Anderhalf uur absurdisme is wat veel van het goede

Cabaret..

Merijn Henfling

Amsterdam Ronald Snijders begint met een tip: ‘Als mensen willen zwemmen, dan mag dat, als je maar geen mensen natmaakt die niet willen zwemmen’. Het is de aftrap van een lange reeks absurdistische teksten die hij over zijn publiek uitstort. Het gaat over broodroosters en zelfstandig ondernemen, mensen die zich aftrekken bij openhartoperaties en een man die graag een polder wil zijn. Ook verslaat hij de ‘conventie muurpoepen’.

Zelf noemt hij zijn genre een ‘absurde voorleesperformance’, een adequate omschrijving. Vanachter een katheder leest Snijders voor uit eigen werk.

Ronald Snijders (1975), die in selecte kring bekendheid verwierf met het VPRO-programma De Staat van Verwarring, staat in de lijn van absurdisten als Kamagurka en Gummbah.

Hij is op z’n best als hij bekende situaties parodieert, zoals een radioverslaggever die een ramp verslaat: dan praat ‘een slachtoffer van een regenbui’ over de regen alsof hij net een aardbeving heeft meegemaakt.

Hoewel het vooral droogkomische onzin betreft, vallen zijn teksten met een beetje goede wil ook op te vatten als milde maatschappijkritiek: een knipoog naar de nutteloze informatie en inhoudsloze kreten die we voortdurend over ons heen krijgen.

Nadeel van Snijders’ performance is dat bijna anderhalf uur absurdistische verhalen wat veel van het goede is. Voor een kort optreden werken de vervreemdende teksten prima, maar voor avondvullend hebben ze meer theatraliteit of ontwikkeling nodig.

Meer over