Andriessen laat zijn gevoel spreken

Als er in de muziek zoiets als een glazen plafond bestaat, heeft Louis Andriessen daar op zijn manier een barstje in geslagen....

Jaco Mijnheer

Na een gedreven, maar enigszins spichtige uitvoering van Stravinsky's Dumbarton Oaks Concerto speelde het Asko-Schönberg Ensemble het overrompelende Tell Me Everything van de New Yorkse Julia Wolfe (1958), grondlegster van het vermaarde Bang on a Can Festival. Met de hamerende ritmes van deze continue ear-cleaning bevindt Wolfe zich meer in de traditie van Ives' botsende fanfares en het door Andriessen uitgevonden Hoketusgeluid dan in de hip aangekondigde samba- of 'party groove'-kringen.

Ook in het meeslepende Ruisselant van de Australische Mary Finsterer (1962) is 'beweging' een opvallend kenmerk, maar dan als een bundeling van nerveuze, niet te beheersen doorsijpelingen waarin het ensemble voortdurend van kleur verschiet. Het eerste deel van het concert werd besloten met Alfredo Casella's ironische danssuite Pupazzetti uit 1915. In zijn smakelijke bewerking van dit stuk leunde Andriessen zwaar op Nino Rota, met prominente rollen voor accordeon, sopraansaxofoon en drumstel.

De hoofdmoot van de middag was Andriessens La Passione, dat vorig jaar in Londen in première ging. Net als in Passeggiata in tram in America e ritorno (1999) gebruikte Andriessen opnieuw surrealistische gedichten van de Italiaan Dino Campana, die op 47-jarige leeftijd in een psychiatrisch ziekenhuis overleed.

Andriessen heeft zijn muziek hier volledig in dienst gesteld van de tekst, en dat is wel eens anders geweest. Of hij nu fragmenten koos van Plato (De Staat), Bakoenin (Mausoleum) of Hadewych (De Materie), de zangstemmen moesten altijd deel van het ensemble zijn, waardoor de vaak abstracte, afstandelijke inhoud van de woorden zowat als achtergrondinformatie ging werken.

Dat in La Passione de (versterkte) stem in het middelpunt staat is mede te danken aan Andriessens orkestratie, met veel ruimte tussen het hoge en lage register, en aan de solo-vioolpartij, die al rondkringelend voortdurend de aandacht vestigt op de stem.

Mezzo-sopraan Cristina Zavalloni gaf zaterdag met een zacht en natuurlijk timbre theatraal gestalte aan Andriessens gedragen melodieën. Ook violiste Monica Germino leverde in haar ijle soli en tere begeleidingsfiguren een prachtige prestatie, waarbij dunne fluittonen uit de P.A. af en toe roet in het eten gooiden.

Het uitstekende Asko-Schönberg Ensemble, in een typische Andriessen-bezetting met elektrische gitaar en basgitaar, twee piano's, synthesizer en cimbalom, barstte af en toe uit in pompende fanfares, maar gaf meestal gereserveerd commentaar tussen de gezongen regels door.

Passiemuziek is het inderdaad: het verslag van een lijdensweg, vol koortsige beelden van zwarte hoorndragers en bloederig licht. Maar vooral laat Andriessen in La Passione zijn gevoel spreken.

Meer over