Angst voor tandarts laat zich temmen

Een half miljoen Nederlanders is zo bang voor de tandarts dat zij speciale behandelingen nodig hebben. Zulke therapieën leren de patiënten vaak hun angst de baas te worden, ook op langere termijn, ontdekte een promovenda....

'ALS IK IN de wachtkamer van de tandarts op mijn beurt wacht, ben ik zo angstig dat het zweet me uitbreekt', zegt de één. Een ander raakt op weg naar de tandarts al flink over zijn toeren. Meer dan 85 procent van de Nederlanders gaat er niet zonder angst naartoe. De meerderheid blijkt bang voor de boor, of het geluid ervan, en niemand heeft prettige associaties met de geur van de wachtkamer.

Het kan echter erger. 4 Procent, ofwel een half miljoen Nederlanders, is extreem bang. Deze mensen zijn door hun fobie niet in staat zelfs maar een afspraak te maken voor controle. Wanneer ze, bijvoorbeeld op weg naar hun werk, een tandartspraktijk naderen, schieten sommigen zo in de stress dat ze toch maar een blokje om gaan.

'Je ziet zelfs dat mensen sociale aangelegenheden als verjaardagen mijden vanwege hun gebit', zegt dr. Irene Aartman. 'En wanneer ze op televisie iets zien dat met een tandarts te maken heeft, zappen ze snel door.' Door dit vermijdingsgedrag ontstaat een vicieuze cirkel: mensen zijn mede vanwege hun slechte tanden bang, verzuimen daardoor de controle, waardoor hun gebit alleen maar verder verslechtert.

Vijf jaar lang bekeek Aartman ruim duizend dossiers van extreem angstige patiënten die zich aanmeldden bij de Stichting Bijzondere Tandheelkunde (SBT) in Amsterdam. Het instituut, gevestigd bij het ACTA - de samenwerking tussen de twee Amsterdamse universitaire opleidingen - geldt als een van de grootste 'angstklinieken' ter wereld. Aartman bekeek de effectiviteit van de behandeling daar. 'Extreem angstige mensen zijn te helpen, maar blijven wel banger voor de tandarts dan de gemiddelde Nederlander', concludeert Aartman, die deze week promoveerde op haar studies.

Een 'huistandarts' die doorheeft dat een patiënt extreem angstig is, kan doorverwijzen naar een van de negentien angstcentra in Nederland. Wie dan denkt spoedig aan de beurt te zijn, kan bedrogen uitkomen. 'De toeloop is groot en de wachttijd bedraagt niet zelden een jaar', zegt Aartman. Mensen die zich over de hoge drempel hebben heengezet, moeten dan nogmaals met hun emoties worstelen. Fnuikend, zo bleek uit het onderzoek. 'Van de patiënten die na een half jaar worden opgeroepen, geeft 20 tot 25 procent al niet meer thuis.'

Welke behandeling het geschiktst is, hangt af van het inzicht van de 'angsttandarts'. Soms wordt er een psycholoog bij betrokken. Uit analyse van de dossiers blijkt dat personen met extreme angst hoger scoren op andere psycho-pathologische klachten dan anderen. 'Ze zijn vaker depressief, wantrouwend, angstiger en hebben vaker last van agorafobie (pleinvrees)', zegt Aartman.

De angsttandarts bepaalt na een intake-gesprek en analyse van de staat van het gebit of de patiënt is gebaat bij een behandeling waarmee hij zelf zijn angstgedrag de baas leert worden. Hiertoe neemt de tandarts extra tijd om uit te leggen wat hij gaat doen. De patiënt wordt aldus geleidelijk aan de behandeling blootgesteld. Hij kan tekens geven, waarna de arts de behandeling onderbreekt. Het zijn, kortom, maatregelen die veel gewone tandartsen ook treffen. Driekwart van de patiënten in de Amsterdamse angstkliniek kreeg op deze manier meer vat op de angst.

Voor een kwart van de bezoekers was dit niet toereikend. 5 Procent moest met lachgas worden behandeld. 'Ze voelden zich ontspannener, maar raakten niet buiten bewustzijn', zegt Aartman. 'In deze toestand ondergaan ze de behandeling nog wel bewust en dat is belangrijk om de angst te kunnen afleren.' 15 procent kreeg het angstremmende middel propofol toegediend, dat het bewustzijn nog verder verlaagt. En 5 procent bleek zo panisch dat ze slechts konden worden geholpen onder algehele anesthesie.

Hoe slechter het gebit en hoe uitgebreider de sanering, hoe zwaarder de middelen die op de angstkliniek worden ingezet, constateerde Aartman. 'Voor de keuze van de behandelingsmethoden bleek dus niet de mate van angst voor de tandarts bepalend, maar de hoeveelheid cariës. Patiënten die bijvoorbeeld ook aan agorafobie leden, werden niet vaker behandeld met een bepaald farmacologisch middel dan personen met dezelfde gebitsproblemen, maar zonder agorofobie.'

Om hardere wetenschappelijke conclusies te trekken over de vraag of het succes van een speciale behandeling al dan niet op toeval berust, zou Aartman de bezoekers van de angstkliniek willekeurig - zonder naar hun angsten te kijken - moeten indelen bij de verschillende behandelingsmethoden. De tandartsen wilden daar om ethische redenen niet aan meewerken. Zij wilden geen mensen blootstellen aan therapieën die zij niet effectief achtten.

Een jaar na de behandeling onderwierp Aartman de patiënten nogmaals aan een vragenlijst. Daaruit bleek dat de angst was afgenomen.

Aartman: 'Vóór de behandeling maakte 30 procent een afspraak met zijn eigen tandarts, na de behandeling ging 67 procent zelfstandig op controle. Ik ben benieuwd hoe dit percentage zich de komende jaren ontwikkelt.' Uit onderzoek blijkt al wel dat de ex-extreem-angstigen na behandeling ook op andere terreinen wat sterker in hun schoenen staan.

De angstkliniek bemiddelt na afloop van de behandeling niet altijd bij de verwijzing naar een nieuwe tandarts. 'Dit zou meer moeten gebeuren, want een nieuw begin werkt beter. De tijdsdruk is echter een belemmerende factor. We komen bovendien steeds uit bij hetzelfde kringetje van tandartsen die extra tijd nemen om voormalig extreem angstige patiënten in hun praktijk op te nemen.'

In de tandartsenopleiding is volgens Aartman voldoende aandacht voor communicatie. 'De studie kent een blok over omgaan met extreme angst.' Men wil de student bovendien niet alleen beoordelen op klinische capaciteiten, maar ook op sociale vaardigheden.

Aartman: 'Daardoor wordt de kans steeds kleiner dat je nog zo'n ouderwetse tandarts treft, die zegt: ''Open'', en voordat je het in de gaten hebt, al met zijn boor in je kies zit.'

Meer over