Analyse

Anders dan bij Pim Fortuyn brengen media aanslag op Peter R. de Vries niet expliciet in beeld

Links: voorpagina de Volkskrant van 7 mei 2002, de dag na de moord op Pim Fortuyn. Rechts: de  voorpagina van woensdag, na de aanslag op Peter R. de Vries.  Beeld
Links: voorpagina de Volkskrant van 7 mei 2002, de dag na de moord op Pim Fortuyn. Rechts: de voorpagina van woensdag, na de aanslag op Peter R. de Vries.

Geen close-ups van de neergeschoten Peter R. de Vries, maar foto’s van veraf of van politiehesjes. De verschillen met 19 jaar terug, na de moord op Pim Fortuyn, zijn groot. Wat is er veranderd?

‘Verspreid nooit beelden van slachtoffers. Ook nu niet.’ Deze boodschap, in dit geval van GroenLinks-leider Jesse Klaver op Twitter, is dinsdagavond direct na de aanslag op Peter R. de Vries gemeengoed. De politie roept het publiek op om geen foto’s en video’s van De Vries te verspreiden, terwijl journalisten en anderen de twitteraars die dat wel doen de les lezen.

De voorpagina’s van de kranten de volgende dag weerspiegelen ditzelfde sentiment: geen detailbeelden van de zwaargewonde De Vries. Zo plaatsen het AD en De Telegraaf een overzichtsfoto van bovenaf op de straat waar de journalist ligt en houdt de Volkskrant het bij een foto van politiemensen in gele hesjes.

De voorpagina van De Telegraaf van woensdag, de dag nadat Peter R. de Vries is neergeschoten in Amsterdam. Beeld .
De voorpagina van De Telegraaf van woensdag, de dag nadat Peter R. de Vries is neergeschoten in Amsterdam.Beeld .

Het contrast met de foto van de neergeschoten Pim Fortuyn die in mei 2002 over de volle breedte op de voorpagina’s stond, is groot. Waarom toen wel en nu niet? Dat valt ook Paul Jansen, hoofdredacteur van De Telegraaf, op: ‘Ik herinner me dat er destijds over de foto van Fortuyn ook de nodige discussie was. De media maakten toen collectief een andere afweging.’

Terughoudend

De hoofdredacteur vermoedt dat het sentiment op dit punt is veranderd: ‘Mensen zeggen vaak dat de maatschappij verhardt, maar in nieuwsuitingen is het tegenovergestelde aan de hand. Dat heeft met zoiets ongrijpbaars als de tijdgeest te maken.’ Jansen zegt het exacte moment moeilijk te kunnen duiden, maar zag een kentering bij de vele terreuraanslagen in Europa. ‘Komt het te dichtbij? Is het overkill? Gruwelijk beeld van slachtoffers stuit tegen de borst, hoe groot de verontwaardiging ook is. Ik merk dat ook uit reacties van lezers.’

Mark Deuze, hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam, herkent dit. ‘De ongefilterde beelden die iedereen op sociale media kan zien, kunnen bijzonder heftig zijn. De journalistiek reageert daarop door zich terughoudend op te stellen. Dat lijkt me een logische tegenbeweging in een steeds extremere digitale omgeving.’

Nieuwe moraal

Ook Pieter Klok, hoofdredacteur van de Volkskrant, benoemt de veranderende tijdgeest die de krant tot andere keuzes brengt. ‘Met Fortuyn was de overweging: dit is zo’n belangrijke gebeurtenis, dit moeten we in al zijn gruwelijkheid laten zien. Ongeveer hetzelfde kun je nu over De Vries zeggen. Toch hebben we er geen moment aan gedacht een expliciete foto op onze voorpagina af te drukken.’

Misschien speelt de opkomst van social media (ten tijde van Fortuyn nog non-existent) een rol met al zijn correctiemechanismen, suggereert hij. ‘Daardoor ontstaat een nieuw soort moraal waarbij iedereen tegen de meetlat wordt gelegd. Je wordt daardoor voorzichtiger.’ Overigens stuurden veel Volkskrant-lezers in 2002 boze ingezonden brieven vanwege het prominent en groot plaatsen van de foto van de vermoorde politicus.

Geen peper in de reet

Deuze heeft nog meer verklaringen. ‘De beroemde en prijswinnende foto van Pim Fortuyn in het Mediapark was door een professionele fotograaf gemaakt. Nieuwsmedia zijn dan eerder geneigd die foto af te drukken.’ En misschien nog wel belangrijker: ‘De Vries is voor journalisten ‘een van ons’. Daarmee komt het voor veel vakgenoten een stuk dichterbij, terwijl je juist distantie nodig hebt om zo’n expliciete foto te plaatsen.’

Dat kan ook verklaren waarom media wél de video van George Floyd op hun site publiceerden of de later iconisch geworden foto van het aangespoelde Syrische jongetje op het Turkse strand: ‘Hoe gruwelijk ook, journalisten voelen daar meer afstand.’ Tot slot ziet Deuze op de opleidingen een nieuwe generatie journalisten die braver zijn. ‘Ze komen binnen met idealen die heel lieflijk zijn en willen graag verhalen maken over kwetsbare mensen in de samenleving. Daar is niets mis mee natuurlijk, maar het slaat door. Ik mis de journalisten met peper in de reet, die tegels willen lichten. Je hebt lastpakken nodig, journalisten die voor iedereen irritant zijn.’

Persvrijheid

Als een van de weinige media trok GeenStijl zich dinsdagavond niets aan van alle oproepen geen expliciete beelden te publiceren en weigerde vervolgens te voldoen aan de verzoeken van RTL en de politie Amsterdam om de video’s van De Vries offline te halen. GeenStijl-chef Bart Nijman werd kortstondig door Twitter geschorst omdat hij ook via dit sociale medium de beelden verspreidde.

GeenStijl beroept zich op de persvrijheid: ‘Valt het onder uw taakstelling als ‘woordvoerder in de opsporingscommunicatie’ om vrije nieuwsgaring te dwarsbomen inzake een ingrijpende gebeurtenis van nationaal belang die bovendien volgens velen ook direct raakt aan de persvrijheid?’ Nijman erkent op Twitter dat de nieuwsbeelden van de gewonde heftig zijn, ‘maar het zijn wel nieuwsbeelden, die iets vertellen over wat er aan de hand is’. En ook hij ziet dat het nodige is veranderd: ‘Maar goed, nu dweep ik zelf met een internet dat al jaren niet meer bestaat.’

Meer over