Anjar is niet zomaar een dorp in Libanon

Vroeger hadden de Syriërs hun hoofdkwartier in het dorpje Anjar. Nu zijn de Syriërs al acht maanden weg uit Libanon....

Vroeger stond Anjar bekend om de ruïnes van een Omayadenpaleis, detoeristische trekpleister van dit Libanese dorpje vlakbij de Syrischegrens. Nu, ruim acht maanden na het vertrek van de laatste Syrischetroepen, lopen veel Libanezen nog altijd de rillingen over de rug als denaam Anjar valt. Hier was tientallen jaren het hoofdkwartier van deSyrische inlichtingendienst gevestigd, van waaruit hun land feitelijk, enmet harde hand, werd geregeerd.

De huizen die de Syriërs in bezit hadden genomen staan er verlatenbij. Mooie villa's, herenhuizen en boerderijen, nu deels zwartgeblakerd envervallen, maar in ieder geval weer toegankelijk. De straat aan de rand vanhet dorp, tegenover de ruïnes, waar de Syriërs woonden, was voor degewone bevolking verboden gebied.

'Het is nu weer gewoon zoals vroeger. We hebben onze huizen terug',zegt een loco-burgemeester van Anjar die zijn naam uit het nieuws wilhouden; er heerst nog altijd grote vrees voor de Syriërs en decollaborateurs die ze mogelijk hebben achtergelaten.

Hij zegt dat een van die huizen van hem was en dat hij nooit enige schadevergoeding heeft gekregen. 'De Syriërs waren sowieso een last voorhet dorp. Ze betaalden nergens voor. We krijgen nu nog steeds enormeelektriciteitsrekeningen waarvoor het dorp moet opdraaien.'

De Syriërs trokken in april hun troepen en veiligheidsmensen terug uitLibanon. Die waren daar bijna dertig jaar geleden gekomen, tijdens deburgeroorlog die er van 1975 tot 1990 woedde. De rol van grote buurSyrië is in Libanon altijd omstreden geweest. Een deel van de bevolkingis dankbaar voor de Syrische steun in de strijd tegen de Israëlischebezetting van Zuid-Libanon. Aan de andere kant leggen veel Libanezen zelfsde schuld van de burgeroorlog deels bij de Syriërs. Zeker na afloopdaarvan werd hun aanwezigheid steeds meer als storend en onderdrukkendervaren.

Toen in februari de populaire oud-premier Rafik Hariri werd vermoord,die in aanvaring was gekomen met Damascus, ging de bevolking massaal destraat op om te protesteren tegen de Syrische aanwezigheid; ook deinternationale gemeenschap voerde de druk op. De aftocht van de Syriërsen de daarop volgende verkiezingen werden gezien als een nieuw begin voorLibanon.

Maar een reeks bomaanslagen op anti-Syrische politici en journalistenhebben het beeld vertroebeld, evenals de politieke verlamming die deelsveroorzaakt wordt door pro-Syrische partijen, en de economische kostenwaarmee de instabiliteit gepaard gaat.

In het centrum van Beiroet staat voor het eerst in jaren geen grotekerstboom: dat werd niet gepast gevonden zo kort na de moord op een anti-Syrisch parlementslid, de journalist Gebran Tueni. Politiek analistPaul Salem geeft de stemming weer: 'We zijn blij dat de Syriërs weg zijn,maar bang dat ze op allerlei manieren weer terugkomen.'

In het kantoor van de loco-burgemeester van Anjar gaat in de namiddaghet licht uit. 'Toen de Syriërs hier waren hadden we tenminste de heletijd elektriciteit', moppert de functionaris. 'We hebben nu welonafhankelijkheid, maar onze politici kunnen nergens behoorlijk voorzorgen.'

Veel mensen in Anjar durven zelfs nu nog nauwelijks over de Syriërste praten. 'We weten nooit wie er nog meeluistert', zegt de manager van eenrestaurant. Onder de Syriërs liepen de zaken goed. 'Ze kwamen hierallemaal eten, en ook de politici uit Beiroet die nu ineens zo anti-Syrischzijn. Die kwamen allemaal om gunsten vragen.'

De angst bij veel Libanezen voor Anjar zit hem dwars. 'Het was grappig: als je zei dat je uit Anjar kwam, was iedereen bang, alsof je invloed hadbij de Syriërs. Maar er waren veel mensen, zelfs familieleden, die nooithierheen durfden te komen.'

Anjar betekende voor veel Libanezen intimidatie, folteringen enverdwijningen. Onlangs werden in de buurt van het dorp vier massagravengevonden met meer dan veertig lichamen. De Syriërs zeggen dat die gravenstammen uit de burgeroorlog en dat zij er niets mee te maken hebben. Maarminstens een paar van de doden zouden van recenter datum zijn.

Veel dorpelingen zeggen dat zij zelf nooit onder de Syriërs hebbengeleden. 'Er ligt niemand uit Anjar in die graven', luidt het refrein.

Maar vooral de jongeren willen wel kwijt dat ze erg opgelucht zijn datde Syriërs weg zijn. 'Sommige mensen hier waren gewoon collaborateurs',zegt een jongen van zeventien. 'Ze liepen rond met wapens en konden altijdalles maken met hun grote mond omdat ze voor de Syriërs werkten. Je moestook altijd uitkijken wat je zei.'

Nog erger, zegt een jonge vrouw, de Syriërs hebben de sektarischetegenstellingen aangewakkerd tussen de overwegend Armeens-christelijkeinwoners van Anjar en de moslim-dorpen in de omgeving. 'Alles is nu evenstil, de Syriërs zijn weg en onze buren houden zich rustig. Maar we voelenons niet zeker. Het kan altijd tot een uitbarsting komen. En de Syriërszijn vlakbij, die kunnen ook altijd terugkomen.'

Meer over