Anne Dorval speelt Mommy alsof ze Mommy ís

Op de zoveelste stralende zondag van dit najaar zat ik binnen. Maar wel in het Tuschinski-theater; een mens kan het slechter treffen. Schuldgevoel (een hele dag opgesloten in de bioscoop!) werd onmiddellijk gedempt door de veelkleurige tapijten, het behaaglijke pluche en de boterzachte belichting van dit sprookjespaleis uit 1921.

Hier zag ik op mijn 10de verjaardag mijn eerste grotemensenfilm: Shane, nota bene in het illustere gezelschap van mijn ouders, die voor de gelegenheid - leuk voor het kind - weer even voor echtpaar speelden. Bij de ingang stond een meneer in livrei die een buiging voor ons maakte. En in de pauze, na het Polygoonjournaal en een documentaire waarin bloesemknoppen vertraagd opensprongen, verschenen strakgepakte jongleurs op het toneel. Ze gooiden knotsen in de lucht en vingen die weer op. Ongerust keek ik opzij naar mijn moeders ontoegankelijke profiel. Ze hield niet zo van variété. En ook niet van documentaires. Eigenlijk van niets waarin niet werd toneelgespeeld.

Bij de hoofdfilm met Alan Ladd als Shane veerde ze op. En anders ik wel. Zo'n knap manspersoon - nog cowboy ook - had ik nog nooit gezien. Later hoorde ik van mijn beste vriend die alles van theater en film weet, dat Shane een klassieke western is. En dat Alan destijds, zo bekende hij me en passant, op zijn ruklijst stond.

Elk jaar organiseert Het Parool (de vroegere Siamese-tweeling-O'tjes zijn helaas afgeschaft) een filmpremièredag. Zo ook afgelopen zondag. De vijf films werden ingeleid door Ronald Ockhuysen. De frisgewassen en in scherp gesneden pak gestoken adjunct-hoofdredacteur gaf soms iets te veel prijs over de inhoud van de films, maar zijn ontwapenende voordracht maakte alles goed. Ook de hoofdredactrice van de Amsterdamse avondkrant, de hinderlijk jong en knap gebleven Barbara van Beukering, gaf acte de présence, zij het verstopt in een loge met man en vrouwelijk nageslacht.

Een van de films die indruk op me maakten, komt uit Canada en heet Mommy, niet te verwarren met Mommie Dearest, over filmvedette Joan Crawford, die haar dochter met een kleerhanger sloeg. Hier slaat de zoon de moeder en zij, mits tot het uiterste getergd, soms terug. Want dit opgeschoten moederskindje heeft ADHD en niet zo'n beetje ook. De vrouwelijke hoofdrol, Anne Dorval, vermomd als white trash-seksbom, drukt zich uit in intrigerend Canadees-Frans patois en is een aantrekkelijke mengeling van Heleen van Royen, Patty Brard (toen ze nog slank was) en een van mijn leukste vriendinnen. Dorval speelt Mommy alsof ze Mommy ís. Ook de enge, zielige zoon wordt zeer geloofwaardig neergezet. Alleen de rol van de buurvrouw vond ik onduidelijk.

Ik heb nog een bezwaar. De film duurt te lang. En, nu ben ik waar ik wezen wil: dat geldt voor bijna alle films. Zoals ook de meeste theatervoorstellingen - ik denk aan Toneelgroep Amsterdam - veel te veel tijd en energie van de bezoeker vergen.

Dat geldt mijns inziens helemáál voor de nieuwste film van Mike Leigh, Mr. Turner, over de schilder William Turner in zijn najaren. Prachtige beelden, schitterend spel, maar een uitputtingsslag: 149 minuten! En ondanks de topbezetting met aan kop de onvolprezen Maggie Smith vond ik ook My Old Lady, hoe vermakelijk en ontroerend ook, te lang uitgesponnen. Vooral het ge-overact van Kevin Kline begon me danig te vervelen.

Aan het eind van de dag was ik gebroken. Maar werd beloond! Met Whiplash, een Amerikaanse arthousefilm die maar 2 minuten korter blijkt te zijn dan My Old Lady en toch nergens 'trekt', behalve misschien in de laatste scène. Whiplash gaat over een jonge ambitieuze drummer, die in zijn ontluikende carrière wordt gedwarsboomd, maar, zoals later zal blijken, juist tot grote hoogte wordt opgestuwd door... Maar straks ben ik zelf nog te lang van stof.

Volgend jaar ga ik weer. Tuschinski, blijf svp voor eeuwig staan.

undefined

Meer over