Angst en wantrouwen

HIP

Behalve het affiche en het I-love-Tel-Aviv-T-shirt die The Bubble een onwezenlijke zweem van optimisme geven, doet ook de soundtrack zijn best de film hip en happy te laten zijn, met een keur aan indie-bandjes (Acid House Kings, Belle & Sebastian), Israëlische singer-songwriters (Keren Ann, Ivri Lider) en de bossanova-elektropop van Bebel Gilberto.

De ogen spreken, in de eerste scène van The Bubble. De ogen van de Israëlische soldaten bij het checkpoint, die Palestijnse passanten langdurig ophouden alvorens hen door te laten. En de ogen van de Palestijnen zelf. De snelle schokkerige cameravoering verhoogt de spanning, maar het zijn de ogen die betekenis geven: wantrouwen, vijandigheid, angst. Die woorden blijven daarna als een doem over de film hangen, hoezeer de personages in het verdere verloop ook hun best doen vrolijk en vreedzaam te leven.


Die personages zijn drie huisgenoten, twee homo's en een vrouw, uit Tel Aviv, de swingende Israëlische stad aan wier bijnaam de film zijn titel dankt. Een van de twee mannen, Noam, keert (met op zijn iPod Bright Eyes' ontroerende First Day Of My Life) terug van een dienstplichtvervulling. Bij genoemd checkpoint maakte hij, in die openingsscène, mee hoe een Palestijnse vrouw ter plekke een dood kind baarde. Maar hij kwam er ook in contact met de Palestijn Ashraf. De vonk die oversloeg is niet veel later een gepassioneerde relatie die de film voortstuwt op golven van liefde. Maar wantrouwen, vijandigheid en angst blijven aanwezig, in alle gebeurtenissen en alle relaties. Daar kunnen de vrolijkheid en het optimisme van de drie niets aan veranderen. Die zetten, net als het I-love-Tel-Aviv-T-shirt dat een van de acteurs de film door draagt en net als het affiche van de film (zie foto) de kijker behoorlijk op het verkeerde been. The Bubble is uiteindelijk bitter en beklemmend.


The Bubble (Ha-Buah) (Eytan Fox, 2006)


Nederland 2, 00.05-02.00 uur.


O Brother, Where Art Thou?

(Joel & Ethan Coen, 2000) Bij de uitbreng van de speelse Homerus-bewerking van de Coen-broers werd begin deze eeuw nog wel een wenkbrauw gefronst. Te melig. Nu we een dik decennium en zeven films verder zijn (waaronder No Country For Old Men en Burn After Reading), en de broers gelden als Hollywood-grootmeesters, wordt aan de kwaliteit van O Brother, Where Art Thou? niet meer getwijfeld. En waarom zouden we ook? De odyssee van drie aan elkaar geketende gevangenen door het zuiden van de Verenigde Staten in de jaren dertig, is van begin tot eind geweldig leuk. George Clooney, getooid met Clark Gable-snorretje, is als Everett Ulysses de gladste van de drie. Hij heeft de anderen wijsgemaakt dat hij ergens een som geld heeft begraven. De tocht voert het trio langs een blinde ziener, een cycloop en drie verleidelijke sirenen. De verwijzingen naar bizarre mijlpalen en personages uit de Amerikaanse cultuur zijn nog vele malen talrijker. En vergeet vooral de muziek niet. De prachtige soundtrack, met zang van Alison Krauss, Gillian Welch en zelfs een veldopname van Alan Lomax, resulteerde in een opleving in populariteit van de aloude Amerikaanse volksliederen.


Canvas, 21.00-22.45 uur.


Cabo

(Ivan Barbosa, 2012) Alsof ze bang zijn te zeggen waar het op staat, de makers van de huidige reeks One Night Stand-films, waarvan vanavond de derde te zien is. Net als vorige week Boy, over een Filipijnse schoonmaker in Holland, is Cabo van Ivan Barbosa (regie) en Rogier de Blok (scenario) terughoudend in het voortstuwen van het verhaal. Maar waar dat bij Boy weggleed in niksigheid, slaagt Cabo erin de spanningsboog op peil te houden. Stap voor stap wordt getoond waarom de Kaapverdiaanse Nederlander en student medicijnen Artur (mooie rol van Tarikh Janssen) ondanks een op het oog geslaagd leven, lelijk klem zit.


Nederland 2, 23.15-00.05 uur.


Meer over