Anorexia in de genen

Eetstoornissen als anorexia- en boulimia nervosa komen vooral voor bij meisjes. Hoewel het slankheidsideaal in de media vaak als hoofdschuldige wordt aangewezen, zijn genetische factoren minstens zo belangrijk. Dat zegt Rita Slof-Op 't Landt, die verbonden is aan het Centrum Eetstoornissen Ursula en komende dinsdag haar proefschrift Genetic determinants of eating disorders verdedigt aan de Universiteit Leiden.

Welke eetstoornissen zijn er?

'Drie soorten. Anorexia nervosa: mensen met ondergewicht die te weinig eten of hun toevlucht nemen tot zelf-opgewekt braken en laxeermiddelen. Boulimia nervosa: mensen met eetbuien die hun overtollige calorie-inname compenseren door te braken, veel te sporten of te laxeren. En mensen met een eetbuienstoornis die niet compenseren.'

Hoeveel mensen lijden aan eetstoornissen?

'Van de vrouwen tussen 15 en 29 jaar lijdt 0,3 procent aan anorexia nervosa en 1 procent aan boulimia nervosa. Eetbuien komen vaker voor. Voor Nederland betekent dit dat er elk jaar 5.500 mensen met anorexia bij komen.'

Waarom zijn het vooral vrouwen?

'Er is een theorie die verwijst naar vrouwelijke hormonen, maar we weten het eigenlijk niet. Mannen gaan wel anders om met eetstoornissen. Ze braken en laxeren veel minder, ze gaan eerder veel sporten. Misschien omdat mannen meer bezig zijn met een gespierd lichaam, en vrouwen met een laag gewicht en een slank figuur.'

Vrouwen hebben meer last van het slankheidsideaal dat veel media uitdragen.

'Er is een relatie tussen anorexia en het beeld van magere, mooie, succesvolle vrouwen. Maar de meeste meisjes die op dieet zijn, ontwikkelen geen anorexia nervosa. Wij denken dat daarvoor een genetische kwetsbaarheid nodig is.'

Hebt u daarvoor aanwijzingen?

'De belangrijkste bevinding uit mijn onderzoek is dat het gen TPH2, dat een enzym codeert dat de serotonine-afgifte in de hersenen beïnvloedt, een rol speelt bij de ontwikkeling van eetstoornissen. Maar dat is het spreekwoordelijke topje van de ijsberg.'

Perfectionisme komt vaker voor bij mensen met eetstoornissen, schrijft u.

'Ik ben erg benieuwd of er een specifieke combinatie is van genen die bij gedragskenmerken als perfectionisme, impulsiviteit en angststoornissen een rol spelen, én bij het ontstaan van eetstoornissen.'

De eeuwige drug alcohol

Gezopen is er altijd, blijkt uit het boek Ziek of zwak - geschiedenis van de verslavingszorg in Nederland van Gemma Blok. Gaan allerlei soorten verslavingen in golven, alcohol overleeft tot nu toe elke hype. Misschien wel omdat het de meest sociaal geaccepteerde drug ooit is; daar doet Blok geen uitspraak over. Een andere terugkomende observatie: verslaving wordt pas echt een maatschappelijk probleem als deze samengaat met verloedering. Zolang de elite gebruikt - Blok verwijst naar de artsen(vrouwen), apothekers en verpleegkundigen die zichzelf in het verleden royaal bedienden van de morfine uit de medicijnkast - is er niet veel aan de hand.

Blok heeft een prettig leesbaar, informatief boek geschreven, royaal gelardeerd met anekdotes en citaten. Helaas worden de recente ontwikkelingen, vergeleken met de uitgebreide aandacht voor het verleden, wel erg bondig weergegeven.

Opvallend vind ik dat al in de jaren zestig werd betoogd dat alcoholisten er niets aan kunnen doen dat zij een vaak erfelijk bepaalde aanleg hebben om te drinken, maar dat ze wel de verantwoordelijkheid hebben om, net zoals diabetici, verstandig om te gaan met hun ziekte. Het veronderstelt bij het algemene publiek een houding tegenover verslaving die nog altijd geen gemeengoed is. Verslaafden staan ook nu nog vaak te boek als mensen met een zwakke wil, al heeft de medische benadering het in de verslavingszorg gewonnen van de moralistische.

Verslaving is inmiddels een chronische hersenziekte, en mensen die vroeger als onverbeterlijke onmaatschappelijken in de goot werden achtergelaten, zijn nu 'zorgmijdende chronische verslaafden met een dubbele diagnose' waar mobiele teams op afstappen. Wat niet betekent dat alle hulpverleners oneindig begrip aan de dag leggen voor hun cliënten. Blok schrijft: 'De moeizame relatie tussen behandelaars en cliënten lijkt een typerende karaktertrek van de verslavingszorg.'

Het mededogen vanuit de politiek met de verslaafde medemens lijkt dezer dagen weer af te nemen. Het is - helaas - niet onvoorstelbaar dat we een herhaling gaan zien van de aanpak die de 'drugvrije therapeutische gemeenschappen' in de jaren zeventig hanteerden. Toen moesten verslaafden soms dagenlang met een houten bord om hun nek lopen, met daarop teksten als 'Ik geef alleen om mezelf' en 'Ik schuif altijd mijn verantwoordelijkheid af'. Geert Wilders zou ervan smullen.

Gemma Blok: Ziek of zwak. Uitgeverij Nieuwezijds. 292 p., € 24,95, ISBN 978 90 57123 047.

undefined

Meer over