Andriessens noten zijn niet van iedereen

November Music '98 met werken van Louis Andriessen en o.m. Alexandre Hrisanide, John Slangen en Koen Dejonghe door November Music Studenten Orkest o.l.v....

PAY-UUN HIU

MUZIEK

In 1976 moet Henri Broeren nog een jonkie zijn geweest. De huidige programmeur van November Music (samen met Luk Vaes verantwoordelijk voor de zakelijke en artistieke leiding van dit festival in Den Bosch, Gent en Essen) moet toen tot de leeftijdscategorie hebben behoord die criticus Elmer Schönberger omschreef als '37-minner'. Hij behoorde tot die generatie waarop de première van De Staat van Louis Andriessen op 28 november 1976 een verpletterende indruk maakte.

'Hoe beschrijf je de sterretjes die de klap van Louis Andriessens De Staat veroorzaakte?', schreef Schönberger de dag daarna in zijn recensie. Bijna op de dag af 22 jaar later geeft Broeren een antwoord met het project De staat plus, waarmee donderdagavond in het atrium van de Hogeschool Den Bosch het festival November Music '98 begon. Zes componisten (uit uiteenlopende geboortejaren tussen 1936 en 1971) werden uitgenodigd een kort muzikaal commentaar op De Staat te schrijven.

Dat leverde zes keurige en gewetensvolle werkstukjes op, waarin De Staat afwisselend werd geciteerd, uiteengerafeld en van nieuwe contexten werd voorzien dan wel compleet werd genegeerd. 'De muziek en persoonlijkheid van Andriessen interesseren mij niet', stelt de 27-jarige Hans Roels als toelichting bij Nowhere's chaos, die Andriessens werk betitelt als 'ouderwets', 'typisch jaren zeventig' en 'repetitief'.

Ook in Epithémée van Alexandre Hrisanide (Andriessens generatiegenoot) klinkt weinig door van de compositie die in de jaren zeventig de Nederlandse muziek deed schudden. Alleen in de slotmaten refereert Hrisanide nog even aan de stampende motoriek waarmee destijds het burgerlijke muzikale bestel omver moest worden geworpen.

De meest onthutsende deconstructie van De Staat was de uitvoering van De Staat zelf door studenten van conservatoria van Maastricht, Tilburg, Gent en Antwerpen. Onder leiding van Fabrice Bollon hadden ze al laten horen niet echt toegerust te zijn de zes premières van de commentaren op De Staat enige pregnantie te geven. Maar ook toen Reinbert de Leeuw aantrad om De Staat te dirigeren, klonk er aanvankelijk een nogal benauwd en weinig bevlogen clubje musici.

Het was Andriessen zelf, die ooit benadrukte hoe belangrijk het was dat een componist niet in zijn studeerkamer noten schreef, maar zich er van bewust was voor welke musici hij componeerde. Daarom schreef Andriessen ook niet voor symfonie-orkesten waarin meneren en mevrouwen zaten die niets met zijn muziek hadden. Het lijkt erop dat Andriessens gelijk nu wordt bevestigd door een nieuwe generatie die evenmin iets met zijn noten heeft.

Het is natuurlijk een prachtig ideaal om met een studentenorkest een werk uit te voeren dat zelden live te horen is. Maar misschien zou het uitvoeringsniveau kritischer bewaakt moeten worden en zou men zich moeten realiseren dat wanneer studenten een stuk als De Staat zich echt 'eigen' willen maken, daar meer repetitietijd voor nodig is.

Pay-Uun Hiu

Meer over