond trok zijn positieve aanbeveling daarop schielijk in, maar de AOb legde het pakket - waarvan ook een arbeidsduurverkorting van 3 procent deel uitmaakte - met een positief advies aan de leden voor. Een kleine meerderheid ging ermee akkoord, maar anderen stemden met de benen. Die schok dendert, alle relativeringen over de omvang van het ledenverlies ten spijt, nog altijd na binnen de AOb.

Ze inspireerde de bond tot een harde opstelling in de CAO-onderhandelingen met de schoolbesturen in het voortgezet onderwijs. Sinds 1996 komen de arbeidsvoorwaarden in die sector in twee etappes tot stand: de financiële ruimte van de arbeidsvoorwaarden wordt in overleg met het ministerie van Onderwijs vastgesteld, over de nadere invulling daarvan wordt vervolgens met de schoolbesturen gesproken.

Deze gesprekken verliepen vorig jaar moeizaam. Dat hing enerzijds samen met de onervarenheid van de schoolbesturen als werkgever en CAO-partner. Anderzijds was er de strijdbaarheid van de AOb. De bond drong aan op collectieve afspraken over de reductie van het aantal lesuren van 28 naar 26 per week, maar de schoolbesturen meenden dat de financiële ruimte (die dus mede door de AOb was bepaald) dat niet toeliet.

Na lang praten, een landelijke estafettestaking en een financiële tegemoetkoming van minister Ritzen werden de partijen het alsnog eens. Maar de AOb had wel de indruk gewekt zich bij haar opstelling niet alleen door het belang van de leraren te hebben laten leiden, maar ook door het streven de ontevreden leden te paaien.

En dat lijkt ook nu, bij het centraal arbeidsvoorwaardenoverleg met minister Hermans, weer het geval te zijn. Er gaapt weliswaar nog een kloof tussen de looneis van de bonden en het laatste bod van de minister, maar het is niet evident dat die een stakingsoproep rechtvaardigt. De andere onderwijsbonden die bij het overleg waren betrokken, wekten in elk geval niet de indruk dat ze al met de deuren wilden slaan, en ook minister Hermans zag nog openingen voor een volgende onderhandelingsronde. Maar de AOb weet, volgens Bosma, onderhand wel wat dat betekent. 'Dat betekent dat hij nog 0,7 procent toevoegt aan zijn oorspronkelijke bod. En daarmee zitten we nog ruimschoots onder de loonstijging in de vrije sector. Daarom hebben we deze keer maar gezegd dat we voor de eer bedanken.'

Bosma geeft toe dat de AOb met zijn nieuwe flinkheid vooral de leden en - uiteraard - de potentiële leden wil behagen, maar dat lijkt hem volstrekt legitiem. 'Zij verlangen van ons dat we straks met een redelijk bod tevoorschijn komen. En dat zullen we dan ook doen.' Onder redelijk wordt in dit geval een marktconforme CAO verstaan. 'Wij verzinnen echt niet dat we achterop zijn geraakt bij de loonontwikkeling in de marktsectoren. Wij baseren ons op de jaarlijkse trendnota van Binnenlandse Zaken. En die bevestigt wat iedereen weet, ook de minister: de leraar wordt onderbetaald.'

Meer over