Andrew Young presenteerde Atlanta als 'Afrikaanse' stad

Atlanta had zich nog maar koud voorgesteld als potentieel organisator van de Olympische Spelen, of Andrew Young merkte tot zijn verbijstering dat de rest van de wereld bar weinig wist van Amerika's achtste stad....

TIM OVERDIEK

Van onze verslaggever

Tim Overdiek

ATLANTA

Young deed aan de zijde van initiator Billy Payne uiterst voortvarend. Als voormalig Congres-lid, VN-ambassadeur en ook als burgemeester was hij de hele wereld over gereisd, dus deuren gingen voor hem eenvoudiger open dan voor de onbekende maar niet minder extraverte Payne. Toewijzing van de Spelen aan Atlanta kwam mede tot stand dank zij de massale steun van het Afrikaanse continent. Die werd tijdens een bijeenkomst op Mauritius verworven.

'Mijn presentatie bestond eruit,' zo zegt de zwarte Young deze maand in het blad Fortune, 'dat Atlanta voor 67 procent van Afrikaanse afkomst is. Ik zei dat het niet onze schuld was dat iemand ons honderden jaren geleden uit Afrika weghaalde. Maar we zijn de enige stad met een zwarte meerderheid die de kans heeft de Spelen te organiseren. En we verdienden daarom hun steun alsof we deel uitmaakten van het Afrikaanse continent.'

De zwarte kaart uitspelen is de afgelopen jaren een veelbeproefde tactiek geweest in Atlanta, waar zwart-witte scheidslijnen nog duidelijk zichtbaar zijn. Young was in de jaren zestig diep betrokken bij de activiteiten van de zwarte activist en uit Atlanta afkomstige Martin Luther King. Als medewerker van King was hij op 4 april 1968 getuige van de moordaanslag op de zwarte leider.

De strijd voor gelijke rechten voor de Afrikaan-Amerikanen is sinds de roerige jaren zestig even onvermoeibaar voortgezet. En in Olympisch verband heeft dat geleid tot 'heel moeizame onderhandelingen om het deel van het bedrijfsleven dat door zwarten wordt geleid nadrukkelijk te betrekken,' aldus Young onlangs tijdens een ontmoeting met internationale mediavertegenwoordigers. Volgens hem is dat gelukt.

Maar stemmen in de zwarte gemeenschap reppen van vriendjespolitiek, van het wederzijds toeschuiven van lucratieve contracten door gevestigde zwarte zakenlieden. Young weerlegt die kritiek door te wijzen op een rechtvaardige verdeelsleutel. 'Zestig procent ging naar blanken, de overige veertig procent naar zwart, Hispanic en vrouwelijk Atlanta. Een realistische balans.'

Zo vlak voor het begin van de Olympische Spelen was er praktisch niets dat de doorknede oud-politicus nog enigszins van zijn stuk kon brengen. Met het kritische oog van de wereld op Atlanta gericht, wist Young als geen ander hoezeer inschattingsfouten, gemiste deadlines en niet ingeloste verwachtingen in binnen- en buitenlands zouden worden uitvergroot.

Tot aan het ontsteken van de Olympische vlam bestond zijn taak er voor de buitenwereld dan ook met name uit voor diplomatiek rustbaken in de Olympische storm te spelen, een rol die hij met zichtbaar plezier vervulde. Achter de schermen wendde hij minder ontwapenend zijn plaatselijk gezag aan om alle laatste rampspoed te herstellen of te voorkomen.

Young kan het zich dezer dagen zelfs permitteren vooruit te kijken naar de komende maanden. Direct na de Spelen verschijnt zijn boek An Easy Burden. Daarin begint hij een kruistocht tegen de Republikeinen die na de revolutie in het Congres van 1994 in november ook het Witte Huis wensen te veroveren.

Maar eerst de Olympische Spelen, en 'het meest bezorgd ben ik over het definitief op gang komen ervan. Ik denk dat we er klaar voor zijn, maar dat weten we pas als dat moment er is. Dat wachten heeft me deze weken zo ongeduldig gemaakt. Op operationeel gebied weet ik dat de betrokkenen misschien iets meer tijd nodig hadden dan hen uiteindelijk gegund was.'

Tot zover de vrees bij menigeen dat de voorbereidingstijd te snel is weggetikt in Atlanta. Want Young refereert liever aan mislukkingen in het verleden die de zo excessief zakelijke aanpak dienen te legitimeren. 'Kijk naar de Spelen van Montreal in 1976, waar een schuld van 700 miljoen dollar het eindresultaat was.'

Young bedoelt maar. 'Die verlammende uithaal naar de Olympische beweging' laat zich vandaag de dag nog altijd gelden in de Canadese stad, en dat is iets wat Atlanta nimmer mag overkomen. Toen de grote inspirator Billy Payne in 1987 bij burgemeester Young op audiëntie kwam, was dat onheilspellende risico precies wat als schrikbeeld opdoemde.

'Great, hebben we hier een krankzinnig idee dat de stad nog zwaarder in de problemen zal brengen.' Maar Young werd allengs gegrepen door Paynes rotsvaste overtuiging dat de totale operatie door het bedrijfsleven zou worden gedekt. 'Atlanta kampte met groeiende tekorten, stond onder curatele bij de federale overheid. Als stad konden wij niets bijdragen.'

Inmiddels burgemeester-af beziet Young hoe zijn stad vandaag de dag onder de Olympische dekmantel floreert. Hij turft louter positieve resultaten. Het regelmatige verwijt dat de kloof tussen arm en rijk desastreuze vormen dreigt aan te nemen, weet hij zorgvuldig formulerend tot een non-kwestie te reduceren. Zoals ook het daklozenprobleem moeiteloos wordt vergoelijkt.

'Ik weet niet wat ik met de homeless aan moet. We hebben kerken en opvangruimtes geopend. Maar tijdens de Spelen moet er een veilige en vriendelijke omgeving komen. Er komen twee miljoen bezoekers, en voor hen moet iedereen wijken die niet over kaartjes beschikken. Daklozen die straks niets te zoeken hebben in het stadscentrum, zullen worden gevraagd zich te verwijderen, zoals we dat ook het plaatselijke bedrijfsleven hebben verzocht.'

Verpak het in andere, zalvende woorden, en het klinkt meteen aanzienlijk aardiger. Zoals de commercie, die als een verstikkende deken over downtown Atlanta is gespreid. Young: 'Sommigen beweren dat de Spelen zijn vercommercialiseerd. Ik zie het meer als een democratisering van de sport. We hadden dit nooit kunnen realiseren zonder aanwending van al het geld uit de private sector.'

Geen enkele regering beschikt over de financiële middelen om een project van deze omvang (1,7 miljard dollar) op verantwoorde wijze op zich te nemen, meent Young. 'Waar de Spelen ook worden gehouden, mede dank zij de televisierechten is er een gegarandeerd pakket van bijna twee miljard dollar mee gemoeid. En dan maakt het niet uit of het evenement in Peking, Kaapstad, Rio de Janeiro of Parijs wordt gehouden.

'Toen Atlanta de Spelen kreeg aangewezen, kwamen we terug met een brief waarin het IOC dat had bepaald. Meer niet. We begonnen met een tekort van een half miljoen dollar, de kosten van het overwinningsfeest in Tokyo. Zes jaar later is de begroting praktisch rond. Let wel, we beschikken wel degelijk over een garantie-verklaring door de regering. Maar we kunnen, mogen en zullen niet met een negatief saldo afsluiten. We zouden worden opgehangen.'

Totaal aantal medailles: 15 (4 goud, 5 zilver, 6 brons)

Meer over