reconstructie

Anne deed aangifte van verkrachting. Nu is ze twee jaar verder. ‘Ik vertel dit als aanklacht tegen het systeem’

null Beeld Alexandra España
Beeld Alexandra España

Slachtoffers van zedenmisdrijven stappen vaker en sneller naar de politie dan voorheen. Wat staat er te gebeuren als de aangifte eenmaal is gedaan? Student Anne, die vorig jaar haar verhaal deed in de Volkskrant, kijkt terug op een lange periode van wachten en frustraties.

Elsbeth Stoker

Het is dinsdag 7 december 2021 als Anne een appje krijgt van een oud-huisgenoot. In haar oude studentenhuis in Utrecht ligt een brief op de mat waar Anne al maanden op wacht. Het is een brief van het Openbaar Ministerie.

Kort daarvoor is Anne verhuisd naar een andere stad. Ze wilde weg uit Utrecht. Weg uit de stad waar ze de verdachte in haar verkrachtingszaak tegen het lijf zou kunnen lopen.

Ze had nog gecheckt bij het Openbaar Ministerie of ze haar nieuwe adres wel hadden. Dat is geen probleem, had de mevrouw aan de telefoon toen gezegd. Het vervolgingsbesluit in Annes verkrachtingszaak zou naar haar advocaat gestuurd worden, beloofde de dame. En niet naar haar oude woonadres. ‘Maar dat deed het OM dus wel. De gedachte dat mijn oud-huisgenoot de brief zou openen en eerder dan ik wist of de verdachte vervolgd zou worden of dat mijn zaak geseponeerd zou worden, vond ik niet heel fijn.’

Anne is een psychologiestudent van begin 20. Twee jaar geleden werd ze verkracht tijdens een studentengala, vertelt ze. Samen met zo’n 150 leden van haar studentenvereniging had ze een feestweekend in een hotel. In de loop van de avond kreeg ze van een vriend een biertje en werden de herinneringen aan het feest snel wazig.

Ze weet nog dat ze met hem heeft gedanst, dat ze haar vriendinnen kwijtraakte en dat denken niet meer lukte. ‘Toen heeft hij me meegenomen naar zijn kamer in het hotel en werd het zwart. Ik herinner me slechts flarden. Alsof ik even wakker werd en daarna weer in slaap viel. Ik weet dat ik op bed lag, zonder kleren. Dat ik het niet fijn vond. Dat ik iets wilde zeggen, maar dat ik het niet kon.’

null Beeld Alexandra España
Beeld Alexandra España

Na twee uur werd ze écht wakker. In de war en bang. Ze begreep niet goed wat er gebeurd was. Snel vluchtte ze zijn hotelkamer uit. Eenmaal op haar eigen kamer ontdekte ze bloed in haar onderbroek en barstte ze bij twee vriendinnen in tranen uit. ‘Hij moet me gedrogeerd hebben, realiseerde ik me een dag later.’

Kort daarna deed ze aangifte van verkrachting en belandde haar verhaal bij de politie Midden-Nederland op een plank met honderden mapjes met andere aangiften – allemaal in afwachting van onderzoek. Sommige zelfs al langer dan een jaar.

Veel telefoontjes

Wat betekent het om aangifte te doen van verkrachting? Welk traject staat je te wachten als slachtoffer? Na onthullingen over misstanden bij de talentenjacht The Voice of Holland, eind januari van dit jaar, riep minister van Justitie Dilan Yesilgöz-Zegerius slachtoffers van zedenmisdrijven op om zich te melden bij de politie. Met resultaat: in het eerste kwartaal van dit jaar stapten 4.000 mensen naar de politie. Ruim 1.000 meer dan een jaar eerder.

‘Bij onze frontoffice komen momenteel veel telefoontjes binnen van mensen die zeggen: ik wil mijn verhaal graag doen zodat het bij jullie bekend is’, zegt Lidewijde van Lier, zedenspecialist van de Nationale Politie. Volgens haar gaat het in veel gevallen om mensen die eindelijk de moed hebben, vaak na jaren. Hoeveel van deze meldingen uiteindelijk zullen leiden tot een aangifte en een strafrechtelijk onderzoek, is nog onduidelijk.

Maar dat het leidt tot meer werk voor politie en OM? Daar twijfelt niemand aan.

En dat betekent naar verwachting voor veel slachtoffers dat het lang zal duren voordat de politie met een onderzoek begint, en voordat het OM vervolgens beslist om tot vervolging over te gaan of de zaak te seponeren. Momenteel liggen er zo’n 600 zedenaangiften langer dan een halfjaar bij de politie op de plank.

Vorig jaar vertelde Anne in de Volkskrant – onder een gefingeerde naam om haar zaak niet te schaden – hoe het is om maar te moeten wachten en tevergeefs naar de politie te bellen met de vraag: wordt het onderzoek nog gestart? In haar geval was de politie er een jaar na het delict nog niet mee begonnen. Haar verhaal is geen uitzondering. Ditmaal vertelt Anne hoe het haar sindsdien is vergaan en of haar aangifte iets heeft opgeleverd. ‘Ik vertel het nu opnieuw als aanklacht tegen het systeem.’

Eindelijk een onderzoek

Het is 3 maart 2021, zo’n drie weken na publicatie van haar verhaal in de Volkskrant. Anne heeft in de verwilderde tuin van haar studentenhuis net haar fiets losgemaakt als haar telefoon gaat. Het is haar nieuwe contactpersoon van de politie. Een man die zich kort na het Volkskrant-verhaal meldde. ‘Iemand wat hoger in de organisatie’, zegt Anne. ‘Hij vroeg of ik nog dingen kwijt wilde vanwege het artikel.’

Die avond zal ook de talkshow De Vooravond aandacht besteden aan het probleem dat er honderden zedenzaken op de plank liggen, en aan Annes zaak in het bijzonder. ‘De contactpersoon wist dat ook. Hij vertelde me dat de politie zou gaan beginnen met het onderzoek. Eindelijk. Een jaar na mijn aangifte.’

null Beeld Alexandra España
Beeld Alexandra España

Anne gelooft niet dat het toeval is. ‘Ik was natuurlijk blij dat er eindelijk onderzoek zou worden gedaan. Maar het voelde wel als klassenjustitie.’

Na aanvang van het onderzoek wordt eerst een van de twee vriendinnen gehoord die Anne in de nacht na de verkrachting opvingen. Deze vriendinnen zijn zogenoemde disclosure-getuigen. Omdat het in zedenzaken vaak het woord van de een tegen dat van de ander is, zijn zulke getuigen belangrijk en moeten ze snel na het delict gehoord worden. ‘In mijn zaak gebeurde dat dus, tegen de voorschriften in, na ruim een jaar.’

Wat deze vriendin op het politiebureau heeft gezegd, weet Anne niet. Ze durfde het niet te vragen. ‘Ik weet niet goed wat ik wel en niet mocht vragen om mijn zaak niet te schaden. Ik weet alleen dat haar verhoor lang heeft geduurd. Drie uur. De andere vriendin is nooit gehoord.’

Vervolgens vraagt de politie camerabeelden op bij het hotel. ‘Maar volgens het hotel stonden de camera’s die nacht uit.’

Een maand later krijgt Anne een telefoontje dat de verdachte ook wordt opgeroepen voor verhoor. Tot die tijd weet de verdachte nog van niks. ‘Ik was sinds de verkrachting in maart 2020 altijd al heel bang om hem weer tegen te komen in de stad. De gedachte dat hij nu, na ruim een jaar, wist dat ik aangifte tegen hem had gedaan, bezorgde me extra spanning. Ik wist bovendien niet wie de politie nog meer had ondervraagd, ik nam aan dat er meer mensen van onze studentenvereniging waren gehoord als getuige.’

Op dat moment, zegt ze achteraf, is ze nog zo naïef om te denken dat het onderzoek bijna afgerond zal zijn. ‘Mijn ouders en ik hebben zo nu en dan gebeld en dan werd er gezegd dat het bijna klaar was. Maar er werd nooit gezegd hoelang het nog zou duren.’ Het betekent een nieuwe periode van stress. ‘Ik heb in die tijd maanden rondgelopen zonder te weten hoe het onderzoek ervoor stond. Elke dag was ik in mijn hoofd bezig met die vraag.’

Een verbeterplan

De politie moet 80 procent van alle zedenaangiften binnen 6 maanden onderzoeken en het resultaat naar het OM sturen. Maar afgelopen jaren haalde de politie dat percentage bij lange na niet: in 2018 werd 66 procent van de aangiften binnen 6 maanden naar het OM gestuurd, in de eerste 9 maanden van 2021 daalde dit ‘doorlooppercentage’ naar 51 procent van de zaken.

‘Als je sec naar de cijfers en doorlooptijden kijkt, word je daar niet vrolijk van’, erkent zedenspecialist Van Lier van de Nationale Politie. Toch is ze hoopvol dat het op termijn beter zal worden. Sinds april 2021 is de politie bezig met een verbeterplan. Al geeft Van Lier wel meteen een waarschuwing: het zal nog wel even duren voordat de effecten van de ingezette maatregelen in de cijfers zijn terug te zien.

Want, is haar ervaring inmiddels, veranderingen gaan langzaam. Al in 2019 ontving de politie extra geld van het toenmalige kabinet voor extra zedenrechercheurs. ‘Ik dacht toen: wat fijn, nu gaan we de problemen snel oplossen. Maar ik ben van een koude kermis thuisgekomen.’

Want de realiteit is weerbarstig en een snelle oplossing voor het veelkoppige probleem is er niet. ‘We krijgen het extra geld in stukjes, we zijn halverwege het wervingstraject. We hebben nu 45 nieuwe zedenrechercheurs in opleiding.’

De prestatiecijfers zijn de laatste tijd zelfs slechter geworden. Maar dat is volgens Van Lier júíst het gevolg van het verbeterplan. ‘Je verwacht het niet, maar je moet het zien als een goed teken.’ In meerdere eenheden zijn afgelopen jaar tijdelijk extra rechercheurs ingezet om oude zaken te onderzoeken.

‘Zodra je een zaak inlevert bij het OM, meet je de doorlooptijd’, zegt Van Lier. ‘Hoe meer oude zaken je inlevert, hoe langer je doorlooptijd wordt. Dat zagen we bijvoorbeeld vorig jaar in Oost-Brabant. Dat zedenteam kreeg er tijdelijk 12 fte bij om oude zaken weg te werken, in korte tijd hebben ze ruim 150 onderzoeken gedaan. Maar het doorlooppercentage kelderde naar 29 procent. De leiding stond op haar kop: hebben we twaalf man weggehaald bij andere teams en andere misdaadonderzoeken stilgelegd om de afdeling Zeden te ondersteunen en dan gaan jullie nog slechter presteren. Maar als je goed naar de cijfers kijkt, zie je dat daar een ander verhaal achter schuilgaat. Dat het logisch is dat het doorlooppercentage daalt door de focus op oude zaken.’

Tijdelijk extra zedenteams optuigen is niet het enige onderdeel van het verbeterplan. ‘We proberen het ziekteverzuim omlaag te krijgen, we hebben de opleiding tot zedenrechercheur verkort van 30 naar 22 weken en we zetten in op veel extra scholing en intervisie om de bejegening van slachtoffers te verbeteren’, zegt Van Lier.

Daarnaast moeten zedenrechercheurs vaker ‘vertrouwen op hun gezonde verstand’. Van Lier: ‘We werken volgens heel strakke normen, maar in sommige situaties kan dat anders. Als iemand bijvoorbeeld belt en zegt: ik wil aangifte doen wegens verkrachting, dan bieden we nu een informatief gesprek aan. In sommige gevallen kun je je afvragen of dat echt nodig is. Iemand kan al een advocaat hebben gesproken, of op een andere manier goed geïnformeerd zijn. Dan kun je de afspraak voor de aangifte eigenlijk meteen inplannen.’

Niet alleen bij de politie is er meer werk dan capaciteit. Ook bij het Openbaar Ministerie stapelen de dossiers zich op. Een officier moet binnen zestig dagen besluiten of een zedenzaak wordt geseponeerd of dat de verdachte wordt vervolgd. In 2021 lukte dat in 48 procent van het aantal zaken. Vervolgens moeten zaken binnen 6 maanden op zitting worden gebracht. Maar in de eerste 3 maanden van 2022 lukte dat in 39 procent van de gevallen. Reden is onder meer een gebrek aan zittingscapaciteit bij de rechtbank.

‘Ook officieren liggen hier wakker van’, zegt een woordvoerder van het OM. ‘Het is het recht van een slachtoffer dat er zo snel mogelijk naar zijn of haar zaak gekeken wordt. Ook voor verdachten is het lange wachten slopend, omdat ze helderheid willen hebben of ze van verdachte dader worden.’ Volgens de woordvoerder wordt er van alles aan gedaan om de doorlooptijden te verkorten. Zo zijn zedenzaken inmiddels als prioriteit benoemd. ‘Maar snelheid mag nooit ten koste gaan van de kwaliteit en zorgvuldigheid van ons werk.’

Bovendien, voegt Van Lier toe, ‘proberen we tegenwoordig ook in een eerdere fase nauw op te trekken met het OM. Als we in een vroege fase voorzien dat vervolging er niet in zit, laten we dat – hoe vervelend ook – slachtoffers sneller weten.’

Geen bewijs

‘De verdachte heeft verklaard dat de seksuele handelingen op basis van vrijwilligheid hebben plaatsgevonden, dat hij hierbij geen geweld heeft gebruikt, dat hij u geen drankje heeft aangeboden en dat hij geen drugs bij zich had.’

Terug naar dinsdag 7 december. Anne is ‘totaal over de rooie’ als ze de langverwachte brief van het OM alsnog via haar advocaat per mail krijgt. 21 maanden na haar aangifte is er een besluit genomen: 18 maanden lag haar zaak bij de politie en 3 maanden bij het OM.

En nu leest Anne voor het eerst wat de verdachte over die bewuste nacht heeft gezegd. ‘Hij zou zich van geen kwaad bewust zijn geweest.’ Natuurlijk, zegt ze achteraf, had ze kunnen weten dat hij niet zou toegeven dat hij haar gedrogeerd en verkracht had. Maar om het écht zwart op wit te zien, doet pijn.

De boodschap van de brief: de officier van justitie seponeert de zaak. Want, stelt het OM, al met al is er geen bewijs gevonden dat Annes verhaal ondersteunt.

Zo kan niet vastgesteld worden of ze gedrogeerd was: getuigen hebben het niet gezien en toen Anne twee dagen na het delict aangifte deed, was de eventuele stof al uit haar bloed en urine verdwenen. Zij was verder alleen met hem op de hotelkamer, stelt het OM. ‘Dit wil niet zeggen dat het OM van mening is dat het verhaal van aangeefster niet klopt, maar dat er geen bewijs is om een strafzaak tegen de verdachte te starten.’ Want, vervolgt het OM in de brief: alleen Annes eigen verklaring is onvoldoende.

Bovendien heeft de politie geen sporen van geweld gevonden, schrijft de officier van justitie. Hoezo, reageert Anne gefrustreerd. ‘Ik had blauwe plekken, dat hoort in mijn beleving niet bij normale seks.’

‘De verdachte beweert verder dat hij mij geen alcohol had gegeven’, vervolgt ze. ‘Maar er zijn vier getuigen die wel hebben gezien dat hij me een biertje gaf. Waarom zijn die niet gehoord? De getuigenis van mijn vriendin, de disclosure-getuige, werd zelfs niet genoemd in de toelichtingsbrief, en de tweede disclosure-getuige is nooit verhoord. Het leek wel alsof ze alleen hadden gekeken naar bewijs dat zijn verhaal bevestigde en toen hebben gezegd: seponeren en klaar. Het bewijs dat mijn verhaal bevestigde, werd in de toelichting genegeerd.’

Wat haar en haar advocaat betreft hebben de politie en het OM steken laten vallen en had er uitgebreider onderzoek gedaan kunnen worden. Het is een bewering die het OM tegenspreekt.

Anne voelt zich niet gehoord en wil dat haar verdachte toch wordt vervolgd. ‘De verdachte hoeft niet per se de gevangenis in’, zegt ze. ‘Maar ik wil dat hij weet wat hij heeft aangericht.’ Daarom startte ze onlangs samen met haar advocaat een artikel-12-procedure om het sepotbesluit van het OM aan te vechten. ‘Hoelang dat gaat duren, weet ik niet.’

Meer maatwerk

Al jaren eindigt meer dan de helft van de verkrachtingsaangiften in een sepot. Dat is veel in verhouding tot andere misdrijven. Vaak is het het woord van de een tegen dat van de ander. En dat maakt dat zulke zaken volgens Van Lier geregeld lastig te bewijzen zijn.

De aangekondigde modernisering van de zedenwet zal aan dit probleem volgens de zedenspecialist weinig veranderen. Waarschijnlijk wordt de wet vanaf 2024 van kracht, vanaf dan wordt de lat om aangifte te doen van verkrachting verlaagd. Oftewel: je mag alleen seks hebben als je zeker weet dat de ander dat ook wil. Dit zal naar verwachting jaarlijks leiden tot honderden extra aangiften. ‘Er komt hiervoor opnieuw extra budget voor nieuwe zedenrechercheurs’, zegt Van Lier.

Hoewel Van Lier positief is over de nieuwe wet, vreest ze ook teleurstellingen. ‘Dit blijft hoe dan ook een categorie delicten die heel lastig te bewijzen is. Want hoe bewijs je dat de ander echt niet wist dat het onvrijwillige seks was? We kunnen niet in het hoofd van de verdachte kruipen om te controleren of hij of zij het wist. Mensen hebben hoge verwachtingen omdat je sneller aangifte kunt doen, maar de opsporingsmethodieken veranderen niet.’

Mede om die reden zet de politie sinds vorig jaar ook meer in op maatwerk. ‘We gaan er niet meer standaard van uit dat een slachtoffer vervolging van de verdachte als doel heeft’, zegt Van Lier. Want, is haar ervaring, ‘echt niet iedereen wil dat de dader achter de dikke deur verdwijnt. Veel zedenzaken vinden plaats in de relationele sfeer en dan gaat het het slachtoffer erom dat het stopt.’

Politieteams leren daarom anders naar zaken te kijken, zegt Van Lier. ‘En om beter aan slachtoffers te vragen: waar heb jij nou eigenlijk behoefte aan?’ Volgens haar heerst nog altijd ten onrechte het beeld dat een gemiddelde verkrachter de enge man is die vrouwen van de fiets trekt of ze drogeert. ‘In verreweg de meeste zaken zijn de verdachten geen psychopathische serieverkrachters, maar vaders, zoons, vrienden, mensen met banen en gezinnen. We zien ook vaak dat het delict gebeurde tijdens een uit de hand gelopen date, waarbij alcohol of drugs in het spel was en waarbij het slachtoffer achteraf zegt: het gebeurde in een waas, ik wilde het niet, maar ik was niet in staat meer mijn grenzen aan te geven. Dat is natuurlijk strafbaar, maar je kunt je afvragen of het strafrecht dan altijd de juiste oplossing is. Of denk aan zaken waarbij onhandige pubers een meisje proberen te versieren, maar niet goed in staat zijn haar grenzen te respecteren.’

Zo kan in sommige gevallen een contactverbod een oplossing zijn, zegt Van Lier. ‘En sinds een jaar wijzen we slachtoffers ook op de mogelijkheid van een herstelgesprek met de verdachte.’

Kozen in 2020 nog 120 zedenslachtoffers voor mediation, in 2021 verdubbelde dat aantal naar 231. En ook dit jaar neemt de vraag naar bemiddelingsgesprekken in zedenzaken verder toe, laat de Stichting Perspectief Herstelbemiddeling weten.

Het gaat om gesprekken tussen dader en slachtoffer onder begeleiding van een bemiddelaar. Ze hoeven niet altijd te leiden tot verzoening of excuses, zegt directeur Nathalie de la Cousine. ‘Het kan ook leiden tot afspraken over hoe je met elkaar omgaat als je elkaar tegenkomt. Soms delen verdachte en slachtoffer dezelfde vriendengroep, bijvoorbeeld.’ Zulke gesprekken kunnen bij slachtoffers de gevoelens van boosheid en angst verminderen. ‘En we horen van veel slachtoffers dat ze door de bemiddeling weer de regie kunnen terugpakken en weer wat meer grip op hun leven hebben.’

Een goede ontwikkeling, vindt Ruth Jager. Ze is de advocaat van Anne en gespecialiseerd in zedenzaken. ‘Maar alleen in zaken die daar geschikt voor zijn. Je moet niet uitwijken naar mediation vanwege de grote hoeveelheid plankzaken bij de politie.’

Bedolven onder emoties

Heeft Anne spijt van haar aangifte? Nee, zegt ze na een korte stilte. ‘Anders had ik juist spijt gekregen dat ik het niet had gedaan.’ Maar andere slachtoffers wil ze wel waarschuwen: doe alleen aangifte als je het écht zelf wilt, want het hele aangifteproces kost veel energie en kan je schade berokkenen. ‘Doe het niet omdat iemand anders zegt dat je het moet doen.’

Twee jaar lang voelde Anne zich bedolven onder emoties. ‘Eerst over de vraag of het onderzoek opgepakt zou worden, daarna of het zou leiden tot een rechtszaak. Ik voelde me constant machteloos.’ En daarna volgde de frustratie over het sepot.

En hoewel het nu nog wachten is op de uitkomst van de artikel-12-procedure, lukt het haar om het beetje bij beetje los te laten. ‘Het ergste is al gebeurd, erger dan dit kan het niet worden.’

Het gaat afgelopen weken beter met haar en eind april stopte ze na twee jaar met therapie. ‘Eerst was ik heel hard voor mezelf: alles voor die nacht in maart 2020 leek mooier. Ik was vrolijker, leuker, rustiger, ondernemender. Na de verkrachting veranderde ik in een boze, chagrijnige en gestresste vrouw die veel piekerde en onrustig was. Ik zag mezelf als een totaal verschillende personen. Ik vond dat onverteerbaar.’

Maar, zegt ze, ‘inmiddels kan ik accepteren dat ik veranderd ben. Ik realiseer me dat ik nog steeds dezelfde persoon ben, alleen anders. Volwassener. Ik kan beter voor mezelf zorgen, ik kan beter nee zeggen en ik ben zelfstandiger geworden. Ik wil nog altijd psycholoog worden en ik denk dat deze ervaringen mij tot een betere psycholoog zullen maken. ’

Wat haar uiteindelijk het meest geholpen heeft? ‘Niet de aangifte, maar de lotgenotengroep van Slachtofferhulp.’ Afgelopen najaar volgde ze zes sessies met zes andere verkrachtingslachtoffers. ‘Dankzij hen realiseer ik me dat ik niet de enige ben die na zo’n ervaring moeite heeft met werk en intimiteit, die last heeft van schaamte en schuldgevoel.’ De bijeenkomsten gaven ook hoop. ‘Nog altijd kan ik heel boos en verdrietig worden van de kleinste dingen. Maar er was ook een deelnemer die verder is in het verwerkingsproces en zij stond er veel rustiger in. Ik zal nooit meer de onbezorgde vrouw van vroeger zijn, maar door haar geloof ik dat ik me op termijn weer normaler kan gaan voelen.’