Andere kijk op Afrika

Het beeld dat in het Westen van Afrika bestaat, verdient enige bijstelling. De gemiddelde krantelezer of televisiekijker ziet vermagerde baby's die nog een druppel vocht zoeken aan de uitgemergelde moederborst, hij ziet de vele lijken die, na weer een zinloze burgeroorlog, achteloos bijeengeschoven zijn, hij ziet de tienduizenden vluchtelingen die...

Wie wat verder kijkt, weet dat dit alles helaas maar al te waar is, maar dat het óók de clichés zijn die aangereikt worden door de internationale televisie- en fotojournalistiek. Want er is nog een ander Afrika, dat vele malen groter is dan het ellendige continent uit de krant en van de televisie. Dat deel bestaat uit landen waar het vredig toegaat, waar de bevolking genoeg te eten heeft, waar sprake is van economische groei.

Het is het Afrika van fotografen als Ed van der Elsken en George Rodger, om enkele westerse fotografen te noemen die er ooit een 'ander' beeld vonden. Maar ook autochtone fotografen vereeuwigden het. Eind vorig jaar was in het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam werk te zien van Seydou Keita, een bejaarde fotograaf uit Mali.

Verstilde beelden, portretten van zelfbewuste mensen, gefotografeerd voor rommelige achterwandjes. De Afrikanen van Keita: een trots volk; honger en oorlog lijken ver weg. Arm misschien, maar niet zonder zelfrespect. Er zijn andere voorbeelden van, niet zelden te zien in 'brave' bladen als National Geographic.

Van der Elsken en Rodger (allebei inmiddels overleden) troffen in de jaren veertig, vijftig en zestig een trots continent aan. De Nederlandse fotograaf legde de bevolking vast in zijn klassieke boek Bagara, Engelsman Rodger fotografeerde ze voor zijn En Afrique. De laatste werkte eind jaren veertig te midden van trotse Nubiërs. Het leverde indrukwekkende beelden op, van een continent waar destijds nog geen grenzen bestonden.

In 1991 exposeerde Rodger zijn werk in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Hij vertelde toen in de Volkskrant dat hij in 1978 naar Afrika terug was gegaan. 'Ik kon geen plek meer terugvinden. Stammen waren verdwenen, grenzen onneembaar. Burgeroorlogen teisterden hele gebieden, er was hongersnood, rebellie. Het was erg verdrietig. Mijn Afrika, het continent vol hoop en toekomst, was verdwenen.'

Rodger bezocht Sudan; andere fotografen, zoals de Fransman Gilles Peress, zoeken het tegenwoordig in Ruanda, vanwaar ze filmpjes meebrengen die de clichés zelfs overstijgen: zie The Silence van Peress en huiver.

Maar dat andere, trotse Afrika bestaat gelukkig nog steeds. Denk aan de beelden van Keita, bekijk de imposante foto's die Fazal Sheikh bundelde in A Sense of Common Ground. Deze jonge fotograaf (1965), zoon van een Kenyaanse vader en Amerikaanse moeder, werkte in diverse vluchtelingenkampen in oostelijk Afrika, maar kwam niet terug met de inmiddels zo overbekende ellende-fotografie.

Sheikh fotografeerde als de beroemde Duitse fotograaf August Sander, hij zette zijn modellen centraal in de zoeker van de camera en drukte af. De sepia-achtige kleur en de rafelige randjes van de grootbeeld-foto's suggereren het gebruik van ouderwetse glasnegatieven. Dat is waarschijnlijk niet het geval - het boek heeft weinig tekst. Het effect is er niet minder om.

Sheikhs boek is geen vrolijk boek, niemand lacht, maar het biedt wel een 'andere' kijk. Verrassend gefotografeerd, bijzonder gepresenteerd, met hoofdrolspelers die weliswaar flinke klappen hebben opgelopen (anders zitten ze niet in vluchtelingenkampen), maar die hun waardigheid niet hebben verloren.

Vooral de moeder-en-kind-foto's van deze Amerikaanse fotograaf zijn opmerkelijk. Sommige roepen herinneringen op aan de piëta van Michelangelo. Zo werden Jamaa Abdullai en haar broertje Adan samen op ontroerende wijze in beeld gebracht. Trots en waardig. En nog een belangrijk verschil met al die andere, ellendige Afrika-foto's: de geportretteerden van Sheikh zijn niet anoniem, maar hebben allemaal een naam.

Rolf Bos

Fazal Sheikh: A Sense of Common Ground.

Scalo, import Nilsson & Lamm; ¿ 88,05.

ISBN 1 881616 51 7.

Meer over