Amnesty meldt grote toename van straatgeweld

AMSTERDAM Een rampjaar voor de mensenrechten, is de conclusie van het jaarboek 1994 van Amnesty International dat vandaag verschijnt. De organisatie stelt dat het karakter van de mensenrechtenschendingen aan het veranderen is....

Van onze verslaggeefster

Volgens Amnesty is het kenmerkend dat de schendingen niet meer op de eerste plaats in gevangenissen plaatsvinden, maar op straat. Het meest prominente voorbeeld hiervan is de genocide tegen de Tutsi-minderheid door Hutu-regeringstroepen en extremistische milities in Ruanda, vorig jaar. Daarbij kwamen meer dan een half miljoen mensen om het leven.

Ook in andere landen op het Afrikaanse continent had dit soort slachtingen plaats. Bijvoorbeeld in Liberia, waar in een burgeroorlog om etnische redenen en op gruwelijke wijze burgers worden vermoord door gewapende groeperingen. 'Naar verluidt deden zich ook rituele moorden en kannibalisme voor', aldus het jaarboek.

In het boek wordt de situatie op het gebied van de mensenrechten beschreven in 151 landen. In 29 landen 'verdwenen' mensen, in 120 landen werden gevangenen slecht behandeld of gemarteld en in 54 landen waren overheidsfunctionarissen verantwoordelijk voor politieke moorden.

Ook de lidstaten van de Europese Unie komen aan de beurt. In de meeste daarvan is door de politie bovenmatig geweld gebruikt tegen gedetineerden. In Duitsland overleden twee mensen onder omstreden omstandigheden in politiecellen.

Speciale aandacht besteedt Amnesty aan het geweld tegen vrouwen. De organisatie wijst erop dat het lijden van vrouwen over de hele wereld voortduurt, ondanks een verklaring van de Wereldconferentie voor de Rechten van de Mens, in 1993 in Wenen gehouden. Daarin werd gezegd dat rechten van vrouwen mensenrechten zijn.

Amnesty vindt dat de Wereldconferentie haar belofte om vrouwen sociale, economische, politieke en burgerrechten te garanderen 'op jammerlijke wijze niet is nagekomen'.

Meer over