Antieke oorlog

Rusland en Georgië vechten een haast ouderwetse oorlog uit, met te veel burgerslachtoffers. De verouderde strijdmacht van Georgië is daarbij kansloos tegen de Russen.

Door Noël van Bemmel

Het lijken beelden uit een B-film met Sylvester Stallone: de colonnes Russische pantserwagens die oprukken in Georgië. Bijna antieke T-55 tanks die rokend en reutelend een hoek omslaan, BMP-pantserwagens die een dozijn soldaten meedragen op hun dak, houwitserkanonnen die in stelling worden gebracht tegen steden. Duizenden burgers zijn mogelijk omgekomen door het geweld.

Aan die beelden is de kijker niet meer gewend, in dit tijdperk van smartbombs en Hearts & Minds-tactieken. Nog niet zo lang geleden, was het echter normaal een stad in puin te schieten, om zo een tegenstander te verjagen. De Grad-raketten waarmee Georgië afgelopen vrijdag de aanval opende op de Zuid-Ossetische hoofdstad Tschinvali, zijn ongeleide projectielen. 98 Procent van het stadje met 30 duizend inwoners is volgens de Russen vernietigd.

Vergelijk dat eens met de hightech aanpak in Uruzgan. Daar rijden Nederlandse Fennek-voertuigen rond, met fluisterstille motoren en gekoelde uitlaatgassen tegen detectie door warmtebeeldkijkers. Met op hun dak een camera die 20 kilometer ver kan kijken, en waarmee de verkenner met één druk op de knop het exacte coördinaat van een doel doorgeeft aan een modern kanon.

Een zogeheten forward air controller die een vliegtuigbom aanvraagt om zijn eenheid te helpen, kan eerst zijn robuuste laptop openklappen en via een NAVO-netwerk meekijken op het schermpje in de cockpit van een Amerikaans jachtvliegtuig. Mikt de piloot wel op het juiste doel?

Dan nóg kan er veel misgaan, blijkt dagelijks in Afghanistan. Maar ISAF-militairen spannen zich merkbaar in om burgerslachtoffers te vermijden. Hoe moeilijk dat is, bleek bijvoorbeeld begin dit jaar in Uruzgan. Een Nederlandse F-16 wierp twee keer een lasergeleide bom op een huis, van waaruit Talibanstrijders vuurden. Twee keer mis. Waarna een hele Afghaanse familie uit de kelder klimt. Tot ieders verrassing, ondanks urenlange observatie.

Niet gek dus, dat de Georgische SU-25’s met hun ‘domme bommen’ slachtoffers maken. Net als de Russische jachtvliegtuigen die de steden Gori, Poti en Tbilisi hebben bestookt. De artillerie is van een naoorlogs type: het eerste schot is flink mis, waarna een waarnemer de granaten als het ware door de stad laat wandelen tot het vuur ‘op doel ligt’.

Volgens luitenant-kolonel Marcel de Haas, Ruslanddeskunige bij het instituut Clingendael, beschikken de Russen wel over smartbombs, lasers en satellietsystemen om exacte coördinaten te verkrijgen, maar is dat materiaal schaars. ‘Het is de vraag of de eenheden daarmee zijn uitgerust.’

Volgens De Haas hebben de Russen een slechte reputatie op het gebied van nevenschade. ‘Het is wel wat beter geworden, sinds zij in de eerste Tsjetsjeense oorlog de stad Grozny met de grond gelijk maakten.’ Maar nog steeds werken Russen volgens hem met oude technieken en vinden veel soldaten het normaal een verdacht huis te vernietigen, in plaats van eerst te verkennen. ‘Het is ook een mentaliteitskwestie.’

Het Georgische leger is kansloos tegen de Russen. Die beschikken volgens De Haas in de Kaukasus over 2.000 tanks, 8.000 pantserwagens en 90 duizend soldaten. Georgië kan daar 16 duizend soldaten tegenover zetten, 25 duizend man als reservisten en paramilitairen worden opgeroepen.

Volgens het gezaghebbende militaire vakblad Jane’s is Georgië met succes bezig de strijdkrachten te moderniseren. Amerikaanse, Britse en Turkse trainers helpen sinds 2002 het Georgische leger bij de omvorming van een militieleger met starre Sovjettactieken, tot een kleine, flexibele krijgsmacht die inzetbaar is voor internationale vredesoperaties.

Het defensiebudget is verhoogd tot 8 procent van het nationaal product en president Saakasjvili stuurde 2.000 infanteristen naar Irak om zijn goede wil te tonen. Die konden meteen terugkeren, met dank aan de Amerikaanse luchtmacht.

Sinds zij nieuwe uniformen kregen, lijken Georgische soldaten wel een beetje op Amerikaanse mariniers. Maar daar houdt de vergelijking op. Veel geld ging naar de modernisering van kazernes, die dus meteen zijn gebombardeerd, naar huisvesting, training en pensioenen. Moderner materiaal, waaronder M-16 geweren en Blackhawk helikopters, zijn besteld. Tot die tijd, mopperden veel Georgische officieren in Jane’s, worden de ambities gesmoord door het antieke spul waarmee ze moeten werken.

Georgische soldaten zitten samengepakt op een lichte BMP pantserwagen bij hun vertrek uit Gori. (AFP) Beeld AFP
Georgische soldaten zitten samengepakt op een lichte BMP pantserwagen bij hun vertrek uit Gori. (AFP)Beeld AFP
Meer over