Amsterdam droomt van een park

In het centrum van Amsterdam is toch al zo weinig groen. Is het niet mooi als het marineterrein wordt omgevormd tot eigentijds stadspark?

Jaap Stam

amsterdam Ayaan Hirsi Ali zat er ondergedoken toen zij in 2005 met de dood werd bedreigd en ook Geert Wilders heeft er geschuild. Het Nederlands elftal stapte er in juni aan boord voor de zegetocht: het 15 hectare metende marinecomplex op Kattenburg, dat aanschurkt tegen het centrum van Amsterdam. GroenLinks, D66 en de PvdA van het stadsdeel centrum willen er een park van maken.


Niet zomaar een park, maar een stadspark met een binnenhaven en kleinschalige waterrecreatie, waar in 2028 de olympische zwemmers beginnen aan hun 10 kilometer. Met culturele bedrijvigheid, kleine podia en tentoonstellingsruimten in de bestaande bebouwing (ruim 63 duizend vierkante meter). Een eerste aanzet hebben de drie partijen op papier gezet. Het plan staat 30 november op de agenda van de stadsdeelraad.


Het terrein is 'goud in handen van een daadkrachtig stadsdeelbestuur', schrijven de drie partijen. 'Gelegen aan het water leent het stadspark zich uitstekend voor architectonische durf. Beeldbepalende moderne architectuur, gevarieerde bedrijfsruimte en gezellige kleine ondernemingen - van kiosk en koffiezaak tot horeca - maken het park in potentie tot het kloppend hart van de oostelijke binnenstad.'


Het Marine Etablissement is het enige terrein van het ministerie van Defensie in Amsterdam. Het wordt voornamelijk gebruikt voor werving en selectie, en voor opleidingen. De Koninklijke Marechaussee en een reservebataljon zijn er gehuisvest, schepen van de marine worden vanuit Amsterdam bevoorraad.


Staatsiebezoeken

Daarnaast wordt vanuit het Etablissement ondersteuning verleend bij staatsiebezoeken, de Nationale Herdenking op 4 mei, de 5­meiviering en andere evenementen, waaronder de intocht van Sinterklaas. De ondersteuning bij ceremoniële gelegenheden is gericht op de bescherming van hoogwaardigheidsbekleders.


Dat zijn waardevolle functies, vinden GroenLinks, D66 en de PvdA, maar ze zijn niet noodzakelijkerwijs verbonden aan die plek in 'het drukke en dichtbevolkte stadsdeel centrum'. Het centrum is met het 'bescheiden Wertheimpark en enkele kleine plantsoenen' toch al karig bedeeld.


Dat het opengooien van het terrein een lange adem vergt, beseffen de drie partijen. In het vergezicht dat acht A4'tjes beslaat, reppen ze van 2028. 'Wij kiezen voor het jaar 2028, omdat bij het ontwikkelen van de ruimtelijke visie dan ook rekening gehouden kan worden met de Olympische ambitie van Amsterdam.'


Wethouder Maarten van Poelgeest (Ruimtelijke Ordening en Grondzaken) juicht het idee toe het terrein 'op te nemen in de stad'. Daarbij denkt hij niet alleen aan een park. 'Er is nog zo veel meer te bedenken: voorzieningen, woningen, een evenemententerrein - daar hebben we ook behoefte aan. Het Museumplein is niet voldoende. Ik zou er graag met Defensie over in gesprek gaan, maar dat is tot nu toe niet gelukt.'


Stadsdeelvoorzitter Jeanine van Pinxteren omarmt het stadspark. 'Geweldig, als het maar geen evenemententerrein wordt. Het centrum is al een groot evenemententerrein.' Veel meer dan omarmen kan ze niet doen, beseft ze. 'Wij kunnen het niet regelen, het is rijksterrein.'


Defensie is niet van plan het terrein te verkopen, zegt een woordvoerder. 'Het is van groot belang dat wij op minimaal één locatie in Amsterdam onze werkzaamheden kunnen uitvoeren. Tien diensten zijn er gevestigd.'


Hij benadrukt het 'defensieoverstijgend belang' van het Marine Etablissement: 'de coördinatie bij rampenbestrijding, het opstellen van de Mobiele Eenheid dicht bij het centrum bij dreigende ordeverstoringen en logistieke ondersteuning bij grote gebeurtenissen zoals bijeenkomsten van regeringsleiders.'


Al in de Gouden Eeuw militair terrein

Het Centraal Vischtorpedo Magazijn was er gevestigd. De zelf bewegende vischtorpedo was aan het eind van de 19de eeuw een veelbelovend, modern wapen. Er was een torpedo-inschietplaats ('eene lanceerinrichting onder water') en een munitiefabriek.


Het terrein dat nu Marine Etablissement Amsterdam heet, heeft een lange geschiedenis die teruggaat tot het midden van de Gouden Eeuw. Op 28 september 1655 werd de eerste steen gelegd voor 's Lands Zeemagazijn. Al snel werd naast het pakhuis een scheepswerf gevestigd voor de Amsterdamse Admiraliteit.


De Hollandia van Cornelis Tromp, het vlaggeschip dat slag leverde met de Engelsen, is er gebouwd. En Kanonneerboot No. 2, die luitenant ter zee Jan van Speijk in 1831 liet ontploffen toen hij op de Schelde in handen van de Belgen dreigde te vallen. Hij gooide een brandende sigaar in de kruitkamer. De Zeven Provinciën liep er van stapel, het vlaggeschip van Michiel de Ruyter.


In 1795 werd de Amsterdamse Admiraliteit opgeheven en ontfermde de marine zich over het terrein. In 1915 sloot de werf en ging het complex verder als opleidingscentrum en goederenopslag, onder de naam Marine Etablissement Amsterdam.


In het Zeemagazijn is sinds 1973 het Nederlands Scheepvaartmuseum gehuisvest. Dat wordt nu verbouwd.


Meer over