Anton musserts leven als b-film

Het is geen historische roman, maar ook geen biografie. Bukmans hybride over Mussert is een mislukte imitatie van Binets meesterwerk HhhH.

Bert Bukman: Anton - Mussert en de NSB: opkomst en ondergang van een populist

Meulenhoff; 335 pagina's; euro 19,95.


Uitgeverij Meulenhoff gaf in 2010 de Nederlandse vertaling uit van de bestseller HhhH (Himmlers hersenen heten Heydrich) van de Fransman Laurent Binet. De auteur doet in zijn historische roman over SS-kopstuk Reinhard Heydrich uitvoerig verslag van zijn moeizame worstelingen als schrijver van dit literaire genre: hoe ver mag je gaan met verzinnen? Klaarblijkelijk geïnspireerd door het succes van Binet besloten Meulenhoff en Bukman een soortgelijk boek over NSB-leider Mussert uit te geven. De manier waarop Anton Mussert en de NSB door de uitgever als non-fictie wordt aangeprezen is misleidend. In kranten en op internet verschenen daardoor onjuiste berichten over een nieuwe Mussert-biografie. De omslag van het boekwerk geeft bovendien geen uitsluitsel over het genre.


Volgens de ronkende achterflaptekst gaat Bukman in op de grote vragen hoe Mussert tot zijn daden kwam en hoe het allemaal anders had kunnen lopen. Het betreft een 'bijzondere persoonlijke geschiedenis, die iedereen die meer wil begrijpen van de Tweede Wereldoorlog moet lezen'. Een boek dat, zo lijkt het, een belangrijke aanvulling vormt op de bestaande geschiedschrijving. Niet dus.


De argeloze lezer ontdekt al snel wat Bukman pas in zijn verantwoording op de laatste twee pagina's vermeldt: zijn boek is deels het product van zijn verbeelding. De auteur is evenwel van oordeel dat de door hem verzonnen dialogen, gedachten, dromen en huiselijke situaties 'een hoge mate van waarschijnlijkheid hebben'. Zij dragen volgens hem zelfs bij aan een 'beter beeld' van Mussert.


Het verschil tussen deze zelfvoldane ontboezeming en de consciëntieuze twijfel van Binet is opvallend. Bukman lijkt oprecht te menen dat de voortbrengselen van zijn fantasie een verrijking vormen van hetgeen historici op basis van onderzoek eerder over Mussert hebben gepubliceerd. Deze postmodernistisch aandoende gedachtekronkel is even absurd als aanmatigend. Bukman heeft royaal geput uit het werk van anderen (overigens ontbreekt er veel op zijn compacte literatuurlijstje) en daarbij niet zelden de methode van cherry picking gehanteerd. De meest aansprekende passages zijn in gewijzigde bewoording vervat en aangevuld met eigen bedenksels. Het resultaat is teleurstellend. Het ontbreekt de opgevoerde personages aan psychologische diepgang. De imaginaire dialogen en gedachten zijn daarnaast vaak te banaal en op effectbejag gericht om geloofwaardig te zijn.


Zoals bekend was Mussert een familieman, zij het niet in de gebruikelijke betekenis. Hij trouwde met de jongere zus van zijn moeder en had in de oorlog een hartstochtelijke verhouding met zijn jeugdige nicht Marietje. Nu is dit al rijkelijk bizar, maar Bukman weet er nog een extra incestueuze lading te geven. De overtreffende trap als stijlmiddel. Terwijl zijn 18-jarige tante en toekomstige vrouw de zuigeling Anton in haar armen houdt, kan diens verhitte vader zich ternauwernood bedwingen haar van achteren vast te pakken. Tijdens de bezetting spreekt nicht Marietje haar bijna dertig jaar oudere minnaar Mussert aan met 'pappie'. Bepaald scabreus is haar vurige liefdesverklaring 'Pappie, ik wil een kind van je'. Toegeven: dit zal geen enkele historicus Bukman nadoen.


Ook andere scenes worden ontsierd door dergelijke theatrale overdrijving. Wanneer Musserts Joodse kennis Josephus Jitta verontrust het heikele punt van het antisemitisme aankaart, valt de NSB-leider voor het eerst diens 'grote hoekige neus' op. Zij kennen elkaar dan bijna vijftien jaar. Soms zijn de beschreven gesprekken en gedachten regelrecht in strijd met de historische feiten. Zo wordt NSB-leider Mussert door de tweede man Kees van Geelkerken regelmatig op zijn nummer gezet en door hem voortdurend met 'je' en 'jij' aangesproken. Veelzeggend was juist dat beide mannen - ondanks hun jarenlange intensieve samenwerking - elkaar altijd uiterst formeel met 'u' bleven aanspreken. Waarschijnlijk was dit niet 'leuk' genoeg. Bij Bukman wordt de NSB-leider door vrijwel iedereen getutoyeerd, zo niet ook gepiepeld.


'Maar er is meer', zou Loe de Jong schrijven. In tegenstelling tot wat de auteur beweert zijn niet slechts dialogen en gedachten, maar soms ook de beschreven gebeurtenissen aan zijn fantasie ontsproten. Het is uiterst twijfelachtig of de Mussert Garde in 1939 werd opgericht om een staatsgreep te plegen. Niettemin beschrijft Bukman omstandig hoe op Musserts initiatief een coup d'état wordt voorbereid. De toekomstige putschisten worden zelfs door de NSB-kopstukken Rost van Tonningen en Feldmeijer persoonlijk geïnstrueerd. Daarnaast zijn er nog de kleinere historische miskleuntjes die veelal voortvloeien uit de onbedwingbare neiging van de auteur om het verleden op te leuken. Ronduit ergerlijk is de karakterisering van Musserts leven als tragisch. Reeds vóór de bezetting bood de NSB-leider heimelijk bij de nazi's zijn diensten aan als landverrader. Hij bleek, evenals andere fascistenleiders in bezet Europa, niet opgewassen te zijn tegen zijn veeleisende Duitse bondgenoten. Is zijn volhardende medeplichtigheid aan de naziterreur nu tragisch?


Bukmans boek is geen biografie en verdient evenmin het predicaat 'literaire non-fictie'. Het ontbeert daarvoor de vereiste literaire kwaliteiten, terwijl Dichtung und Wahrheit onbekommerd door elkaar zijn geklutst. Zijn boek is echter ook geen historische roman. Daarvoor blijft hij te dicht op het werk van anderen zitten. Ondanks de vlot bedoelde dialogen behoort het werk tot het belegen genre van het vie romancée, dat vooral in de jaren dertig populariteit genoot. De malle pretentie dat zijn boek bijdraagt aan een beter beeld van Mussert is daarentegen van een verrassende originaliteit.

Meer over