Andriessen: 'Wie technolease niet begrijpt, is een domoor'

Oud-staatssecretaris van Financiën Van Amelsvoort, tegenstander van de technolease, was een 'domoor' en zijn standpunt was 'buitengewoon onbelangrijk'. Ex-minister van Economische Zaken Andriessen liet er dinsdag voor een werkgroep van de Tweede Kamer geen twijfel over bestaan: de technolease-constructie is brandschoon, voor ieder bedrijf te gebruiken en Van Amelsvoort is...

Van onze verslaggever

DEN HAAG

Op de eerste van de hoorzittingen, die de Kamer houdt om meer duidelijkheid te krijgen over de constructie, bleek dat in 1993 en 1994 vooral de ministeries van Economische Zaken en Financiën hebben geruzied over de constructie. 'Ik kon het uitstekend met Van Amelsvoort vinden', aldus CDA'er Andriessen over zijn partijgenoot. 'Maar ik kom er eerlijk voor uit: hierover heb ik een flinke strijd gevoerd met Financiën.'

In juli 1993 keurde het kabinet (en later de Kamer) een constructie goed, waarbij Philips zijn kennis verkocht aan de Rabobank tegen contanten, om deze vervolgens weer terug te huren. Naast de lease-inkomsten ontving de Rabobank ook een belastingvoordeel. In 1994 keerde deze constructie weer terug, nu als technolease voor Fokker via dezelfde bank.

'We hadden toch afgesproken: eens maar nooit weer', schreef Van Amelsvoort bij die gelegenheid in een niet-officiële en nog steeds geheime brief aan Andriessen. 'Ik verwachtte na Philips een vloedgolf van aanvragen', aldus de oud-staatssecretaris, die vreesde voor een forse inkomstenderving voor de staat.

Andriessen: 'Een beetje onaardig: ik vond die brief buitengewoon onbelangrijk. Ik kon me niet voorstellen dat iemand zou zeggen: Philips mag als enige de constructie toepassen.' Want juist voor zo'n privilege voor 'een enkel bedrijf moet de wetgever beducht zijn, maakte de ex-bewindsman duidelijk, ook vanwege Brussel'.

Dan zou de technolease een concurrentievervalsende steunoperatie zijn geweest, iets wat de Europese Commissie nu vermoedt en onderzoekt. 'Mijn hersens waren helemaal ingesteld op die gelijke behandeling', aldus Andriessen. Dat ook Fokker een technolease mocht, stond voor hem vast.

Van Amelsvoort gaf toe dat hij schoorvoetend met die lezing akkoord is gegaan, maar niet dan nadat de Kamer hem in juni 1994 daartoe onder druk had gezet. 'De Kamer zei vóoraf unaniem ''bewindsman gij moet dat doen''. Dat legt een groot gewicht in de schaal. Het bracht mij ertoe te zeggen, mijn eerdere ja tegen Philips in gedachten, ''dan moet het maar''.' Het gelijkheidsbeginsel speelde ook bij hem een doorslaggevende rol.

Over het 'eens maar nooit weer' uit zijn brief aan Andriessen was Van Amelsvoort minder duidelijk. Eerst vertelde hij de commissie dat hij daarmee de lange voorbereiding bedoelde, die bij Philips in 1993 'een groot beslag legde op het ministerie en de ambtenaren'. En dat alleen maar omdat Philips en de Rabobank zeker wilden weten dat de constructie wettelijk door de beugel kon.

Van Amelsvoort vindt de technolease een geval van 'fiscale grensverkenning' en wilde daarvoor geen 'zekerheid vooraf' afgeven.

VVD'er Kamp, lid van de werkgroep, rook hier onraad. Ondanks Van Amelsvoorts mening kwam er toch goedkeuring vooraf aan Philips en Fokker, maar niet voor andere bedrijven. Bekend is dat zeker twee andere ondernemingen een technolease aanvroegen, maar geen toestemming kregen. Had Van Amelsvoort met zijn 'eens maar nooit weer' mogelijk de deur dichtgegooid voor anderen? Dan zou er sprake zijn geweest van concurrentievervalsing, en van foute voorlichting van de Kamer.

Maar zover liet Van Amelsvoort het niet komen. Wat er allemaal mogelijk is daar kun je een roman mee volschrijven, vond hij. Met 'eens maar nooit weer' had hij de technolease niet willen verbieden aan anderen, bezwoor hij de commissie. Om zich aan het einde van het verhoor te verspreken: 'Wat moet een bank nu met die know how? Wat is dat voor een gekke transactie? Dat wilden we niet meer, dat past niet in een ordentelijke samenleving.'

Voor Koos Andriessen, die de technolease als de 'doos van Koos' verkocht aan het volk, is dat een onbegrijpelijk standpunt. Als een bedrijf zijn autopark kan leasen van de bank, dan kan dat ook met kennis. 'We praten over een abstract persoon', zei hij netjes, 'maar wie dat vindt is een domoor. Die begrijpt niets van het bedrijfsleven.'

Volgende week maandag zijn oud-premier Lubbers en zijn opvolger Kok - die als oud-minister van Financiën en vroegere baas van Van Amelsvoort wordt gehoord - aan de beurt. Zij moeten de werkgroep overtuigen dat de Kamer indertijd niet vals is voorgelicht.

Meer over