Amusement en idealisme in Nederlandse architectuur

Het NAi-jaarboek geeft elk jaar een overzicht van de Nederlandse architectuur. Idealisme bestaat nog steeds, hoe pragmatisch het vak ook geworden lijkt....

Door Hilde de Haan

Drie mensen staan ruggelings in een bladstil meer, bij dageraad. Ze lijken overweldigd door een schouwspel vlak voor hen: vijf bouwwerken waarin je, reusachtige, buitenaardse wezens kunt zien. Dat is het omslag van het nieuwste Jaarboek van Architectuur in Nederland: een knipoog naar Steven Spielbergs film Close encounters of the Third Kind.

De Sfinxen is een woningbouwproject in Huizen: vijf met aluminium beklede blokken, elk op een eigen eilandje in het Gooimeer. Luxe appartementen zijn het, met beschutte dakterrassen en inpandige parkeergarages. Zowel de gebouwen als de foto's zijn karakteristiek voor wat, volgens de redactie van het Jaarboek, op dit moment in Nederland met bouwkunst aan de hand is.

'Architectuur is amusement geworden', concluderen de samenstellers. 'Net als Steven Spielberg moeten architecten zorgen voor nieuwe verbeeldingen die iedereen vermaken.' De tijd van hoge idealen, van sociale utopielijkt voorbij.

Die conclusies zijn niet lichtvaardig getrokken.Het jaarboek heeft zich in de zestien jaar van zijn bestaan ontwikkeld tot een achtenswaardig instituut. Ook nu weer zijn eerst ruim driehonderd projectdocumentaties verzameld. Daaruit zijn zestig bouwprojecten gekozen die alle door de redactie zijn bezocht. Slechts de helft hiervan is uitverkoren, - en vormde ook aanleiding tot de vier essays waarvan de strekking steeds neerkomt op: er is in de architectenwereld een 'opvallende realiteitszin' ingetreden.

Een realiteitszin die, in het nog altijd rijke Nederland, voldoende ruimte laat voor fantasie. Dat blijkt al uit die pronte Sfinxen, van architectenbureau Neutelings Riedijk. Bij kleinere projecten leidt het pragmatisme tot nog grotere inventiviteit: zie de dijkwoningen bijvoorbeeld die bureau Kingma Roorda ontwierp en die in hun geheel kunnen worden opgekrikt mocht dijkverhoging ooit nodig zijn? Een project in de Utrechtse studentencampus Uithof spant de kroon. Gevraagd werd een ontmoetingscentrum; ontworpen werd een multifunctioneel geval. Het centrum zelf - de 'bar' - werd half onder de grond gebouwd, op het ver uitstekende dak kwam een basketbalveld. De hellingbaan voor invaliden werd zodanig verbreed dat hij nu een zitkuil is die zelfs als miniopenluchttheater is te gebruiken.

Heel andere uitgangspunten inderdaad dan ten grondslag lagen aan de twee klassiekers uit begin twintigste eeuw die ook in het boek zijn opgenomen. Bij de Van Nellefabriek in Rotterdam en sanatorium Zonnestraal was juist wsprake van grote idealen. De fabriek moest met zijn sierlijke glasgevels en zijn grote frisse ruimtes de werkomgeving van arbeiders revolutionair verbeteren. Zonnestraal was een al even lichtend voorbeeld, als herstellingsoord voor lijders aan TBC. Na kortstondig gebruik geraakten beide meesterwerken echter in verval. Dat nu van beide, met respect voor hun bijzondere architectuur, de restauratie is voltooid, is de reden dat ze in dit jaarboek staan.

Deze monumenten ook, hebben de redactie blijkbaar tot nadenken gestemd. In het slotartikel wordt hedendaagse architecten dringend opgeroepen naar nieuwe idealen op zoek te gaan. Wordt het niet tijd voor nieuwe utopie voor een praktijk die verder reikt dan 'mode, techniek en pragmatisme'?

Toch toont het boek zelf, onbewust, dat er nog wel degelijk architectonische idealen in Nederland te vinden zijn. Idealisme neemt tegenwoordig andere vormen aan, bijvoorbeeld zuinig omgaan met het milieu, of zich bescheiden opstellen als dat de omgeving en/of de gebruikers van de gebouwen ten goede komt.

Welbeschouwd zijn hier zelfs prachtige voorbeelden van uitgekozen. Atelier Quadrat bijvoorbeeld gaf de opdracht terug om zeshonderd woningen te ontwerpen, omdat deze op de plek moesten komen van de voormalige Willemswerf in Den Helder, ten koste van wat de architecten als waardevol historisch erfgoed zagen. Hun actie leidde er uiteindelijk toe dat de werfgebouwen zijn gespaard.

Uiteraard kwam er daarna weer veel pragmatiek en 'markt-denken' bij kijken. Het resultaat is het nautisch themapark 'Cape Holland'. Idealisme droeg hier bij aan een prachtig complex dat wellicht pas door latere generaties op volle waarde wordt geschat. De gloednieuwe bioscoop (naar ontwerp van Cepezed) in het nieuwe attractiepark kreeg de naam Utopolis, utopische stad.

Meer over