Profiel

António Costa: politiek kunstenaar in Portugal en Europa, maar nog niet zo zeker van een nieuwe overwinning

António Costa is al sinds 2015 premier van Portugal. Zondag gaat zijn land opnieuw naar de stembus, maar ditmaal wankelt de positie van de sociaaldemocraat die zich ijzersterk waande. Wie is deze premier die het slechte financiële imago van zijn land wegpoetste en niet één, maar twee Nederlandse ministers tot de enkels afbrandde?

Dion Mebius
António Costa spreekt op een verkiezingsbijeenkomst in Lissabon.  Beeld AFP
António Costa spreekt op een verkiezingsbijeenkomst in Lissabon.Beeld AFP

‘Wal-ge-lijk.’ Met zijn dreunende bassstem hakt António Costa het woord op in stukjes, die hij als verbale vuurpijlen afschiet op Wopke Hoekstra. Het is 27 maart 2020, de coronacrisis is net uitgebroken. De lijkkisten in landen als Italië en Spanje stapelen zich op. Hoekstra, dan nog CDA-minister van Financiën, heeft vier dagen eerder aangedrongen op een onderzoek naar de gebrekkige buffers van de zuidelijke landen die om financiële hulp vragen. Hoekstra’s uitspraken gaan alle morele grenzen te buiten en zijn zelfs ‘een bedreiging voor de toekomst van de Europese Unie’, briest Costa.

Het was een voor Brusselse begrippen ongekend stevige uithaal, maar het geduld van Costa met de Hollanders was op. Drie jaar eerder had Hoekstra’s voorganger Jeroen Dijsselbloem gezegd dat je niet al je geld aan ‘Schnaps und Frauen’ kunt besteden om vervolgens je hand op te houden, een sneer naar Zuid-Europese eurolanden. Na die ‘racistische’ woorden eiste Costa het aftreden van Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep, het overlegorgaan van de ministers van Financiën uit de eurolanden.

Ook die reactie van de Portugese premier was ‘heel, heel erg hard’, zegt Frans Timmermans, (destijds al) vicevoorzitter van de Europese Commissie en partijgenoot van PvdA’er Dijsselbloem. ‘Omdat hij wist dat het nodig was. En ook omdat hij zich persoonlijk aangesproken voelde. Het is geen doetje, niet iemand die zich weg laat zetten.’

Zal Costa (60) zich zondag bij de Portugese parlementsverkiezingen ook niet laten wegzetten? Maandenlang leek de leider van de sociaaldemocratische PS op een comfortabele zege en een derde kabinet af te stevenen, na een doorslaand vaccinatiesucces en een sterk herstel van de economie. Costa liep over van het zelfvertrouwen: van de Portugese kiezer vroeg hij een absolute meerderheid, zodat hij eindelijk zou kunnen regeren zonder de lastige radicaal-linkse partijen die hij sinds 2015 als zijn gedoogpartners moest dulden.

In de laatste week voor de verkiezingen is Costa echter een groot deel van zijn ruime voorsprong kwijtgeraakt. De Portugezen lijken terug te schrikken voor het idee van een PS die alleen aan de touwtjes trekt. Opiniepeilers voorzien nu een veel kleinere overwinning, met voor het eerst aanwijzingen dat Costa kan verliezen van de conservatief-liberale PSD. De premier, die zelf ook niet meer in een absolute meerderheid gelooft, zet inmiddels in op een nieuwe regeringscoalitie. Zijn toekomst in de landelijke politiek hangt ervan af: bij verlies stapt hij op als leider van de PS.

Verrassend liberaal beleid

Denk echter niet dat Costa al verslagen is. Als iemand een politieke goochelaar is, is het wel deze zoon van een communistische schrijver en een feministische journalist. Zijn vader werd geboren in Mozambique, maar had wortels tot in Goa, een Indiase provincie die lang tot het Portugese overzeese rijk behoorde. Zijn communistische sympathieën waren niet zonder gevolgen: drie keer werd hij gearresteerd voor zijn steun aan de oppositie tegen de autoritaire leider António Salazar.

Al op zijn 14de werd Costa lid van de sociaaldemocratische PS, in 1975, middenin de woelige periode na de Anjerrevolutie die Portugal naar de democratie zou voeren. Het was de aanzet tot een politieke carrière uit het boekje. Na zijn studie rechten werd Costa in 1982 gemeenteraadslid in Lissabon, een zetel die hij na ruim tien jaar inruilde voor prominentere functies: Kamerlid, fractievoorzitter, Europarlementariër, staatssecretaris, minister.

António Costa bezoekt een aardbeikwekerij. Hij heeft zich mateloos populair gemaakt als burgemeester die graag op straat een praatje maakt met zijn kiezers. Die populariteit kalft af. Beeld EPA
António Costa bezoekt een aardbeikwekerij. Hij heeft zich mateloos populair gemaakt als burgemeester die graag op straat een praatje maakt met zijn kiezers. Die populariteit kalft af.Beeld EPA

Trekken van een potentiële premier kreeg Costa na zijn terugkeer in Lissabon in 2007, ditmaal als burgemeester. De man met de eeuwige glimlach, nooit te beroerd voor een praatje op straat, maakte zich er mateloos populair. De hoofdstad transformeerde, dankzij een beleid dat liberaler was dan Portugal van de PS gewend was.

Costa, geen ideologisch scherpslijper maar een pragmaticus, zette de deur wijd open voor bemiddelde buitenlanders en het internationale bedrijfsleven. Het bracht Lissabon economische voorspoed – de bureaucratie kromp, de lokale industrie groeide en het toerisme nam een vlucht – maar niet zonder uitwassen in de vorm van sterk gestegen huizenprijzen en de overname van hele woonwijken door verhuurplatform Airbnb.

Sloop van ‘Berlijnse Muur’

Dat die sociale problemen zich pas echt na zijn vertrek als burgemeester zouden openbaren, kwam Costa niet verkeerd uit. Na in Lissabon verkiezing op verkiezing te hebben gewonnen werd het partijleiderschap van de PS bijna een logische vervolgstap. In 2014 versloeg hij de zittend leider met een straatlengte afstand.

Een jaar later eindigde de PS als tweede bij de parlementsverkiezingen. De centrumrechtse premier Pedro Passos Coelho leek te gaan doorregeren, tot Costa een zet deed die zijn tegenstanders deed tollen, en de Portugese politiek op haar kop zou zetten: voor het eerst in decennia stak een sociaaldemocraat de hand uit naar de Communistische Partij. De communisten lagen sinds de revolutiejaren met de PS overhoop, maar waren getalsmatig een machtsfactor gebleven. Ondanks felle tegenstand uit eigen gelederen schoof Costa oud zeer terzijde en met de gedoogsteun van de communisten en een tweede radicaal-links blok werd hij premier, aan het hoofd van een minderheidsregering.

De premier heeft, onder grote belangstelling van de media, vervroegd zijn stem uitgebracht in Porto. In verband met de pandemie zijn kiezers opgeroepen vervroegd te stemmen, om de drukte bij de stembussen meer te spreiden. Beeld AP
De premier heeft, onder grote belangstelling van de media, vervroegd zijn stem uitgebracht in Porto. In verband met de pandemie zijn kiezers opgeroepen vervroegd te stemmen, om de drukte bij de stembussen meer te spreiden.Beeld AP

Zelf sprak hij van ‘het neerhalen van wat restte van de Berlijnse muur’, maar Brussel hield zijn adem in. Na de financiële crisis was Portugal gered met tientallen miljarden Europese euro’s. Nu trad een door communisten geschraagde regering aan die beloofde met het harde bezuinigingsbeleid te breken.

Timmermans herinnert zich de onderhandelingen die hij en commissievoorzitter Jean-Claude Juncker destijds met Costa voerden. ‘’Vertrouw mij nou maar’, zei hij tegen ons. ‘Jullie vinden dat ik risico’s neem, maar ik vind het verantwoord. Als burgemeester heb ik Lissabon van een enorme schuld afgeholpen en financieel gezond gemaakt. Dat ga ik ook met het land doen, maar dat moet via het sociale pad.’’

Succesverhaal voor links

De doemscenario’s kwamen niet uit. Sterker: in Europa werd zijn regering het succesverhaal waar de zwelgende sociaaldemocratische familie naar snakte. Costa slaagde erin zijn beleid als uiterst sociaal neer te zetten, met in het oog springende maatregelen als het verhogen van de uitkeringen en het minimumloon. Tegelijkertijd bracht hij de overheidsuitgaven terug. Dat de economie in de eurozone aantrok, hielp ook. In 2019 gaf Portugal voor het eerst sinds de Anjerrevolutie minder geld uit dan er binnenkwam, hoewel de staatsschuld – mede door de coronacrisis – met 130 procent van het bbp nog altijd torenhoog is.

Het bezorgde Costa in Brussel een sterke naam. Sinds zijn eerste EU-toppen, waar hij zijn collega’s nog tot wanhoop dreef met ellenlange redevoeringen, groeide de geslepen strateeg met het vriendelijke ronde gezicht uit tot een (in verhouding tot Portugals grootte) invloedrijk regeringsleider. Zo voerde hij in 2019 samen met de Spaanse premier Pedro Sánchez de onderhandelingen over de verdeling van de Europese topposities namens de sociaaldemocraten. Zijn naam valt als mogelijke opvolger van Charles Michel als voorzitter van de Europese Raad; volgens Timmermans is hij er ‘absoluut’ geschikt voor.

Tegelijkertijd groeide in eigen land echter de achterdocht bij zijn linksere gedoogpartners, die in opeenvolgende verkiezingsrondes door hun kiezers zijn afgerekend op het als te liberaal geziene beleid. Na een herstart van de informele coalitie in 2019 sneuvelde de gedoogconstructie in november vorig jaar alsnog, toen Costa niet inging op de eis van een radicalere jaarbegroting. Dat was de aanleiding voor de vervroegde verkiezingen van zondag. Het is een gok die dramatisch uitpakt als zondag het rechtse blok wint, maar die bij een PS-zege zijn politieke kunstenaarschap zal bevestigen.

Meer over